zondag 13 maart 2022

Stil de tijd

Wat ik hier nu zie,
was eerder daar ook.

De tijd lijkt stil te staan.
De narcis bij de wilg stak
in een verleden voorjaar
ook zijn kop op in de zon.

De eeuwige kringloop,
achterlaten, beleven,
herbeleven.

Wat ik nu hier zie,
is later daar ook. 

woensdag 9 maart 2022

Langs het Haringvliet

Vandaag heb ik afgesproken met mijn vriend om te gaan vogelen. Onderweg piepen we even over de dijk bij de Beninger slikken. Vanuit de auto kijken we uit over het gebied. Als een vogel over een ruggetje van klei golft en er verderop achter verdwijnt, wordt mijn vriend onrustig. ‘Was het geen waterpieper?’ vraagt hij zich hardop af. Hij opent de deur van de auto, pakt zijn camera, en sluipt naar de vogel toe. Die blijkt gevlogen. Omdat hij verder over de dijk blijft lopen, sluit ik mij bij hem aan. Door een harde en koude wind is het onaangenaam. Bovendien ‘drukken’ de vogels zich in zulke weersomstandigheden. Ze verschuilen zich liever in de luwte. In draf lopen we daarom naar de auto en rijden naar het Kooisteebos, een perceel van Staatsbosbeheer bij Hellevoetsluis.

 

Een deel daarvan is verruigd, zodat het op echte natuur lijkt. De zang van een winterkoning trekt onze aandacht. Het is voor ons een sport om het beweeglijke vogeltje op te sporen in het dode hout en het struikgewas. Een silhouet brengt ons op een vals spoor. ‘Joh, dat is een vuurgoudhaantje!´ zegt Peter enthousiast fluisterend tegen mij terwijl hij mij zacht aanstoot. Wat een mooi beestje is dat toch. De groenige mantel die over zijn rug en deels over de flanken geslagen ligt en het gouden kruintje waardoor het lijkt of er een vuurtje op zijn kopje bandt. ‘Machtig mooi man, het lijkt wel een toverbal.’ Zie hem daar hangen als een kolibrie onder een takje, op zoek naar een insect. Ondertussen is de zon fel doorgebroken. Een grote bonte specht die hoog bovenin een dode boom aan het kloppen is, wordt daardoor optimaal verlicht. De balts is inmiddels in volle gang.



                                            Foto: Peter Ganzeboom - Het vuurgoudhaantje, klaar voor de sprong naar een sappig insect.

 

Maar nog steeds hebben wij ons winterkoninkje niet gevonden. Omdat onze aandacht was afgeleid, is hij hogerop gaan zitten en nog harder gaan zingen: Hé, hier zit ik! En dan ‘hebben’ wij hem eindelijk. We hebben er niet minder lol om dan om een zogenaamde bijzondere soort. En zo op het gemak, de ogen geopend, de oren gespitst, struinen wij door het bos. ‘Het zou leuk zijn om een ijsvogeltje te spotten’ zeg ik. Helaas laat die zich niet zien. Je kan ook niet alles hebben.

 

De volgende dag loop ik op een zonovergoten zaterdag een vogelexcursie op Tiengemeten. Een sperwer vliegt pal voor ons over het struweel, langs de oevers van het Haringvliet. De eerste krent in de pap deze dag. Bij een voormalig haventje is het wederom raak. Een scherpe krachtige fluittoon, ZIE-ti ontlokt mij de kreet: ‘Een ijsvogel!’ ‘Waar?’ ‘Nou daar!’ En ik wijs naar de vogel die snel over het water vliegt.

 

Langs het Haringvliet hoef je je nooit te vervelen.     

dinsdag 22 februari 2022

Nog niet uitgeteld

Telkens verbaas ik mij over de stilte voor een storm. Hoewel stilte? De media en een deel van de burgers waren druk bezig de boel op stelten te zetten. Zelf was ik ietwat stoïcijns: Ik zou wel zien.

De dag waarop Eunice aan land zou komen, begon rustig. Pas in de loop van de middag wakkerde de wind aan tot stormachtig, om in de avond en nacht fikse beuken uit te delen. Zaterdag nam ik de schade op. Als een verdwaasde, maar nog niet verslagen bokser, lag de wijk aan mijn voeten. Er waren dakpannen van de daken geblazen, hier en daar lag een omgewaaide boom en sommige tuinen hadden een schutting minder. Opgelucht haalde ik adem. Pas later vernam ik dat er elders wel een knock-out was uitgedeeld; naast materiele schade was er zelfs desastreuse letselschade

Na een dag luwte kwam de definitieve genadestoot van Franklin, die als Mike Tyson woest om zich heen sloeg. Nu de storm is uitgeraasd ligt de wijk alsnog uitgeteld op de grond. Bomen zijn als luciferhoutjes afgeknapt, of zijn met wortelstelsel en al omgevallen. Complete daken zijn weggevaagd.

Vandaag wordt de schade opgenomen en waar mogelijk hersteld. Wij hebben waterschade net als de buren. Wind, langdurige regenval en opstuwend water van het schuurdak zijn waarschijnlijk de oorzaak. Of ligt het anders? Eerder hadden wij immers ook al lekkage op die plek. Toen konden aannemers het lek niet vinden. Ik zal de wanden, die pas waren gerenoveerd moeten herstellen en wie weet vind ik dan zelf het lek.

Vervelend allemaal, maar uitgeteld ben ik nog niet. Als een ware vuistvechter zet ik mij schrap voor Gladys, de volgende storm!

 

 

dinsdag 15 februari 2022

Een goede vriend

Vriendschap vergroot het geluk en vermindert ellende, door onze vreugden te verdubbelen, en ons verdriet te delen.

 

Cicero. Romeins staatsman en schrijver 106 v.C. – 46 v.C.

 

De muze bestaat. Ik geloof er niet in, ik weet het zeker. Soms stagneert het schrijven en mag de machine gesmeerd worden. De muze reikt mij in die gevallen de oliespuit aan en voorzichtig laat ik dan een drupje tussen de radartjes vallen. Na wat gekraak en gepiep dat overgaat in een zacht ruisen rollen de zinnen dan als vanzelf op het papier.

 

Naast een roman, De Toverberg van Thomas Mann, lees ik ‘Verzet in ecopanische tijden’, een studie van de filosoof Henk Oosterling. Ik had het boek al eens gelezen, maar nu probeer ik paralellen te leggen met het verzet in Covidpanische tijden. Het lukt aardig en ik zie veel overeenkomsten. Straks ga ik op bezoek bij mijn vriend Leon en zal ik het een en ander als gewoonlijk met hem bespreken.

 

Ik parkeer mijn auto op de parkeerplaats langs de Maas in Rotterdam. Het waait behoorlijk en af en toe valt er een spat regen. Met de lift zoef ik naar de vierde verdieping van het flatgebouw waarin hij woont. Als ik uit de lift stap en naar zijn voordeur loop, staat die wijdopen; een mooier welkom is haast niet mogelijk. In de hal staat een platenspeler op pootjes.

 

Vanuit het raam kijken wij uit over de Maas en de erlangs gelegen markante bouwwerken. Ik zie de Willemsbrug en de Hef daar vlakbij. Leon heeft direct een kwinkslag paraat: ‘De ophef over de Hef…’ Een leuke passage om over na te denken. De hef moet tijdelijk deels gedemonteerd worden om een gigantisch groot jacht van een puissant rijke miljonair door te laten. We beredeneren het probleem op filosofische wijze van alle kanten. Uiteindelijk komen wij uit op begeerte.

 

Lunchen doen wij in de Watertoren en zonder dat ik er erg in heb vliegt de tijd. Op de terugweg naar zijn appartement regent het. We steken onze nekken diep in de kragen van onze jas. Binnen praten wij nog wat na en dan is het tijd om naar huis te gaan. De platenspeler waar ik eerder met een schuin oog naar keek, stond voor mij klaar. Ik mag hem meenemen.

 

Thuis probeer ik hem uit. Ik leeg een langspeelplaat van Bobby Hackett en de Ted Easton jazzband op de draaischijf, plaats de naald boven de groeven, laat die zaken en dan rolt de swing de huiskamer binnen om vervolgens hemelwaarts te stijgen. Daar veert vast en zeker mijn vader op bij het horen van zijn muziek. 

 

 

 

   

dinsdag 8 februari 2022

Eindelijk, daar is hij dan: de zon!

Al dagen achtereen hangt er een deken van mist over het land. Maar dan vandaag. Glorieus stijgt zij van roze, naar rood en van rood naar oranje tot hoog boven de horizon. Bij een hoogspanningsmast probeer ik een artistieke foto te maken; een lijnenspel dat contrasteert tegen een fel gekleurde achtergrond. Surrealistisch ook, alsof de wereld in brand staat.


foto Tino van Kampen


Wales, jaren 90 van de vorige eeuw. Ik loop door een heuvelachtig landschap. De temperatuur is aangenaam en de wind draagt de zware zoete geur van bloeiende brem met zich mee. Rechts van mij klatert in het dal een snel stromende beek.

Gisteren zag ik daar een waterspreeuw op een van de keien zich klaar maken voor een duik in het koude water. Daar onderwater zoekt hij zijn prooi: een waterpissebed bijvoorbeeld, of een haft.

Links van mij is het rotsachtig en vanuit een holte duikt ineens een valkachtige vogel op. Het gaat allemaal razendsnel zodat ik hem niet kan determineren. In mijn vakantiehuisje sla ik mijn Peterson open, de vogelbijbel in die tijd. Ik kom tot de slechtvalk. Voor mij toentertijd een nieuwe soort.

In ons land is de slechtvalk ook actief. Al heeft hij geen rotswanden of kliffen tot zijn beschikking. Hier broedt hij op richels van daken, in nissen van gebouwen, of in een oud kraaiennest in een hoogspanningsmast bijvoorbeeld. Vandaaruit heeft hij een perfect uitzicht over zijn domein, om op jacht te gaan.

Langs het Haringvliet en bij de Ventjagersplaten staan ook dergelijke stalen reuzen. Bent u er in de buurt, speur dan de masten met een verrekijker maar eens af. Hoog bovenin ziet u wellicht het silhouet van de slechtvalk. Zoals ik, bij Het Grote Gat.

De zon schijnt fel op de flanken van tientallen wintertalingen, waardoor het groen van hun koppen als lampjes lijken te schijnen. Langs de oevers laven zich, ze zijn nauwelijks te zien, enkele watersnippen.

En dan plots is er onrust op het water. Vanuit de struiken vliegen merels en houtduiven alarmerend op. In een flits verschijnt hij. Ik denk eerst aan een sperwer, maar dan zie ik aan zijn formaat, vleugelvorm en vliegbeeld dat het een slechtvalk moet zijn.


foto Peter Ganzeboom


Heel even is hij er maar. Hij probeert een taling te slaan. Die is hem te snel af. Als een streep keert hij terug naar zijn uitkijkpost om vandaar later een nieuwe poging te wagen.

De slechtvalk observeren? Prima. De balts begint zo ongeveer begin februari. Maar wees respectvol, voor onze mooie natuur. Verstoor niets.

zondag 6 februari 2022

Alles trilt

Muziek heeft de kracht om gelukkig te maken, omdat de trillingen, die uitgaan van juist gecomponeerde noten, bepaalde patronen vormen die een geluksgevoel oproepen.

 

Uit: Goed gezelschap. Sri Shantananda Sarasvati. (Sichting Ars Floreat)

 

 

Dertig jaar geleden was ik met mijn vrouw op vakantie in Schotland. Ons onderkomen, een oud Schots landhuis, lag niet ver bij Inverness vandaan. Wij maakten lange wandelingen en tijdens een van die tochten kwamen wij langs een whiskystokerij. Van sterke drank hadden wij geen sjoege. Bier en wijn was wat wij dronken. Het leek ons aardig om in de destilleerderij een kijkje te nemen. Ik kan mij weinig meer van de rondleiding herinneren, wel van het glaasje honinglikeur na afloop en de fles die we kochten. Een tongstrelend drankje.

 

Jaren later interesseerde ik mij meer in Whisky. Samen met mijn dochter en haar vriend probeerden wij een proefpakket van enkele miniflesjes. Ik moest eraan wennen. Slechts een exemplaar kreeg van mij het label, ‘mogelijk lekker’. Toch, de verhalen eromheen, de legendes en het enthousiasme waarmee erover gesproken en geschreven werd, lieten mij niet los.

 

Tijdens een vakantie kocht ik op een luchthaven taxfree een speciale reizigersuitgave van Johnnie Walker. Deze drank had een smaakcompositie van  Indische kruiden. Ik vond hem lekker. Zo lekker dat ik hem later nog eens wilde kopen. Helaas was  het een gelimiteerde uitgave. Dan maar een andere Johnnie Walker. Red Label en Dubbel Black. Ze waren te drinken en zelfs lekker te noemen, maar zij misten een finishing touch. Wat mij het gevoel gaf van: Het is hem net niet.

 

Intussen bleef ik mij verdiepen in al het moois rondom het Schotse nat. En ik probeerde het ene merk na het andere.

 

Zo zit ik nu met een glas The Balvenie Doublewood in mijn luie stoel, een single malt whisky die twaalf jaar heeft gerijpt in eiken vaten. Eerst zes jaar in een whiskyvat waardoor het een toets krijgt van zachte vanilletinten. Daarna zes jaar in een sherryvat, wat de drank een fruitig en honingachtig aroma geeft.

 

Voordat ik een eerste slokje neem, rol ik het gouden vocht door het glas en geniet van de aroma’s die boven de gouden vloeistof hangen. Pas dan neem ik een nipje, dat ik zo lang mogelijk in mijn mond laat rondgaan. De scherpte van de alcohol is nu verdwenen en elk volgend slokje is lekkerder. Op de achtergrond klinken de nocturnes van Chopin. In gedachten keer ik terug naar het ruige Schotland. Ik heb het goed.            

 

 


woensdag 2 februari 2022

De wandeling

Voordat alles in gang gezet werd, was er stilte, of misschien een zacht gezoem. Vanuit die stilte ontstond creatie.

Ik las dat meditatie die stilte ervaart en dat vandaaruit ideeën ontstaan, als vanuit een zacht gezoem.

 

Ik sta op het punt om te gaan wandelen maar twijfel of ik mijn verrekijker om zal hangen. Steeds meer laat ik hem thuis en gebruik hem alleen als ik echt ga vogelen. De soorten in mijn omgeving ken ik nu wel en dat is geen hautaine gedachte. Ik probeer soms op een andere manier naar vogels te kijken; zomaar tussen neus en lippen door.

 

Twee vrouwen te paard zijn druk in gesprek als ik hen passeer. Een aalscholver stijgt met ferme vleugelslag op uit het water. Verderop, net als ik een bosperceel in wil gaan, maak ik pas op de plaats voor een peloton scholieren. Zij zijn zo levendig aan het praten dat zij weinig van hun omgeving zien.

 

Aan de rand van het bos dat ik zojuist ben doorgestoken, sta ik stil en kijk uit over de rietkraag van een afgedamd water; hoog in lucht is een buizerd in ‘gevecht’ met twee kraaien.

Ik verlaat het bos en loop over de dijk, om bij een afgelegen boerderij het bos van de andere kant opnieuw in te lopen. Ik maak een praatje met een echtpaar; er zijn gelukkig meer mensen die van een wandeling kunnen genieten. Drie wandelaars met een dubbel aantal drukke honden komen mij tegemoet. Ik zie ertegenop om hen te passeren. Springerige honden met bemodderde poten is niet mijn ding. In mijn gedachten gaat alles fout. Bij het voorbijgaan doe ik net of ik de honden niet zie. Het werkt. Ongeïnteresseerd in de saaie wandelaar die ik voor hen ben, lopen zij speels verder. De eigenaren zeggen mij vriendelijk gedag en ik hen, al is het wat schuchter.

 

Als ik bijna thuis ben, gaan net de laagste klassen van de basisschool uit. Het is een vrolijke drukte en ik loop langzaam voorbij. Ik sta zelfs even stil om naar kindergesprekken te luisteren, want ook daar kan ik van genieten.

 

En zo heb ik vanuit de stilte een verhaal gecreëerd van wat ik heb meegemaakt. Ik wist even niet wat te schrijven, maar merkte wel een zacht gezoem.