maandag 26 maart 2012

De Mensch


Of ik zin had om mee te gaan naar de Holterberg, was het verzoek. Ter plekke zouden we dan het korhoen kunnen bespieden tijdens zijn balts, het zogenaamde bolderen. Zo gebeurde het dat, om drie uur in de morgen, de wekker een einde maakte aan mijn nachtrust. Een half uur later reed ik met mijn vriend Peter naar het afgesproken meetingpoint om vandaar samen met zes andere vroege vogels op pad te gaan naar Overijssel.

Achter een singel van berken en laag struikgewas, klimt een bloedrode zon traag omhoog. Witte Wieven die mysterieus als flarden mist boven de heide zweven, lossen langzaam op. Een nieuwe dag breekt aan. Veldleeuweriken vliegen hoger en hoger in de lucht om in een punt te verdwijnen. We genieten ademloos en zonder woorden. De lullula arborea[1] doet zijn naam eer aan als hij al lu-lu-lu roepend met twee soortgenoten boven bomen ‘vecht’ om een territorium. In de verte, hoger gelegen in het veld staan een tiental vogelaars in slagorde opgesteld. Enige opwinding onder hen doet ons vermoeden dat het korhoen zich laat zien. De klapekster waar wij naar staan te turen wordt vergeten. Even later staan twintig vogelaars te staren en te wijzen naar een rode stip in de verte: het korhoen. De vogel boldert. Even zet hij zijn veren uit, spreidt zijn witte staart en wipt op als een kat die last heeft van vlooien. Voor dit wazige tafereel zou ik dus vroeg mijn bed uit zijn gegaan. Gelukkig wist en weet ik beter. Een dag in de natuur met gelijkgestemden, het genot van en met elkaar, dat is waarom ik op pad ben gegaan. Het zien van het korhoen is meegenomen, zeker als je weet dat de kans groot is dat hij volgend jaar niet meer voorkomt in ons natuurarme Nederland.



een bloedrode zon
laat de witte wieven
langzaam verdwijnen


[1] Boomleeuwerik

donderdag 22 maart 2012


Op tafel lag een witte enveloppe. Vrijwilligerscentrale Spijkenisse was de afzender. Ik maakte hem open en las tot mijn verbazing dat ik genomineerd was voor de jaarlijkse vrijwilligersprijs. Koortsachtig schoten allerlei gedachten door mijn hoofd. De week die volgde gooide ik her en der aas uit om te achterhalen wie mij genomineerd had. Het bleek Zorgboerderij Moed en Vertrouwen te zijn, de locatie waar ik hulpboeren met een verstandelijke beperking begeleid bij hun dagelijkse werkzaamheden.

Als ik de hal van het gemeentehuis binnenwandel klinken jazzy klanken door de ruimte. Ze blijken afkomstig van een saxofoonkwartet, dat weggestopt is aan de zijkant van de hal. Langzaam vult de hal zich met mensen die kennis maken met elkaar of zo maar een gesprek aanknopen. In de Burgerzaal, daar wordt de prijs uitgereikt, wordt op een wand met dia’s kunst vertoond. De kunstwerken zijn vervaardigd door plaatselijke kunstenaars. Ik neem plaats achter in de zaal. Bijna uit het zicht van een ieder en pal naast de nooduitgang. Je weet maar nooit. Tijdens het begeleidende praatje van de wethouder stijgt de spanning: Wie is de vrijwilliger van het jaar 2012. Ik niet en vele anderen niet maar toch ook weer wel, want het is precies zoals de wethouder ons vertelde, “de uitgereikte prijs staat symbool voor elke vrijwilliger”. Met deze woorden kan ik leven. In de hal geniet ik nog even na in gezelschap van vrolijke mensen. Als ik het gemeentehuis verlaat blazen de saxofoons Summertime. Deze avond klonk nergens een valse noot.




Zomertijd klinkt
Gershwin draait zich vrolijk om
Onsterfelijke klanken

zondag 18 maart 2012


Mijn vrouw had de onbedwingbare drang om naar de zuidpunt van La Palma te reizen. “Wat is daar te zien dan”, vroegen wij ons hardop af. “Een vuurtoren, wat strandjes. Nou, ja het lijkt mij gewoon leuk om daar heen te gaan”, repliceerde mijn vrouw. Volgzaam schoven wij in de auto, mijn vrouw was chauffeur. Trek in eten deed de stemming bij mij en mijn dochter dalen. Dat met het feit dat de zuidpunt maar niet werd bereikt en ook nergens de door de reisgids beloofde eettentjes te bekennen waren, had kunnen leiden tot een vakantieruzie. Maar juist daar hadden wij ons op voorbereid, dat zou ons niet overkomen. We parkeerden de auto bij de eerste de beste toeristische bezienswaardigheid: een zwart lavastrand met daarnaast een zoutwinningbedrijfje en vuurtoren. Het was daar zo mooi dat we ter plekke onze honger vergaten. Gewapend met een daar gekocht busje zout reden we later door een vulkanisch landschap. Ineens doemde er een bodega voor ons op. Konden we ons toch nog tegoed doen aan drank en warme spijzen.



     Lavastrand
golven rollen  in
  schuim uiteen

zaterdag 10 maart 2012

De Mensch


Vanaf mijn balkon kijk ik uit over Los Llanos De Aridane. Tussen brede wegen ligt een wirwar aan straten en stegen met daarin huizen in karakteristieke kleuren zoals groen, lila en blauw. Her en der verspreid, in grote aantallen liggen waterbassins. Deze bassins worden bewoond met, dat blijkt ’s avonds laat, een enorm aantal kikkers en padden. Die beesten maken een groot kabaal dat monotoon aanhoudt tot een uur of twee ‘s nachts. Dan is het stil tot een uur of vijf, als ontelbare hanen een nieuwe dag inluiden. In stilte verlaat ik later ons appartement voor een kleine ochtendwandeling, de stoelgang kan immers onverwachts op gang komen. In het struikgewas langs de weg de zang van een kleine zwartkop en verderop net voorbij enkele avocadobomen kwetteren enkele kanaries. Als ik terugkeer zie ik de plaatselijke kleine zilverreiger naar zijn vaste stekkie vliegen. Hij zal zich te goed gaan doen aan een kikker die schor en moe is van het kwaken. Op de valreep pluk ik nog wat sinaasappels waarvan het sap straks het ontbijt kleur zal geven.


Kikkers hanen en honden
Doorwaakt ervaar ik een
Nieuwe dag

zondag 4 maart 2012

De Mensch


Angst, dat is wat mij jarenlang tegenhield om te gaan vliegen. Het moet er langzaam, als een gif, ingeslopen zijn. Ondanks alle statistieken die beweren dat vliegen één van de veiligste manieren van reizen is, was ik met geen mogelijkheid een vliegtuig in te krijgen. Met een portie kalmte, ironie en zelfhypnose heb ik mij over mijn angsten heen getild. Aldus bracht ons gezin de afgelopen week op La Palma door. Om precies te zijn in de kleine stad Los Llanos De Aridane. Na ons ter plekke gemeld te hebben bij de eigenaresse van ‘ons’ appartement, mochten we haar per auto volgen door een doolhof van nauwe stegen en dito straten de heuvel op, alwaar ons onderkomen gelegen was. Achteraf was deze trip een bode voor naderend, doch door ons nog niet onderkend, onheil. Aan het einde van de middag reden wij terug naar het stadscentrum om proviand in te slaan en te genieten van culinaire creaties ter plekke. Na ons diner dwaalden we nog even door de schaars verlichte stad waar intussen een carnaval losgebarsten was. Straten waren voor verkeer gesloten en gevuld met mensen, muziek en dans. Dit bracht met zich mee dat we via slecht bewegwijzerde omleidingen ons appartement moesten zoeken. Bovendien was er in de stegen en straten buiten het centrum nauwelijks verlichting. Ergo, we konden onze vakantiewoning niet meer vinden. Na ruim een uur dwalen gaven we het op en schakelden de plaatselijke politie in. Die begreep onze precaire situatie en ging ons voor de heuvel op. Maar ach en wee, ook de sterke arm kon ons verblijf niet vinden. Een toevallig aanwezige taxichauffeur werd om raad gevraagd. Uiteindelijk konden we ruim na middernacht ons moede lijf onder fris krakende lakens ter ruste leggen.              

zaterdag 18 februari 2012

De biograaf


Een groot bord vertelt mij dat bezoekers van de begraafplaats hun auto gelieve bij het zwembad dienen te parkeren. Ik glimlach, want op dergelijke wijze ben ik nimmer verwelkomd als ik Dirksland binnen reed. Ik heb, tussen haakjes, nooit geweten dat Dirksland een zwembad bezat. Omdat ik mijn vriend bezoek parkeer ik mijn auto gewoontegetrouw op het grind naast zijn huis. Ik pak mijn weinige paperassen en sluip de woning binnen. “Goedemorgen”, klinkt het vanuit onverwachte hoek. Kletsend over van alles en niets stappen we door enkele vertrekken de woonkamer binnen. Daar vertellen we ons verhaal. Terwijl ik vertel over het manuscript, dat deze week naar de beoordelaar/corrector is gebracht om grondig gelezen te worden, staar ik in afwachting van Niels zijn reactie door het raam. Een zwarte wagen met daarnaast vier mannen in rok en hoge hoed rijdt tergend langzaam over straat. Achter de wagen in gelid een lange, lange stoet rouwenden. Er schijnt geen einde aan te komen. Minstens vijfhonderd stemmig geklede mensen, die staren naar de grond, schreiden waardig voorwaarts naar het graf. Het aan mij voorgeschotelde tafereel is een massaal laatste eerbetoon, een oud schooldirecteur en oud wethouder waardig. Ik denk er, met respect, het mijne van. Maar goed, het gaat in dit schrijven niet over een uitvaart, maar over de prenatale existentie van een ‘biografie’. Het zal niet lang meer duren of zij zal het licht zien. Bijna alle hoofdstukken zijn geschreven. Over twee wordt nog nagedacht. Het zijn voor Niels en mij spannende tijden. Want, ben ik geslaagd als schrijver / ‘biograaf’. Wij verwachten van de beoordelaar een eerlijk antwoord. Het kan zo maar zijn dat al ons zweet, bloed en tranen naar de prullenbak worden verwezen. In dat geval stel ik voor om met enkele getrouwen in ganzenpas, als laatste eer voor al ons werk, achter de vuilniswagen aan te lopen. Maar wat doemdenk ik nu, misschien zijn de geschreven fragmenten uit het leven van Niels wel een feest om te lezen.

zondag 5 februari 2012

De Mensch


Winter. Ik loop naast de sporen van een haas en tuur over het water. Boven het water hangt in vlagen een melkwitte nevel. Schimmig grijs zijn de silhouetten die dobberen tussen schotsen ijs. Hoog boven mij in de blauwe lucht schenkt de zon de aarde gul haar stralen. Ze weerkaatsen op de witte buiken van overvliegende ‘brandjes’. Verder is het ijzig stil. Ook de roerdomp, hier door mij verwacht drukt zich door de kou. Ik moet het met het landschap doen en wat klein gespuis dat langs een slootkant voor mij opvliegt. Een winterkoning scharrelt vlak bij mijn voeten tussen dood gras. Schuins kijkt hij mij aan, dan hupt hij verder. Aan twee stengels riet, in spagaat, een rietgors. De acrobaat scheurt haast in tweeën als een zachte bries de stengels uiteen wijkt. Boven de dijk jaagt een slechtvalk in strakke lijn achter een wulp aan. Telkens slaat hij met zijn gele klauwen naar de wanhopige vogel. Een ongelijke strijd. Als de wulp bij een laatste slag doelloos naar beneden dwarrelt, lijkt de zaak beslecht. Een bonk bruine klei is zijn redding. Nog eenmaal scheert de valk laag over zijn vermeende prooi om op de bevroren akker geduldig te wachten. Ik loop verder en volg het prrietprie van de veldleeuwerik. Op een veldje zie ik ze zitten met hun malle petje. De beestjes zijn op doortrek vanuit het nog koudere noorden van Europa. Dit moment is voor mij een mooi slotakkoord. Morgen is er weer een dag.