donderdag 30 juni 2022

Couleur locale

Laatst kwam ik in een essay van Joost Zwagerman de term monochroom tegen. Het verhaal ging over een schilder, een Fries. Hij schilderde stillevens. Bijvoorbeeld: ‘Schuur in een landschap’. Dat deed hij overwegend in een kleur: grijs. Als enige nuance bevatte het grijs verschillende tinten.  Nu dacht ik, zou dat ook in een verhaal kunnen? Dus qua sfeer een monochroom getint verhaal. Voor de literator in ieder geval het proberen waard.

Er hangt een lichte en door de zon flauw beschenen nevel over de graslanden. In een perceel grazen tientallen koeien en ver weg blaten enkele schapen. Er staat nauwelijks wind. De landweg die de weilanden omzoomt loopt kaarsrecht langs een water naar een wit kerkje, buigt daar af naar een slapend dorp, om achter de kerk weer tevoorschijn te komen. Langs een aantal verspreid staande huizen vervolgt hij zijn weg. Met een haakse bocht naar rechts rolt het asfalt zich verder uit, tussen twee boerderijen door om aan de einder te verdwijnen. Daar ligt de stad, nog zonder enig teken van leven.

 

Nu is het ook een uitdaging om hetzelfde landschap polychroom, oftewel meerkleurig te beschrijven.

 

De zon schijnt uitbundig aan de strakblauwe hemel. De graslanden staan weelderig in bloei. Boven de kleurenpracht klinkt het gezoem van ontelbare insecten. Een boer verweidt zijn vee. Op de landweg traint een man zijn hond. Hij heeft hem niet onder controle. De hond duikt een weiland in en jaagt een kudde schapen op. Verderop bij een wit kerkje drommen enkele mensen samen. Er is een trouwerij. Een fotograaf schiet plaatjes van het gezelschap. Bij een kleine voormalige boerenwoning komt de eigenaar naar buiten en vraagt aan een voorbijganger om hulp. Een opgejaagd schaap is te water geraakt. Samen trekken zij het door het slootwater loodzware en gitzwart bemodderde dier uit het water, wat nog een hele klus is. Als de weg het landschappelijke voor het stedelijke verruilt cirkelt een politiehelikopter boven de wijk.

 

 

 

 

 

  

 

  

maandag 13 juni 2022

Een dag met een gouden randje

Soms erger ik mij wel eens aan de storende elementen in het landschap op ons eiland. De hoogspanningsmasten en windmolens zijn mij dan een doorn in het oog. Zo ook de ruis van de industrie of een drukke verkeersweg. Wordt het mij teveel, dan verkas ik tijdelijk naar elders. De Kampina in Brabant is in dat geval een uitstekende bestemming.

Vroeg, om de ochtendspits voor te zijn, vertrekken Peter en ik van huis. De reis verloopt voorspoedig en na anderhalf uur houden wij aan de zuidrand van het natuurgebied een koffiestop. Als wij energiek  verder rijden, steekt er een vos vlak voor de auto de weg over; als dat geen krentje is! In goede stemming, zo die er al niet was, lopen wij verderop het bospad op.

Het is of wij in een theatraal opgevoerde vogelsymfonie terecht zijn gekomen. Van alle kanten klinkt vogelgezang. Opletten dus: wat zit waar? Opeens klinkt de roep van een zwarte specht. ‘Zit hij daar niet, tegen die eikenstam?’ Als ik kijk, vliegt de vogel op en landt vrij in het zicht op een omgevallen boom. Gitzwart en een felrode kruin. Wat een plaatje!

Blij als een kind geven wij elkaar een high five en juist op dat moment horen we de zang van een wielewaal. Die blijkt moeilijker te vinden. Geduldig als wij zijn geven we niet op. Als het vrouwtje zich laat zien en horen komt het mannetje vanuit het hoge bladerdak tevoorschijn. ‘Als het zo doorgaat, blijft er geen pap meer over, maar alleen krenten.’

En zo slingeren wij door het bos, vergezeld van een vriendelijk kabbelend beekje. Op een open plek, waar de rivier breder wordt, stoppen wij voor een slokje water, maken een praatje met twee voorbijgangers en volgen een buizerdgrote roofvogel die hoog boven het veld cirkelt. ‘Is het geen wespendief?’ De vogel zou om het zeker te weten even moeten kantelen. Helaas verdwijnt hij uit het zicht. Deze vogel blijft voor ons een raadsel.



Een dutje midden op de dag doet goed.


Opeens horen wij het gekras van een … Ja wat was het ook alweer? Ondanks dat ik de soort enkele weken terug uitvoerig heb kunnen observeren, moet ik flink zoeken in mijn interne databestand. Pas als het vogeltje in een flits voorbijvliegt is het één en één is twee: een bonte vliegenvanger. Die dag zullen wij nog diverse paartjes ontdekken.

Half in de middag na een koud en wit gekraagd goudgeel Palmpje keren wij de Kampina, met zijn vennen, beekjes en bossen, de rug toe. Bij ons op het eiland, zullen wij het weer met de hoogspanningsmasten en windmolens moeten doen. Maar ach, daar valt mee te leven. Zij horen er inmiddels bij. Trouwens in een van die masten zal straks de boomvalk weer broeden. Wij kijken er naar uit!       

donderdag 9 juni 2022

Kwinkeleren in de regen.

Even twijfel ik of ik een regenbroek aan zal doen. Ik laat hem thuis, ondanks dat het gestaag regent. Mijn nieuwe paraplu, waarvan de binnenkant versierd is met de meest mooie bloemen, klap ik open. Direct zet ik er stevig de pas in. Twee ringmussen landen vrolijk, althans zo vermenselijk ik de beestjes, op een rasterpaal. Even kwinkeleren zij om vervolgens op te vliegen.

Het water in de vaart geeft, door regen en wind, diverse tinten grijs. Af en toe kantel ik mijn paraplu zodat er waterstraaltjes naar de zijkant stromen. De stroompjes vallen uiteen in vette druppels. Zo speel ik een fijn spel in de lenteregen.

 

Verderop loop ik een bos in. Het geurt en kleurt. Soms laat een vogel zich horen en onwillekeurig moet ik terugdenken aan mijn laatste vakantie in het Zwarte Woud. Ook toen liep ik de regen door een bosperceel. Het had iets mystieks, net zoals nu. Het geeft rust en is absoluut niet onaangenaam. Een natte, klamme broek is dan niet erg.

 

Verfrist kom ik thuis. Om de regendruppels ervan af te wippen, klap ik de paraplu in en uit en hang hem op zijn kop in de schuur te drogen.


zondag 29 mei 2022

Mooi Neerlands

Over het algemeen pas ik modern taalgebruik toe in mijn stukjes. Toch sluipt er zo af en toe een oubollig of ouderwets woord in. Is er iets mis met ‘vergeten’ woorden? Niet altijd, want sommige daarvan zijn het gebruik waard. Mijn vriend herintroduceerde er ooit een: uitspanning. Wie gebruikt het nog?

Om in de sfeer te blijven:

 

In vroeger tijden spande men de paarden uit bij een herberg. De paarden werden verzorgd, kregen haver en water en mochten na een lange reis uitrusten. In de tussentijd laafden de ruiters, of koetsiers zich aan het bier en een copieuze maaltijd.

De plek waar de paarden werden uitgespannen, noemde men een uitspanning. Inderdaad vaak een eet- en drinkgelegenheid. Het is leuk om dan een landelijk gelegen café, of lunchroom in een tekst een uitspanning te noemen.

 

Er zijn natuurlijk veel meer ‘vergeten’ woorden om onder de aandacht te brengen. Beogen bijvoorbeeld. Heeft dat met ogen te maken?

Wat beoogt het rijk met de flitspalen langs de provinciale weg?
Dit lijkt in eerste instantie niets met ogen te maken hebben. Toch, het voorvoegsel be versterkt het begrip ogen, het wordt daardoor een werkwoord. Ogen doorzien een situatie. Zij reiken als het ware naar een betekenis en geven een duiding aan die situatie. Anders gezegd: Wat tracht het rijk met de flitspalen langs de provinciale weg te bereiken?

 

Zo af en toe een oubollig, ouderwets, of archaïsch woord of begrip is niet erg en kan zelfs een tekst leuk maken.

Taal moet in dier voege worden toegepast, dat onbedoelde neveneffecten worden geëlimineerd. 

donderdag 12 mei 2022

Een driftig mannetje

Driftig doet de winterkoning een uitval naar het dak van de terreinwagen. Omdat ik er net daarvoor een ander exemplaar zag rondscharrellen en omdat het voorjaar is, dacht ik aan balts of zelfs een mogelijke liefdesdans. Dat laatste is een krent in de pap voor elke vogelaar, al voel ik mij in dat geval ook een beetje een voyeur. Het blijken twee mannetjes te zijn, verwikkeld in een doldriest territoriumgevecht.

Ik sluip nader, totdat ik ze vlak voor mijn voeten heb. Het lijkt een gevecht op leven en dood. En dan ineens ontwart de kluwen zich en vliegt een van hen achternagezeten door de ander, zigzaggend het riet in. Dan keert de rust terug: de overwinnaar neemt zijn zangpost in en ‘kraait’ vol bravoure victorie. 

Het is leuk om te weten hoe de winterkoning aan zijn naam komt. Maar weinig vogels zingen ook in de wintermaanden zo vaak en luidruchtig als de winterkoning, vandaar. Het beestje heeft ook een bijnaam. In de streek waar ik vandaan kom wordt hij steevast, zeker door de oude garde, Klein Jantje genoemd. Leuk, niet?

Het voorjaar is voor een natuurliefhebber een fascinerende periode. Zodra het speenkruid en klein hoefblad felgeel hun bloeiwijze tonen en de eerste zomervogels hun gezang laten horen, wordt het spannend voor de vogelaar. Zo genoot ik onlangs van een wandeling door een bosperceel. De laatste maanden van de winter scharrelden daar op een stukje kaalslag twee grote gele kwikstaarten rond. Zouden ze er nog zijn? En terwijl ik rond speurde, keek ik terloops naar de lucht. Een zwarte kraai vloog door de nog kale beukentoppen. Hij leek achternagezeten door een buizerd. De diep gevorkte staart wees echter op een rode wouw. Als dat geen krentje is!

Nog even terug naar de winterkoning. Hij laat vanaf zijn zangpost duidelijk aan soortgenoten horen en zien: dit is mijn territorium. Blijf weg! Sommige soorten kunnen als goede buren in hetzelfde territorium leven. Winterkoningen, roodborsten en heggemussen kunnen het vaak niet goed met elkaar vinden.


De roodborst, een nieuwsgierig en alert vogeltje. Foto: Peter Ganzeboom

Trouwens, laatst zag ik een roodborst met nestmateriaal in zijn bekje. Stoïcijns deed ik net of ik hem niet zag. Dolgraag wilde ik weten waar hij zijn nest ging bouwen. Het gaat mij in zo’n geval niet om het vinden van het nest, maar om het gedrag van de oudervogels er omheen. Waar bouwen zij hun nest. Welk materiaal gebruiken zij daarvoor. En wat voeren zij in een later stadium aan hun jongen. 

Het vogeltje was niet van gisteren en hield mij nauwlettend in de gaten. Ik kreeg de indruk dat mijn aanwezigheid hem in zijn bezigheden stoorde en ben snel weggegaan. Want daar gaat het om: zoveel mogelijke genieten en zo min mogelijk verstoren. 

dinsdag 10 mei 2022

Een shirt als toonzetting

U kent ze vast wel, de stelletjes die uniform gekleed gaan. Hetzelfde model fiets en trainingspak plus dito schoenen. Het is mij een gruwel en ik zweer dat het mij niet zal overkomen. Maar het lot, het vreselijke lot …

Laatst waren José en ik door kennissen uitgenodigd voor een gezellige middag met alles erop en eraan. We namen een vriendelijk zonnetje mee en belden aan. ´O, wat een mooi overhemd heb jij aan´ zei de gastvrouw toen zij open deed. ´Dank je, ´ zei ik. Ik voelde echter dat er iets niet pluis was.

Binnen werden wij verwelkomd door haar man. Perplex keek hij mij aan. Wat was het geval­­: Wij droegen exact hetzelfde overhemd.


Hilariteit alom natuurlijk. Toch knaagde het bij de man en nog voor we in de avond de deur uitgingen voor een etentje trok hij een ander overhemd aan.   

woensdag 4 mei 2022

Eerlijk delen

‘Zeg jongens houd eens op met dat geruzie,’ zegt Nienke tegen haar puberkinderen.
‘Chantal deelt niet eerlijk. Ze neemt altijd het grootste stuk.'
‘Stel je niet aan Dylan. Ik denk dat het wel meevalt,’ zegt Nienke sussend.

Zij legt het boek neer waarin zij aan het lezen is en loopt naar haar kinderen toe. Op de snijplank ligt een kleine pizza die inderdaad niet netjes doormidden is gesneden. In de oven ligt er nog een. Ze haalt hem eruit en legt die op een andere snijplank. ‘Snij jij die eens precies doormidden Dylan!’ Zorgvuldig schat hij het midden in en rolt het pizzames over het rijk gevulde deeg. ‘Voilà,’ zegt hij trots. ‘Exact doormidden.’ ‘Nou, als jij dat eerlijk delen noemt …’ en nog voor er ruzie uitbreekt heeft Nienke een idee.

 

‘Als Cantal deze ene helft nu eens doormidden snijdt, dan mag Dylan kiezen welk deel hij neemt. Dat lijkt mij eerlijk. Zeker als je je bedenkt dat jij, Chantal, juist snijdt.’ Daarna doen wij hetzelfde met de andere helft, máár dan mag Dylan snijden en jij kiezen. Oké?’

 

Het lijkt beiden een goed idee en omdat er nog een pizza is doen zij daarmee hetzelfde. Vooral die laatste twee pizzahelften lijken het eerlijk delen goed te benaderen. Een kniesoor die op een klein stukje meer of minder let.

 

Mopperend omdat de pizza’s intussen koud zijn geworden eten de twee met lange tanden, maar het probleem is opgelost.