woensdag 26 april 2023

Lekker lezen

Lezen is een van mijn grootste hobby´s. Door de situatie na mijn ongeluk is het wel moeilijker. Het begon in mijn jonge jaren, net zoals bij zovele, met strips. Bij mij waren dat de  Donald Duck en Eppo. Later kwamen de echte stripboeken en Kapitein Rob tevoorschijn. Al was die laatste meer een tekst met plaatjes in plaats van de wolkenstrip – wolkjes waarin de gesproken tekst boven de figuurtjes staat.

Pas nadat ik José leerde kennen, waagde ik mij aan echte literatuur. Maarten ‘t Hart was mijn eerste schrijver die ik leuk vond . Langzaam kwam ik erin. Verhalen in mooi Nederlands en vaak gebaseerd op het echte leven.

Van het een kwam het ander. Op een zeker moment ben ik zelf gaan schrijven. Boeken, teksten voor een krant en dit blog. Het lezen en schrijven ontwikkelt zich. Probeer zelf maar eens wat je denkt in acceptabel Nederlands onder woorden te brengen. Zo kwam ik ook bij filosofen terecht. Momenteel lees ik Simone Weil. Zij brengt, en nu in mijn eigen woorden en gedachten, o.a. de hypothese onder de aandacht.

Om die te testen zou je hem kunnen vergelijken met een zintuigelijke waarneming in de natuur. De natuur zoals je hem waarneemt zou je als geordend kunnen zien, maar is dat zo? Heeft die ordening niet als basis het menselijk denken. De veronderstelde ordening, dus hoe de natuur is ingericht en werkt, is onderhevig aan toeval. De oorzaak kan een vlindervleugelslag zijn … Zoek maar eens op.

Ik test mijn eigen gedachten aan dergelijke boeken. Hartstikke leuk. Maar moeilijk. Daarom is het ook fijn om makkelijke teksten te lezen. Hap snap teksten, die lezen als een trein. Toch zijn die, in mijn geval, ook wel eens lastig. Wie was Piet ook alweer? Tegen wie sprak hij en waarover ook alweer? Terug slaan en opzoeken is dan mijn credo. Van lekker ontspannen lezen is dan bijna geen sprake.           

zondag 16 april 2023

Dichtvormen

 Frans pantoum

Hij hoort haar naar boven komen.
Het ruisen van de zijden jurk,
op de treden van de oude trap.
Zijn kamerdeur piept en kraakt.

Het ruisen van de zijden jurk,
waaraan restjes van dor blad.
Zijn kamerdeur piept en kraakt.
Hij wacht gespannen wat komen gaat.

Waaraan restjes van dor blad ...
Dat boeide hem van top tot teen
Hij wacht gespannen wat komen gaat.
Naar boven moest hij, naar bed.

Moeders nachtzoen, kort en snel
boeide hem van top tot teen.
Maar … O, zo pijnlijk, dat moment.
Kon je maar langer blijven, lieve ma.

Peren en heren

Zie hem staan de peer.
Op een zuil, daarnaast
een heer.

Gewichtig. Op zijn buik
een papier. In zijn mond
een sigaar.

Bij hem staan twee heren,
met net zoals de peren
bolle afgezakte buiken.

Zij kijken op naar de
peer en denken: O,
wanneer …

Wanneer sta ik daar een keer.




 

 Mijn thuis

Hij is in het vlakke land.
Veel gras, weinig bloemen.
Ochtendmist remt het zicht,
deelt koeien dwars doormidden.

Hij meandert in gedachten
over dijken en door dalen.
De buizerd jaagt, de wulp roept.
Soms stoppen, kijken en luisteren.

Hij rust als hij moe is
uit de wind, in de zon.
Drinkt wat thee, eet een boterham
en geniet van elk moment.

Hij vangt het leven. Het zijne en die van
de pulli - jong gruttoleven in de weide.
Thuis vallen denken en voelen samen.   

 


 

 

woensdag 5 april 2023

Voorjaar

Op een zonnige, maar frisse, maandagmorgen app ik met Piet. Hij houdt net als ik van vogels. Alleen hij loert niet door een verrekijker of telescoop, maar door een filmcamera. Hij kan goed filmen en valt soms in de prijzen. Om half tien pikt hij mij op. Ik vraag hem even binnen, want ik ben bezig om een soepje voor de avond te bereiden. ‘Ik ruik het’, zegt hij lachend.

We lopen door het Mallebos en staan stil bij een boomklever. Zitten is makkelijker, dus schuiven wij op onze veldstoeltjes. Voor mij is het de eerste keer dat ik die buiten gebruik na mijn ongeluk. Het lukt! Ook het opstaan als we verder gaan.

De leukste waarnemingen zijn misschien wel de twee reeën, hinden -wijfjes- die ons van dichtbij aangapen en de nestlocatie van een paartje staartmezen die speels door de struiken baltsen.                                                                               

Een banaan en thee stilt mijn honger en dorst. Heerlijk zo’n ouderwetse vogelochtend.

In de middag tuur ik in mijn eentje door de telescoop de polder in. Ook weer voor het eerst sinds zes maanden. Hoera, ik kan het nog. Behalve kieviten, tureluurs en ander moois, observeer ik een paartje grutto’s. Op zeker moment ben ik getuige van een copulatie, een vrijage. Altijd bijzonder om waar te nemen. Niet veel later maakt het wijfje, trappelend, draaiend en schuivend een nestkuiltje en dat pal achter mijn huis. Dit voorjaar zit ik gebeiteld met de grutto’s en ander moois.    


zaterdag 1 april 2023

Vogelen en filosoferen

Beide begrippen uit de titel vind ik leuk. Af en toe voeg ik ze samen in een blog. Lees rustig verder, want ik probeer het niet als een studie te laten overkomen.

Zo rond mijn twintigste vond ik het leuk om vogels te observeren. De basis was al eerder gelegd door mijn opa en vader. Zij namen mij mee de natuur in en wezen mij op het fluiten en vliegen. Het is dus de vraag of mijn liefde voor de gevleugelde diertjes aangeboren, of mede door hen bepaald is. Wat maakt mij het eigenlijk uit. Ik geniet ervan. Maar toch …

Vogelen en genieten is dus een reactie op mijn enthousiasme. Ik hoef hier in principe niet over na te denken. De wereld is voor mij geordend door wat mij raakt en mijn reacties daarop. Die stimulansen kunnen aangeboren of onder invloed van anderen aanwezig zijn.

Ik wordt gebeld door een vriend. ´Er zit een bijzondere vogel, een scharrelaar, in de buurt. Ga je mee?´ ‘Prima’, zeg ik. En we spreken af dat ik hem oppik. Opgewonden rijden we door de stad. De stoplichten onderweg staan vaak op rood. Onnodig wachten vertraagt de boel. Bij een laatste licht is er in geen velden of wegen verkeer te zien. Ongeduldig rijd ik in een reflex door rood.

Als we een plekje op de grasdijk hebben gevonden, observeren en fotograferen we de vogel samen met andere vogelaars. Op zeker moment komt er een liefhebber aan. Hij ziet de vogel, flikt het om op hem af te lopen en hem op de gevoelige plaat vast te leggen. Het commentaar daarop is niet van de lucht. De scharrelaar kan immers opvliegen. Wat hij dan ook doet! Er ontstaat een woordentwist die wel eens op een handgemeen zou kunnen uitlopen.

We kijken elkaar aan, glimlachen en trekken ons plan. Op naar huis met een scharrelaar en reacties daarop rijker.

Kijk voor de scharrelaar op: Scharrelaars - Wikipedia      

  

donderdag 30 maart 2023

Intuïtie, denken en de ijsvogel

De situatie die aan woorden voorafgaat, heeft geen naam. Het weer bijvoorbeeld heeft op zichzelf geen enkele waarde. Wij ervaren het weer intuïtief en met ons denken noemen wij het bijvoorbeeld mooi, of lelijk. De betekenis is persoonlijk. Vaak is het intuïtief ervaren, het bewust zijn van iets,  zuiverder dan het bedachte belang.

Hoe zuiverder het bewustzijn hoe dichter de ervaringswaarde, van bijvoorbeeld een waarneming, bij je ware aard ligt. En moeten wij dat altijd onder woorden brengen? Je kan iets ook alleen ervaren, zonder woorden of denken. Ik zag vanochtend iets. Wat ik toch zonder denken betekenis wil geven, delen.

Op het pad, waarop ik loop, vliegt over een sloot een ijsvogel. Hij gaat zitten op een tak. Ik ‘vang’ hem met mijn verrekijker. Dan duikt hij in de sloot en ben ik hem even kwijt. Hij vliegt op. In zijn bek hangt een visje. Dan verdwijnt hij uit beeld en ben ik hem kwijt. De lezer mag zelf, intuïtief of bedacht, raden wat mijn gevoelens waren.

Simone Weil zei: We moeten onze intuïtie gebruiken. De intelligentie heeft een sociaal en praktisch doel, maar ze stelt ons niet in staat af te dalen tot onze diepste natuur. (Diepste natuur is wie we werkelijk zijn – onze aard).

Dit stukje is geschreven na het lezen van Nisargadatta Maharaj en Simone Weil en mijn eigen begrip en intuïtie daarvan.

 

dinsdag 28 maart 2023

Hoera ik kan staan

Vannacht, zaterdag op zondag, is de zomertijd ingegaan. Ik heb daar vaak alleen ’s avonds last van, want een uur eerder naar bed. Vroeg opstaan is voor mij nooit een probleem geweest. Ik stap dan ook mijn bed uit en ga naar beneden. Zet wat thee en neem tussen de yoga oefeningen door kleine slokjes. Na drie kwartier, ik ben net klaar met mijn sessie, komt José naar beneden en even later Femke, Joren en Ilian. Die laatste lees ik voor uit een boek waarin, heel toepasselijk paaseitjes zijn verstopt. Ilian zoekt ze op om kaartjes in het boek om te draaien. Daarachter zitten zij verstopt.

Daarna is het etenstijd. Als mijn buik vol is, maak ik mij klaar voor een wandeling naar het Witte Kerkje. Op de heen- en terugweg pik ik wat regendruppels en windvlagen op. Tussendoor doet de yoga zijn werk en spreek ik mijzelf opbouwend toe. Ik heb zin in de dag!

Thuis zit Femke met Ilian op de grond en breidt Joren een trui. Met een glimlach kijken José en ik als opa en oma toe. ‘Jaaa’ roept Femke. ‘Hij kan het’. ‘Goed zo’ zegt José. Ilian brabbelt wat. Hij heeft de handen van zijn moeder vast en trekt zich op. Hij kan staan!



Tevreden en blij kabbelen wij allen door de ochtend. Met Femke en Joren doe ik nog even een boodschapje en dan is het lunchtijd. Ilian gaat nog even aan de borst, waar Femke erg vrolijk mee is. Als Ilian genoeg heeft, dommelt hij in slaap en mag naar bed. Nu is het tijd voor José om naar buiten te gaan.

Rustig en vrolijk sluipt de dag op zijn eind. ‘Nog even een foto pa’ roept Femke. Voorzichtig til ik Ilian op … Hoera ik kan staan met mijn kleinzoon in mijn armen. Daarna geef ik hem aan José. Kersverse grootouders en hun kleinzoon. Hoera! 

  

vrijdag 24 maart 2023

I'll be back

Oftewel, vrij vertaald: Ik zal terug komen. Het was een uitspraak van de Terminator, nadat zijn tegenstander dacht hem verslagen te hebben. Ik vind de uitspraak wel op mij van toepassing. In ieder geval inspireert hij mij. Net zoals ‘the boys are back in town’ van Thin Lizzy. Langzaam keer ik terug naar waar ik vandaan kwam.

Oude gewoonten herleven als ik de voordeur op slot draai en ik al in de straat loop. Is alles op slot? Ja natuurlijk. Toch ga ik kijken. Voor niets dus. Met stevige pas wandel ik na de controle naar het metrostation, check in en ga met normale passen de trap op. Voor mijn neus rijdt de metro weg. De tweede gaat over een minuut. Vlug stap ik in. Voor mij zit een klein meisje iets op te peuzelen. ‘Met kleine hapjes eten hoor. Weet je wat je proeft?’ vraagt haar moeder. ‘Aardbeien’, klinkt vrolijk het antwoord. ‘Ja, goed zo’. ‘Goed kauwen hoor’.

Op tijd ben ik bij groepstherapie. Er staat een parcours klaar. Vol op- en afstapjes, slaloms, een trap en een oefening waarbij je moet gaan staan vanuit een lage kruk, naar een bed moet lopen en gaan liggen, om weer op te staan, naar de kruk moet lopen en gaan zitten. Deze lange zin construeren en opschrijven is haast net zo vermoeiend als de oefening.

Daarna mag ik fietsen. Met niet een, maar drie begeleiders. ‘Kijk goed vooruit en trap wat harder’, hoor ik na een tijdje. ‘Ik doe mijn best en na een aantal meters haken de begeleiders moe af’. ‘Probeer nu eens je handen uit te steken en achterom te kijken’, is de volgende opdracht. Het is geen enkel probleem. 

Volgende week mag ik proberen in het verkeer te fietsen en thuis op mijn herenfiets op en af te stappen. Mocht dat laatste niet lukken, een universele fiets biedt dan uitkomst. Geen enkel probleem. Ik zal terugkeren naar waar ik vandaan kwam. Althans dat is diep van binnen mijn bedoeling.