Septemberstilte
Het
hoofd van de visser rust in de kom van zijn hand. Beneveld door slaap zit hij
daar. Tussen het riet en een wit nummer achter hem op het asfalt. Ik groet hem en ga
voorzichtig een praatje aan. ‘Goedemorgen’. Zijn hoofd draait langzaam opzij. De
blik op mij gericht. Wie is die vent is vast de gedachte van de visser,
die al sinds half zeven zijn stekkie bezet houdt.
‘Waar
vis je op?’ vraag ik en noem een paar soorten. Heb het over vin-vormen; scherp
en enigszins sikkelvormig, zoals bij een maan. Ik had dat ooit eens van een expert
gehoord en onthouden. Het geeft nu gesprekstof. ‘Oei, je vertelt mij nu iets
nieuws. Het zou best kunnen. Ik weet het niet’.
Zo
kletsen we nog wat verder. Hij in zomerse blouse, ik in korte broek. De ‘windvanger’
hangt losjes om een arm. Een flesje water in mijn hand. Baars, snoek,
snoekbaars zwemmen rond in onze gedachten en het water om de vissen heen.
Een
mooi theater met de wereld om ons heen als regisseur.
Hattie nog iets gevangen?
BeantwoordenVerwijderen