Synchroon met de baan van licht die de
zon in een trage golf over de heuvels werpt en welke over een deel van het
balkon strijkt, schuif ik telkens een stukje op. Ik lees een boek en kijk na
iedere bladzijde even om mij heen. Als het terras voor de helft baadt in het
licht en het op die plek aangenaam warm is, zweeft
zij voorbij, leunt gewichtloos op het hekwerk en overziet het dal. Pas dan
wenst zij mij goedemorgen. Ik sta op en kus het gouden gloren.
vrijdag 1 oktober 2021
Prozagedicht
vrijdag 3 september 2021
Immense stilte
Stram
en voorzichtig stap ik in de kajak voor onze tocht over de Nieuwkoopse Plassen.
Al na honderd meter houden wij onze peddels stil. Het zachte ruisen van de wind
en het klotsen van het water is het enige wat nog te horen is. Om ons heen
scheren laag over het water tientallen boerenzwaluwen. Pas als het warmer wordt
zoeken zij het hogerop. Behalve onze kajak, drijven er ontelbare gele plompen
en waterlelies op het water. Enkele staan zelfs nog in bloei.
Manoeuvreerden wij ooit ter plekke over bochtige kreken tussen met riet begroeide eilanden door, nu die gemaaid zijn, ‘drijft’ er een toendra van bruine stoppels als een tapijt rond de kajak. Op een geplagd en met gras begroeid oeverland leggen wij aan en gaan aan wal. De groendrassige grond onder onze voeten golft mee met elke stap die wij zetten.
gewone of bruine pad - Bufo Bufo
In de lucht is het spitsuur. Niet met vogels, maar met vliegtuigen die om de vijf minuten laag overvliegen richting Schiphol. Gelukkig is het niet storend. ‘Een kikker,’ klinkt het plotseling, ‘of is het een pad?’. Ik vertel over het verschil tussen beide. Samen zoeken we verder in het vochtige gras en zowaar, tussen tientallen kikvorsen vinden wij een enkele pad.
Later op een weidse plas dobbert onze kajak schijnbaar doelloos
voort. Nog steeds die immense stilte. Een kleine tweehonderd meter voor ons vouwt
een horizon van berken en elzen zich in een flauwe u-vorm om het water heen.
Als je bergen achter het panorama fantaseert, is het net een
Scandinavisch fjord. Wij moeten het met een spitse kerktoren doen; het
eindpunt van onze tocht. Als wij daar aanmeren hebben wij een houten kont alsof
wij urenlang in de banken van diezelfde kerk hebben gezeten. Een kniesoor die
daarover valt.
vrijdag 27 augustus 2021
Het boeket
Er is iets met de blik van de stijlvol
geklede vrouw als zij vers geplukte bloemen met zorg ordent in een hoge brede
vaas. Het is net of haar ogen afwezig staren in het niets. Een voor een pakt
zij de bloemen voorzichtig bij de steel en strijkt er, als een vluchtig tasten,
met haar vingers langs.
Die morgen loopt zij al vroeg over het pad van haar landgoed. Langs het golvend riet, waarvan de pluimen lijken te wuiven. Bij elke splitsing vertraagt zij haar pas, alsof zij iets zoekt. Haast meditatief vindt zij haar weg. Overhangende takken van de knotwilgen ontwijkt zij handig. Maar af en toe raakt er een haar schouder. Bij het ruisend water gaat zij even zitten en kneust wat watermunt. De frisse geur mengt zich met het zoet van de honingklaver die verderop tussen de wilde margrieten volop bloeit. Zo geniet zij elke dag van haar ochtendwandeling. Om haar heen het gefladder van vlinders en gezoem van insecten. Op de terugweg plukt ze hier en daar een bloem. Ze kent de bloeiwijze van al de soorten en weet waar ze staan. Straks zullen zij pronken in een fraai veldboeket.
Op de voorgrond het paars van de moerasandoorn en de grote kattenstaart; beiden precies op maat gesneden. Zorgvuldig er tussen gestoken de cichorei. Dan, opbouwend in lengte en kleur: guldenroede en margriet. Een enkele lisdodde en een toef moerasspirea maken het boeket compleet.
Niets wijst erop dat de vrouw met haar ogen niet kan kijken.
Ze ziet met haar vingers en weet met haar geheugen, misschien wel beter dan jij
en ik.
Geïnspireerd
door: Portret Estelle Degas van Edgar Degas
dinsdag 17 augustus 2021
Een ochtend vol indrukken
Vroeg
ben ik al wakker vanochtend. Het is Zondag 4.45 uur om een idee te geven. Ik
woel nog wat tussen de klamme lakens, maar stap dan resoluut uit bed. Ik zet
wat thee en lees enkele bladzijden uit het dagboek van een vijftienjarige
autistische Noord-Ierse natuurjongen. Het is bijzonder om te lezen hoe hij de
natuur ervaart en ervan geniet. Aan de andere kant is het ook apart om te lezen
hoe hij al op jonge leeftijd doorheeft dat veel door de mens zijn toedoen
verloren gaat. Ik sla het boek dicht en lees verder in Mrs. Degas van Japin.
Een fraai geschreven roman over de op het einde van zijn leven blinde Franse
kunstenaar. Om half zeven is het al aardig licht aan het worden. Ik ga naar
buiten voor een wandeling. Na een kort praatje met een oude dame uit de buurt
laat ik Spijkenisse achter mij.
In de polder waar de schapen blaten, de buizerds mauwen en enkele zwanen kroos filteren in hun snavels, overvalt zware melancholie mij. Dat zal vast ook met de inzichten van de Ierse jongen te maken hebben. Ik probeer de gevoelens en gedachten van mij af te laten glijden, wat maar nauwelijks lukt. Vanuit de toren van het Witte Kerkje in Simonshaven jaagt een torenvalk een paar kauwen weg. Als de kraaiachtigen uiteengevlogen zijn, vliegt de valk krijsend nog wat rondjes en landt in een boom. Dan is het stil en keer ik om. In de lucht volg ik de vluchten van dalende en stijgende vliegtuigen; corona luwt, het luchtverkeer neemt toe. Een bruine kiekendief, ik herken hem van ver aan zijn vleugelslagen, jaagt op zijn eerste prooi. De melancholie lijkt afgezwakt, de gedachten van en aan de jongen zijn er nog. Ik ga ze op papier zetten.
woensdag 2 juni 2021
Gijs en Jip
Duinpannen, de valleien net achter de
zeereep, zijn in het voorjaar een van de fijnste plekken om van de natuur te
genieten. Vaak is daar een grote diversiteit aan flora en fauna te vinden. Een
zo’n pan bezoek ik vandaag. Het metalen klaphekje dat dient om de Schotse
hooglanders op het terrein te laten grazen, sluit achter mij. Geconcentreerd neem
ik het landschap in mij op en probeer de eerste vogels te lokaliseren. In een
topje van een meidoorn zie ik een soort die veel weg heeft van een boompieper.
Zijn snavel is echter iets dikker en vaag zie ik een wenkbrauwstreep die achter
zijn nek lijkt weg te lopen. Dit moet de boomleeuwerik zijn. Zijn zang
lu-lu-lu-lu geeft zekerheid. Zoals een veldleeuwerik zich als een heldhaftige
parachutist in het open veld laat ‘vallen’, zo landt de Lulla arborea -zijn
wetenschappelijke naam- in een topje van een boom.
Bestaat een relatief nieuw aangelegde duinvallei voor een
groot deel uit zand, in de loop van de tijd verandert de fauna onder aanvoering
van pioniersplanten in een ‘rijk’ gebied, dat veel vogelsoorten aantrekt. De
kneu is er daar een van. Gezellig kwebbelen en foerageren er enkele op de
grond. In prachtkleed, als het mannetje een rood ‘petje’ en een evenzo
gekleurde borst heeft, is hij op zijn mooist.
Het pad waar ik op loop, slingert langzaam richting zee. Ik
klim door het zware mulle zand over de top en geniet van het uitzicht. Langs de
vloedlijn maak ik een filmpje van het schuim dat opbollend aanspoelt en enkele
foto’s. Verderop ga ik het duin weer in. Op een weelderig begroeid plekje barst
een vogelconcert los. Maar liefst drie nachtegalen proberen elkaar de loef af
te steken; wie zingt het hardst? Een gezin met twee kleine kinderen komt
uiterst zachtjes naar mij toe lopen. De oudste, ik schat dat hij vijf jaar jong
is heet Gijs en is het meest geïnteresseerd. Met Jip zijn twee jaar jongere
broertje, krijg ik minder contact; hij is ietwat verlegen. Ik vertel hun wat
over drie vogeltjes die terplekke te horen en soms te zien zijn: De fitis, de
zwartkop en de nachtegaal. Laat die laatste zich juist nu stil houden. Leuk is
dat de fitis in de weer is met pluisjes, veertjes en wat grasachtige
attributen. We volgen hem en telkens vliegt hij naar de voet van een struikje
verderop. Ik leg uit dat de fitis zijn nestje op de grond maakt. Om het beestje
zijn rust te gunnen en omdat de aandacht van de jongens afneemt, zeg ik de
kersverse vogelaars niet veel later gedag. Belangstelling voor al wat leeft is
in ieder geval gelegd.
maandag 24 mei 2021
Een blokje om
Beste,
Je weet ik houd niet van regen. Vooral
niet in kille jaargetijden. Als ik dan niet goed gekleed ben en de wind slaat
tegen mijn klamme kleding aan, dan krijg ik het onaangenaam koud. Als buitenman
zou ik de regen toch moeten kunnen doorstaan en het is dan ook meer de mentale
drempel die mij tegenhoudt om eropuit te gaan. Vandaag is zo´n druildag. De
buitentraining van mijn atleten is afgelast, ik stuur ze het krachthonk in.
Daar ben ik niet echt nodig. Een atleet is zo gelouterd wat kennis en ervaring
betreft dat hij zonder problemen de leiding over kan nemen. Maar wat moet ik nu
op deze sombere zaterdagmorgen. Schrijven? Ik weet niet wat en dan is het voor
mij een marteling om achter het toetsenbord plaats te nemen. Ik draal en draal
en malaise lijkt het over te nemen. Koffie en een klein gesprek met mijn vrouw
doen wonderen. Ik strik de veters van mijn schoenen en ga er gewoon op uit.
Regenkleding laat ik thuis. Ik heb daar een nog grotere hekel aan dan de regen
zelf.
bloemendijken
in lente
groen
geel en wit
raapzaad
en fluitenkruid
geur
van verse regen
zwaan
herschikt
nest
en vederkleed
Onlangs zijn er bij enkele weilanden nieuwe hekken geplaats,
althans de palen daarvan. Het hek zelf laat al weken op zich wachten. Op een
van die palen bevindt zich, een uitsteeksel. Ik ken het landschap, weet wat ik kan verwachten en vul
onbewust mijn eigen scenes in. Dit moet een graspieper zijn. En inderdaad als
ik mijn kijker richt zit het beestje half verzopen op de paal. Dichter en
dichter mag ik hem naderen. Ik praat tegen hem, zoals Franciscus van Assisi in
het warme Umbrië deed. Hij buigt zijn kopje. In zijn bekje hangt een rups dood
te zijn, als voer voor zijn jongen. Dan vliegt hij op. Ik kan niet aan de
indruk ontkomen dat zijn nestje zich aan de voet van de robuuste rasterpaal
bevindt, tussen de brandnetels en ander groen.
Hoe somber je jezelf kan voelen, hoe sterk de regen daaraan
kan bijdragen, als je beiden vergeet en opgaat in wat je ziet …
wind
regen een zwaan
schaduwspel
op het water
niets
meer dan bestaan
De voorzijde van mijn broek is inmiddels doornat en ook een
zijkant lijkt het op te geven. Rond de kraag van mijn jas sijpelen druppels
over schouders en rug. Een rilling. Als een hond schud ik de kilte van mij af.
Het grappige is dat ik meerdere passanten tegenkom. Sommigen zelfs twee keer.
Zij gaan hetzelfde rondje, alleen dan tegengesteld. Allen groeten mij, op een
vouw na. Die kijkt nors naar de grond als ik haar tweemaal passeer. Ik zou
zeggen mevrouwtje: loop nog een rondje, het helpt. Echt waar.
En dan ben ik thuis. Mijn vrouw staat voor het raam. Met
verkleumde vingers draai ik de deur van het slot. Lunchtijd. De thee is al
gezet. In de middag klaart het op. Nog maar een rondje, maar nu op de
fiets.
donderdag 20 mei 2021
Van die dingen
Mijn vrouw is aan het kokkerellen in de keuken. Ik sta lui op uit mijn tuinstoel, schuifel wat door de tuin en verwijder hier en daar wat onkruid. Tussen het wieden door valt mijn oog op een gelige vorm die bij snelle inspectie een nachtvlinder blijkt te zijn.