vrijdag 6 februari 2026

Stilleven

dit eerst geschreven woord
zou je vast ook zo kunnen lezen:
stil even, doch dit terzijde gelegd

vier uien, een medisch zelfhulp-
boek, pijp, tabak, theepot en
een grote lege fles absint

getemperde kleuren minder
indringend, simpele voorwerpen
sta er eens bij stil, wees hier nu

zie, een brief waarin geschreven
mijn oor afgesneden en dit mijn
eerste schilderij na droevenis

de geur van de schilder, de verf,
kringelt stevig in mijn neus, tot
in mijn diepste wezen – stil even

vrij naar V van Gogh’s stilleven rond bord met uien 

woensdag 4 februari 2026

 

Het slot

met fulpen kamers

Even iets rechtbreien. Fulpen kamers is oudhollands voor studentenkamers, maar dit terzijde.

Een student bezoekt zijn medestudent.

Het kasteel ontoegankelijk
spiegelbaar waar dromen
dwalen; vuur, angst, vlucht
en in elkaar overgaan ben ik.

Ik sta plots op het voorplein
het slot achter mij een vlam
groen en hemelhoog, weer-
spiegelt in de gracht.

Ik ren op gesloten slotbrug af
vleugels van angst dragen mij
tegen de brug over fosforwater
gemengd in rood wit.

Ik val op een lichaam van hem
zijn verschoten gelaat en zijn
holle staalgrijze ogen staren mij
mij levenloos aan

Vrij naar Frankenstein





dinsdag 27 januari 2026

Nichtevecht Ankeveense plas
boven het water rood de zon
libellen muggen zoemen zacht

zwart water tussen wilg en els
‘n gezonde geur van verrotting
geen stadse stank rook of herrie

vaartuigen varen liggen in stilte
fabrieksschoorstenen niet te zien
alleen hier of daar heel oud een -

oude in rode baksteen en veilig
een kalkoven of stoomwasserij
in rugzak koude thee en brood

 

Sluit de ogen na het lezen van dit gedicht. Ervaar het moment, of ga eens aan de oever staan bij kasteel Doorwerth langs De Waal, kijk naar de overkant, beleef de gebeurtenis van dit gedicht.

 

zaterdag 24 januari 2026

In de O-O-GO van de maand februari met als thema Metamorfose staat een gedicht van mij gepresenteerd, zie hieronder. Bestel of koop eens zo'n leuk vormgegeven blad. Dit keer met Illustraties die het thema uitbeelden, of bezoek een optrede.

https://dereizendedichters.nl


 


woensdag 21 januari 2026

Argos

Alsof hij honderd ogen heeft, die alles met aandacht in de gaten houden, vertelt de boswachter zijn verhaal.

Hoe het begon: met zijn vader loopt de kleine jongen door het park. Op een stil plekje, geen wandelaar is te zien, wijst zijn vader op een voetbalgrote bol, waarin in het midden een klein gaatje is te zien. ‘Weet je wat dat is?’ ‘Nee,’ is het antwoord, waarop de vader zijn verhaal doet. Het blijkt het nestje van de winterkoning te zijn, in de vogelaarsvolksmond ook wel Klein Jantje genoemd.

Zijn publiek kijkt vol interesse toe, doet mee op die momenten wanneer zij aanvoelen dat ze mee kunnen doen, stellen vragen, vertellen anekdotes van wat zij weten en mee hebben gemaakt. Vogelplaatjes en geluiden worden tevoorschijn getoverd. De boswachter gaat zo in zijn ‘spel’ op, dat hij vergeet waar hij in zijn verhaal was gebleven als hij even op zijn pad een zijweg was ingeslagen.

En dan ineens zegt de klok: brei er een eind aan. Het is tijd voor de lunch. Er volgen bedankjes, vrolijke gezichten en zichtbare blijdschap. Een iemand vertelt over een vader, een Spartapiet. Direct is er een klik, want ook de boswachter is een Spartafan. Als hij zijn jas aantrekt, wordt hij op zijn schouder getikt. Wat hij ziet is een oorkonde van lang geleden, de vader van iemand uit het publiek was toen deze nog leefde, de trotse eigenaar.


woensdag 14 januari 2026

 

Na een vorstperiode waarin fikse sneeuwval en ijzel de aarde teisterde, en ondanks het feit dat vele kinderen met hun ouders sleetje konden rijden, waarvan zij beiden genoten, maar die hen min of meer dwong om veiligheid in acht te nemen en binnenshuis te blijven, viel er in de nacht die erop volgde een forse, langdurige regenbui die, hoe kon het anders, tot hun geluk de wegen veilig begaanbaar maakte.

Ze ontmoeten elkaar ergens onderweg en raken in gesprek.

‘Goedemorgen, nog wat gezien?’
‘Nee, wel gehoord. Een havik’.
‘Leuk, ik had wat staartmezen in mijn tuin’.

‘Jij schreef mij gisteren dat mensen jou kinderachtig vinden omdat je van alles te veel verlangt. Hoe zit dat nu?

begeerte naar het geheel
wat niet haalbaar is waar-
door het zonder waarde is

‘Dat is de enige reden dat ik blijf schrijven: het zoeken naar het ware verhaal, het schrijven van het ultieme boek. Maar misschien is die vertelling niet te vinden.

het verlangen te groot voor vervulling

‘Mocht dat mislukken, dan ben ik in ieder geval een mislukkingskunstenaar, en een kunstenaar wil ik zijn en blijven, ook al is het gedoemd te mislukken’.

 




 

 

dinsdag 6 januari 2026

 Emoties

‘Wat nou klimaatverandering. De ouderwetse sneeuwval wijst daar toch niet op.’
‘Denk eens na, waar komt die troep vandaan; bevroren smeltwater uit het noorden. Waardoor is dat gesmolten?’

Zo keuvelen zij nog even door. Maken grappen en grollen. Ineens proest een zich uit, laat zich haast helemaal gaan.

Zo wat ben jij blij
Ja eindelijk heb ik mij
kunnen uiten -woede en haat
maar nu heb ik spijt

Stel nu eens dat elke emotie een kleur heeft, bijvoorbeeld rood van woede. Diegene uit de poëzie hierboven zou dan een nieuwe kleur en naam hebben, ik tel immers vier emoties. Die kleur zou kunnen wijzen op een nieuwe emotie, hoe die te  noemen?

Soms in een warm voorjaar verwisselen wilde veldbloemen van plaats. Er ontstaat een prachtig veldboeket. ‘Kijk eens bloemen van vreugde en verdriet.’,  kan het dan klinken omdat de bloemen vreugde geven bij verdriet.