dinsdag 27 januari 2026

Nichtevecht Ankeveense plas
boven het water rood de zon
libellen muggen zoemen zacht

zwart water tussen wilg en els
‘n gezonde geur van verrotting
geen stadse stank rook of herrie

vaartuigen varen liggen in stilte
fabrieksschoorstenen niet te zien
alleen hier of daar heel oud een -

oude in rode baksteen en veilig
een kalkoven of stoomwasserij
in rugzak koude thee en brood

 

Sluit de ogen na het lezen van dit gedicht. Ervaar het moment, of ga eens aan de oever staan bij kasteel Doorwerth langs De Waal, kijk naar de overkant, beleef de gebeurtenis van dit gedicht.

 

zaterdag 24 januari 2026

In de O-O-GO van de maand februari met als thema Metamorfose staat een gedicht van mij gepresenteerd, zie hieronder. Bestel of koop eens zo'n leuk vormgegeven blad. Dit keer met Illustraties die het thema uitbeelden, of bezoek een optrede.

https://dereizendedichters.nl


 


woensdag 21 januari 2026

Argos

Alsof hij honderd ogen heeft, die alles met aandacht in de gaten houden, vertelt de boswachter zijn verhaal.

Hoe het begon: met zijn vader loopt de kleine jongen door het park. Op een stil plekje, geen wandelaar is te zien, wijst zijn vader op een voetbalgrote bol, waarin in het midden een klein gaatje is te zien. ‘Weet je wat dat is?’ ‘Nee,’ is het antwoord, waarop de vader zijn verhaal doet. Het blijkt het nestje van de winterkoning te zijn, in de vogelaarsvolksmond ook wel Klein Jantje genoemd.

Zijn publiek kijkt vol interesse toe, doet mee op die momenten wanneer zij aanvoelen dat ze mee kunnen doen, stellen vragen, vertellen anekdotes van wat zij weten en mee hebben gemaakt. Vogelplaatjes en geluiden worden tevoorschijn getoverd. De boswachter gaat zo in zijn ‘spel’ op, dat hij vergeet waar hij in zijn verhaal was gebleven als hij even op zijn pad een zijweg was ingeslagen.

En dan ineens zegt de klok: brei er een eind aan. Het is tijd voor de lunch. Er volgen bedankjes, vrolijke gezichten en zichtbare blijdschap. Een iemand vertelt over een vader, een Spartapiet. Direct is er een klik, want ook de boswachter is een Spartafan. Als hij zijn jas aantrekt, wordt hij op zijn schouder getikt. Wat hij ziet is een oorkonde van lang geleden, de vader van iemand uit het publiek was toen deze nog leefde, de trotse eigenaar.


woensdag 14 januari 2026

 

Na een vorstperiode waarin fikse sneeuwval en ijzel de aarde teisterde, en ondanks het feit dat vele kinderen met hun ouders sleetje konden rijden, waarvan zij beiden genoten, maar die hen min of meer dwong om veiligheid in acht te nemen en binnenshuis te blijven, viel er in de nacht die erop volgde een forse, langdurige regenbui die, hoe kon het anders, tot hun geluk de wegen veilig begaanbaar maakte.

Ze ontmoeten elkaar ergens onderweg en raken in gesprek.

‘Goedemorgen, nog wat gezien?’
‘Nee, wel gehoord. Een havik’.
‘Leuk, ik had wat staartmezen in mijn tuin’.

‘Jij schreef mij gisteren dat mensen jou kinderachtig vinden omdat je van alles te veel verlangt. Hoe zit dat nu?

begeerte naar het geheel
wat niet haalbaar is waar-
door het zonder waarde is

‘Dat is de enige reden dat ik blijf schrijven: het zoeken naar het ware verhaal, het schrijven van het ultieme boek. Maar misschien is die vertelling niet te vinden.

het verlangen te groot voor vervulling

‘Mocht dat mislukken, dan ben ik in ieder geval een mislukkingskunstenaar, en een kunstenaar wil ik zijn en blijven, ook al is het gedoemd te mislukken’.

 




 

 

dinsdag 6 januari 2026

 Emoties

‘Wat nou klimaatverandering. De ouderwetse sneeuwval wijst daar toch niet op.’
‘Denk eens na, waar komt die troep vandaan; bevroren smeltwater uit het noorden. Waardoor is dat gesmolten?’

Zo keuvelen zij nog even door. Maken grappen en grollen. Ineens proest een zich uit, laat zich haast helemaal gaan.

Zo wat ben jij blij
Ja eindelijk heb ik mij
kunnen uiten -woede en haat
maar nu heb ik spijt

Stel nu eens dat elke emotie een kleur heeft, bijvoorbeeld rood van woede. Diegene uit de poëzie hierboven zou dan een nieuwe kleur en naam hebben, ik tel immers vier emoties. Die kleur zou kunnen wijzen op een nieuwe emotie, hoe die te  noemen?

Soms in een warm voorjaar verwisselen wilde veldbloemen van plaats. Er ontstaat een prachtig veldboeket. ‘Kijk eens bloemen van vreugde en verdriet.’,  kan het dan klinken omdat de bloemen vreugde geven bij verdriet.

zaterdag 3 januari 2026

 

Een lichtflits doorklieft de donkere ruimte buiten. Niet veel later breekt een dof ‘gerommel’ de stilte. Vast onweer denkt de schrijver, en ja, enkele tellen later roffelt winterse neerslag op het raam. Code geel en oranje, verdeeld over het land; pas op voor gladheid!

Er bestaat een interessant verschil tussen de stoïcijnse versie en de epicurische versie van de pathische apathie. Moeilijk (?), blijf lezen het valt mee. Een stoïcijn blijft onder druk van emoties kalm, een epicurist vindt dat het denken en de deugd het hoogste goed is. Pathie is een ander woord voor passie, a-pathie is niet-passie. Laat het rustig bezinken en lees verder.

Een jonge man vroeg aan een stoïcijn in oude tijden: of een wijze verliefd kon worden. Hieronder zijn antwoord.

Jij en ik, nog geen wijzen
moeten emoties voor-
komen

Nietig lijken in onze ogen
en onderworpen aan een
ander

Als die op onze gevoelens
reageert is dat olie op het
vuur

Wees bewust van zwakheid
die ons tart blijf rustig kalm
jezelf

Lever je niet uit aan wat dan
ook dat ons meesleept door
verleidelijkheid

Buiten zijn de straten bestrooid met sneeuw. Opgevroren en niet zichtbare plekken zijn daardoor spekglad en levensgevaarlijk om veilig over te steken per voet of fiets. Ik blijf binnen, laat dit blog bezinken en kijk ondertussen zonder gedachten en gevoelens naar een fruitschaal waarop, hoe kan het anders fruit ligt opgestapeld.   

 

 

 

vrijdag 2 januari 2026

 

Samen zitten zij langs de rivier aan een picknicktafel, de lezer vast wel bekend, die meestal houten-eterij-buitenmeubels. De twee eten niet, maar schuiven houten schijfjes, zwart en wit. Ondertussen babbelen ze wat uit de losse pols.

‘Er zijn mensen die erg veel van hun kat houden en denken dat die gevoelens wederzijds zijn. Maar dat dier is vanuit zijn natuur alleen maar uit op warmte en voedsel. En jij bent daarvoor, vindt het egocentrische schepsel, de aangewezen persoon.

‘Maar honden dan?, roept de kynofiel. Die beschouwen jou als baas van de roedel. Wordt de leiding overgenomen, hup, dan lopen ze kwispelstaartend achter hem of haar aan. We nemen onszelf in het ootje. We maken onszelf maar wat wijs dat katten en honden van ons houden vanwege onze uniekheid.’  

‘Mmm. Trouwens, ik heb nu drie dammen, jij maar een. Je kan wel opgeven. Nog een potje?’