grenzen
opgelegd -
blijken krijtstrepen te zijn
zij zijn uitwisbaar
thuis in mijn
dromen -
buiten, weidsheid, jij en ik
de hemel zo blauw
verlangen
naar thuis
terug naar de veiligheid
daar waar je echt bent
grenzen
opgelegd -
blijken krijtstrepen te zijn
zij zijn uitwisbaar
thuis in mijn
dromen -
buiten, weidsheid, jij en ik
de hemel zo blauw
verlangen
naar thuis
terug naar de veiligheid
daar waar je echt bent
De
Nederlandse taal heeft om het foutloos te schrijven regeltjes. Soms weet je die
en soms helaas niet. Zo is er het woord pannenkoek. Is dat nu
pannenkoek, of pannekoek? Je kan immers de koeken tegelijkertijd in meerdere
pannen bakken, dus pannenkoek. De speerwerpers van Team Pats waren na de
training bij de trainer/coach en aten hun buikje vol. Krachtvoer voor een nieuw
en knallend seizoen.
Vooraf
werd er geschaakt, want dat wordt onderling ook gestimuleerd. Het was
beregezellig. Hè waar is de n nu? Voor de gezelligheid zijn toch beren
nodig in deze kwestie? Of, wacht misschien staat bere voor geweldig
(gezellig) en heeft het niets met beren te maken.
Bij
het naar huis gaan, kregen de atleten een presentje met envelopje, waarop een
aanhef met naam. Zo stond er koorknaap ‘Pietje’. Die maakte er schandknaap van.
Hilariteit alom. Het woord zal vast voor schande staan 😉
Nederlands is soms een lastige taal, maar wie de humor erin ziet soms ook geinig.
Jazz I
Speel John
speel.
Wat moet ik spelen?
De sax. Blazen man.
Ik hang op de
bank,
naast mij zit John C,
jazz vult ritmisch de ruimte.
Drums, bass,
sax,
Coltrane, ritme, stuwend.
Wauw, what a vibe.
Zeggen de
woorden iets?
Ja! Komen ze tot de kern?
Nee, dat redden ze net niet.
Jazz II
Je moet het
voelen, ondergaan.
Zo is het met veel. Woorden
schieten vaak te kort.
Laat deze
poëzie maar zijn
waar het is en luister naar
de sound, cadans en klanken.
Wat heeft het
zelf te zeggen
dan enkel het geluid
wat ligt erin verscholen?
Van donkergeel
naar bijna oranje staat de bos asters in een vaas op tafel. Zonder enige zichtbare
emotie slaat hij de schrijver gade. Die zit achter een pas aangeschafte laptop.
Af en toe lijkt het of hij pauze neemt, voor zich uit staart en met de handen
zijn gezicht bestrijkt.
‘Hallo
schrijver, zie je mij nog staan?’
‘Ja natuurlijk, al lijkt het soms minder.’
‘Dat was eerst wel anders. Je genoot van mij en ik van jouw aandacht.’
‘Doe ik nog steeds hoor. Alleen de dagen zijn inmiddels weer gewoon aan het
worden. Dat begrip, gewone dagen, is ambigu. Enerzijds ‘vergeet’ ik dan het
bijzondere in het algemene, anderzijds mijn doen en laten komt langzaam weer in
de oude toestand. Ik wil die situatie echter niet algemeen noemen. Toch, jouw
opmerking is wel een eyeopener om alert te zijn.’
Er was regen
opgegeven voor vandaag. Even, zo rond het middag uur, leek het erop. De lucht
trok dicht met donkere wolken. Nu is de lucht opgeklaard en lijkt het vals
alarm.
‘Om op je
vraag van zojuist terug te komen; waar kijk jij graag naar, behalve naar mij,
de schrijver?’
‘Mmm, de snuisterijen op tafel.’
‘Wat is daarmee?’
‘Het is geen troep hoor, maar rommelig. Met een schuin oog kijk ik naar het
blad dat opengeslagen ligt naast je laptop. Ik lees mee en zie in vette rode
letters ‘Stijloefening Voor Volle Dagen staan’. Onder punt twee, of eigenlijk
erachter, staat als titel: het object. De bedoeling is dat twee objecten met
elkaar in gesprek gaan. Het lijkt erop dat wij dat doen.’
‘Als je mij
als object ziet, wat heb je mij te vertellen?’
‘Ik heb je
meer te vragen. Bijvoorbeeld bij wat er aan de muur hangt. Ik zie een rund, een
kneu, en een beeld. Die laatste hangt niet, maar staat voor een muur. Kun je over
die dingen meer vertellen?’
Het lijkt wel
of de lucht opentrekt. Er is zelfs wat blauw te zien. In de vijgenboom bungelt
een pimpelmeesje aan een takje. De schrijver tikt en tikt. Heeft er plezier in.
‘Het rund is
getekend door een vriend. Het symboliseert wat belangrijk is voor hem. Zo is de
vriend een beetje bij mij, als ik naar de tekening kijk. Dat geldt ook voor de
kneu in prachtkleed. Hij herinnert mij aan het samenzijn met een andere vriend
en onze liefde voor de natuur en de ervaringen die wij samen deelden. Dat geldt
ook voor het beeld. Ieder mens heeft wel enige binding met kunst. Een vriend, de
maker van het beeld, noemde het ‘Door‘.
‘De ene mens is door, de andere niet. Snappie?’
‘Mmm’.
‘Ik leg het nog wel eens uit’.
Iedere dag ziet
de schrijver de objecten. Soms staat hij er even bij stil. Denkt hij aan de
makers en is hij even bij hen.
De zon gaat
schijnen. De schrijver trekt de stoute schoenen aan. Even genieten van het ‘bijzondere
in het algemene’, denkt hij en vermoed ik.
Tijd – toen en nu
wijzers
bewegen, beweging is tijd,
keuzes dagen uit tot herscheppen,
veranderen dat wat was
‘vergeet’ het
verleden, varieer nu
met de blik op de toekomst
maar wanneer
het verleden
ruist en rinkelt als een feest,
is dit een droom in het heden
en voegt de
toekomst niets meer toe
aan wat al is geweest
II
nu ik hier
zit, voel ik dat er
veel is verloren, maar ik moet
zuinig zijn op mijn tranen
ik sta voor
vele keuzes
moet ik vluchten voor wat ik mis
verder weg dan waar ik ooit was
Onweer
voor de
donder heerst stilte.
de lucht is pikzwart, ik wacht af.
mensen gaan
naar binnen, of
kruipen in een regenpak.
wachten. op de
genadeklap,
wind en regen. angst geen beven.
bijna thuis,
was daar de dreun.
de eerste druppels vielen. ik rilde,
had achteraf
gezien, geluk gehad.
bomen omgewaaid takken afgeknapt.
onweer was
voor even on-weer.
mijn geluk geen on-fortuin.
Terwijl
ik liefdevol, alsof ik mijn geliefde streel, met mijn vingers langs de
binnenkant van het dakraam aai, het vocht van de lekkage betast, naar buiten
kijk en het raam open om de bedompte nachtlucht te verdrijven, ik had het raam gesloten
voor te harde wind, kruipt een roodborst over de knot van de wilg, op zoek naar
insecten.
Ik
kijk de kamer rond als ik deze woorden schrijf. Op de tafel staan verwelkte rozen
in een vaas, ze dragen de kleuren kardinaalsmuts rood, helder wit en verliefd
ros, het groene blad is nog fris en stevig. Hun schaduw hangt over de
fruitschaal waarin kiwi’s en mandarijnen. Straks ga ik naar Schiedam, althans
dat is mijn plan. Misschien schiet ik leuke plaatjes en krijg ik inspiratie
voor mooie zinnen.
In
een kamer op de eerste verdieping, die als relax- en werkkamer dient, klap ik
de strijkplank open en breng het strijkijzer op temperatuur. Door het raam werp
ik schuins een blik naar buiten en zie de lucht scharkeren van licht naar
donker. Een vage regensluier maakt hem wazig en ik … ik schrijf wat poëzie.
licht
is als lucht
heeft de verleiding
te reflecteren op het
belang daarvan
wij elkaar. rossig en koud
ligt de dag - open.