vrijdag 9 augustus 2013




   gras breekt het asfalt
   de wind drijft wolken uiteen
   zie - zonder woorden

vrijdag 19 juli 2013

De stoofpot van Utrecht




Dinsdag. Het is rustig maar warm onderweg als Jade en ik op ons gemak naar Utrecht rijden. De route naar Maarschalkerweerd ligt uitgeschreven op de schoot van Jade. Samen met haar alertheid zullen we ongetwijfeld zonder oponthoud bij de atletiekbaan arriveren. Toch gaat het mis. Bij de laatste rotonde verliezen wij het zicht op de vele rijbanen die daar op aansluiten en opeens verlaten we Utrecht richting Houten. Verderop keren we om. Nog eenmaal missen we een afslag, Galgenwaard, maar dan rijden we langs het stadion van FC Utrecht recht op ons doel af. Het is goed om oude relaties in stand te houden, want ter plekke wijst Gert ons een vrije parkeerplaats. Om even voor drie uur nemen we plaats op de snikhete tribune – hoe warm moet het wel niet op de baan zijn. Die middag genieten we van de mooiste prestaties waarvan de tweede plek van  Tasa  Jiya 100m meisjes de uitschieter is. Ook Kylian komt nog even buurten. Enthousiast vertelt hij dat hij als zesde geplaatst is en in trainingen tegen de vijfenzestig meter werpt. Dat belooft wat voor donderdag als hij op het onderdeel speerwerpen in actie komt. Vroeg in de avond rijden we terug naar huis. Op de schoot van Jade ligt wederom de uitgeschreven route. “Die hebben we donderdag niet meer nodig”, zeg ik gekscherend. Jade kijkt mij lachend aan.


Donderdag. De temperatuur rondom het tartan is opgelopen tot tropische hoogte. We poseren ons in de bocht net na de start. Vanaf hier kunnen we het hoogspringen en het discuswerpen prima volgen. Ook staan we pal bij de start van de 100 meter horden wat vooral voor Jade een spannende ervaring is. Na het discuswerpen waar Rody Wolf een prima vijfde plek bemachtigde trakteert Jade op een ijsje, likkebaardend sjokken we naar de speerwerpsector. We nemen plaats op de ‘tribune’ van gras. Als de gladiatoren later aantreden loop ik naar het coach gedeelte. Jade volgt in mijn zog. Ter plekke zijn ook Keith en Jurgen gearriveerd, beide zijn coaches van het ATR. Dan ineens voel ik een hand op mijn schouder en meldt ook Jacqueline zich. Zij is deze week de werpcoach van de Nederlandse ploeg. Vier coaches op een atleet, nu kan het toch niet meer misgaan? Na drie worpen plaatst Kylian zich dan ook met 62,37 meter voor de finale. Zijn werptechniek is die middag prima, al laat hij veel liggen bij zijn impulspassen en zijn blok. Uiteindelijk wordt hij keurig vijfde. Dat Kylian deze middag in goed gezelschap verkeert, bewijst het feit dat de winnaar zich met zijn worp geplaatst heeft voor de WK.


Na felicitaties, knuffels en een babbeltje, rijden we tevreden naar huis. Jade is stil. Is zij onder de indruk, of…? Ik kijk om en zie haar knikkebollen. Je slaapt toch niet Jade? Nee hoor, maar wel bijna zegt zij lachend.




     

donderdag 18 juli 2013


                                             zachte zomerbries
                                    tussen raam en kozijn wiegt
                                    versleten spinrag

maandag 15 juli 2013

verdwaald



Er bevindt zich in de streek waarin wij op vakantie zijn een uitgestrekt netwerk aan public foothpaths. Deze paden zijn vaak op elkaar aangesloten en slingeren door het heuvellandschap, langs bosranden en de mooiste pittoreske dorpen. Om niet te verdwalen hebben wij een gedetailleerde kaart aangeschaft. Nadat we de auto aan de rand van Balcombe geparkeerd hebben lopen we de eerste kilometers langs het Ardingly reservoir. De op het informatiebord beloofde ijsvogel laat zich niet zien, wel worden op een tak jonge grasmussen door hun ouders gevoerd. We dwalen over de weiden van West Hill en houden halt bij een zinken voedertrog. De trog doet dienst als ruggensteun als we onze boterhammen opeten. Onder ons stroomt de Ardingly naar het meer. Een zachte bries droogt mijn bezwete rug. Met de kaart uitgevouwen voor ons op de grond bepalen we het vervolg van onze route. We dalen de heuvel af en volgen het pad door een bosperceel. Een houten brug over een rivier brengt ons bij het oude ‘Boat House’ en de Royal Botanic Gardens van Wakehurst Place. Op de parkeerplaats van de tuinen staan zeker honderd auto’s. Nieuwsgierig als we zijn besluiten we een kijkje in het bezoekerscentrum te nemen. Het gebouw heeft veel weg van een uit de kluiten gewassen
hobbywinkel annex restaurant. Er is van alles te koop van potjes gevuld met jam tot bloemenzaad, van tuinhandschoenen tot fleurig versierde agenda’s. Hier moet je echt liefhebber van zijn. Ik ben dat niet. Snel verlaat ik dan ook het gebouw en wacht buiten op mijn vrouw. Als we later via Warrens Wood en Newhouse Farm terugkeren naar Balcombe zijn we ineens de weg kwijt. Het pad op de kaart blijkt in werkelijkheid niet meer te bestaan. Met de kaart in de hand dwalen we tussen bomen en varens over paden die, gezien de printen op de grond, ook gebruikt zijn door damherten. De kaart gaat in de rugzak, die is tijdelijk onbruikbaar. Op gevoel dwalen we door het bos om uiteindelijk bij de Botanic Gardens uit te komen. Nu pas beseffen we hoe groot die tuinen zijn. Werkelijk uit alle delen van de wereld zijn grote thematische tuinen aangelegd. Geweldig mooi allemaal. Uiteindelijk na een wandeling van bijna zes uur komen we bij het bezoekerscentrum uit. Daar waar ik het die ochtend nog geen vijf minuten uithield sluit ik nu vriendschap met de restaurateur. Een flink stuk notenkoek en een warme pot thee doen nu wonderen en langzaam verdwijnt mijn vermoeidheid. Jose peuzelt en drinkt natuurlijk lekker mee. Morgen doen we het rustig aan beloven we ons zelf. Maar of dat gaat lukken?

woensdag 10 juli 2013

De monnik van Canterbury



Een baan zonlicht verlicht onze slaapkamer. Buiten fluiten enkele zanglijsters hun ochtendlied. Als de gordijnen zijn opengeschoven, het raam is geopend en de zilte zeelucht de kamer binnenwaait bereiden wij ons langzaam voor op het ontbijt. Verwachtingsvol betreden we de ontbijtkamer waar een geur van vers gebakken brood ons doet watertanden. We kunnen kiezen uit een Continentaal- of een echt Engels ontbijt. Wij houden het bij ons vertrouwde ontbijt van thuis, al geven de snippers zalm in de scrumbled eggs toch een Engels tintje aan het ontbijt mee. Dan ineens vliet er een zwaar penetrante vislucht door de ruimte die mij als niet visliefhebber bijna doet kokhalzen. Naast ons blijkt een echtpaar een gebakken panharing te nuttigen. Vlug spoel ik mijn broodje weg met een slok zwarte lauwe thee. Genieten van mijn ontbijt kan ik niet meer.

Een echte gentleman gekleed in double breasted jasje vertelt ons later spontaan de weg naar Canterbury. Aan de rand van het centrum parkeren we de auto. Canterbury is een oud vestingstadje met een grote middeleeuwse kathedraal. Tevens bevinden zich in het oude centrum een aantal voormalige kloosters, waarvan de tuinen nu dienst doen als publieke stadstuinen. Langs een van de tuinen loopt een beek. Een flinke boomtak hangt zwaar over het water, zijn bladeren spelen met het zonlicht. De weerspiegeling van het spel uit zich op het water, waar licht en donker mij in een roes brengen. Op een boogbrug loopt een monnik in bruine pij. Hij glimlacht naar mij. Zo ontmoet ik hem eindelijk in levenden lijve, Pater Bob, mijn alter ego. Na een lunch tussen madelief en klaver lopen we via de stadswallen naar de auto en rijden we over de Route 25 naar Balcombe, onze ‘thuisbasis’ voor een weekje Engeland.



op de rotonde

claxonneert de Engelsman

de Dutchman schrikt

dinsdag 9 juli 2013

Een weekje Engeland



Liefkenshoektunnel. Als we die achter ons gelaten hebben, rijden we langs plaatsen met de mooiste namen: Kruibeke, Jabbeke, Veurne. We rijden dan ook in West-Vlaanderen en zijn op weg naar de Franse kustplaats Duinkerken vanwaar de ferry ons naar Dover zal varen. Het haven gebied van Duinkerken lijkt veel op de Maasvlakte anno de vroege jaren tachtig, veel braakliggend terrein dat overwoekerd is met een diversiteit aan boomsoorten en planten. Een eldorado voor hen die graag door ruig gebied struinen. Een klein half uurtje wagen we ons dan ook in die ruigte. Op het moment dat de zang van de cetti’s zanger ons dieper het struikgewas in lokt, is het tijd om de laatste kilometers naar de veerpont af te leggen. Het inchecken en de reis over een kalme zee verloopt soepel en twee uur later rijden we door de straten van Dover op weg naar ons hotel in de omgeving van Canterbury.

Het Hotel is een oud landhuis en via smalle gangen en krakende trappen stappen we onze kamer binnen, die geheel in de stijl van de romantiek is ingericht. Vanuit het raam dwaalt onze blik over de glooiende tuin met zijn oude eiken. Een grijze eekhoorn beweegt zich als een acrobaat over een smalle schutting en verdwijnt in het groen. ’s Avonds in de schemer waag ik een wandeling, wie weet tref ik nog een uil. Achter de coniferen die langs het pad groeien, staan diverse caravans. Deze worden bewoond door fruitplukkers die zich voorbereiden op de pluk van rijp zomerfruit. Af en toe duikt er een vanachter de coniferen op om te zien wie die ‘indringer‘ in het donker is. Als zich meerdere plukkers melden, die bovendien argwanende blikken op mij werpen, besluit ik om er tussenuit te piepen. Je weet immers maar nooit.

de eik groot oud
verdwijnt aan de bosrand
een houtduif vliegt op
 

   

woensdag 12 juni 2013

Zouweboezem


    
De Ka deint onhoorbaar op het water.
Losslaan kan niet daarvoor is de wind te zwak.
Boven oeverriet, dat golft van licht- naar donkergroen
zweeft gitzwart een stern.

Als we tegen een boom gezeten,
langs de oude fruitgaard onder de zon door naar de einder
turen, vliegt een koperkleurige reiger op uit een smalle sloot.
Stil staren wij hem na.

Op de kade tussen plas en dras
sluip ik op mijn knieën naar de waterwilg toe.
Daar, diep verscholen speelt de bosrietzanger diefje -
Ik verlos hem.

Nog steeds deint De Ka op het water
Tanige touwen laten haar vieren, losslaan kan niet.
Hier begon de tocht langs de haven, waar tussen de huizen
de zwaluwen gierden.