vrijdag 19 oktober 2018

De Boekenboom


Lezen, ik kan het niet laten. Er zijn weken dat ik drie of vier boeken tegelijkertijd lees. Een van die vier is dan een literaire roman. De andere boeken gaan over een filosoof en zijn denken. Van de bibliotheek ben ik geen lid meer. Veel boeken die ik wilde lenen waren niet voorhanden en moesten vaak besteld worden. Bovendien heb ik een hekel aan het verlengen van de leenperiode. Maar wat wellicht nog meer geldt is het feit dat ik een goed boek graag in bezit houd. Ik wil het nog eens kunnen lezen. Zomaar wegdoen is al helemaal geen optie, want het zou wel eens bij het oud papier terecht kunnen komen en dat getuigt van weinig respect voor de schrijver die er vaak met hart en ziel aan heeft gewerkt. Voor mij is een goed boek heilig.

De laatste jaren verschijnen er langs de kant des Heeen wegen her en der minibibliotheken. De voorbijganger kan dan uit de bij tijd en wijle prachtig vormgegeven ‘huisjes’ een boek lenen en er desgevallend een achter laten. Die kleine boekerijen zijn voor mij een heil, ik speur ernaar zoals ik dat naar vogeltjes doe.

Tijdens een struintocht door de Achterhoek kwam ik op een kruispunt van drie landelijk gelegen wegen een heel bijzondere tegen. Van een corpulente boom die het loodje had gelegd waren de takken afgezaagd. De stam was goed geconserveerd en op diverse plekken uitgehouwen. In de nissen waren planken bevestigd waarop vele boeken elkaar verdrongen om gelezen te worden. Er was dit keer niets voor mij bij. Ik had sowieso toch geen boek kunnen lenen, want van deze bieb moest je lid zijn. Het was dit keer een buurtinitiatief. Boeken die de lezer in wilde leveren, werden beoordeeld door een ballotagecommissie. Lenen was gratis. Het boek moest na lezen terug worden gezet, of vervangen door een ander exemplaar. Het papieren boek is gelukkig nog volop in beweging. Daar kan geen e-book tegenop.

zaterdag 13 oktober 2018

Net als in een film van weleer


Vanuit Hengelo rijden wij het gehucht Keijenborg binnen en parkeren de auto bij een afzichtelijke kerk die schril afsteekt tegen de naastgelegen pastorie; een statig herenhuis in de schaduw van een reusachtige kastanje. Al snel vinden wij het startpunt van de wandelroute die wij willen volgen.

Zo saai en alledaags als het dorp is, zo afwisselend is het landschap dat het plaatsje omsluit. Ons geplaveide pad dat al snel overgaat in een zandpad slingert langs akkers en velden. Lommerrijke lanen, waarvan de bomen met een palet aan warme kleuren het herfsttij versterken, geven onze wandeling een sprookjesachtig aanzien.

Wat opvalt zijn de weinige vogels onderweg. Zelfs de gangbare soorten laten het stug afweten. Opnieuw besef ik dat wij bewoners van de Zuidwestelijke delta boffen met de grote diversiteit en aantal van wat vogels betreft.

Verderop tijdens een korte lunch komen wij erachter dat wij verkeerd zijn gelopen. Een onduidelijke routekaart en plattegrond langs de weg brengt ons in ieder geval op een spoor dat ons mogelijk terugvoert naar het dorp. Een uur verder, wij zijn inmiddels dik drie uur aan het wandelen, is onze route plots van de kaart verdwenen.


Tijd om google te raadplegen. Ons rest de keuze: teruglopen (dat zou in totaal zes uur wandelen betekenen), doorlopen op de verharde weg (ook nog minstens twee uur), of als een landloper over akkers en velden rechttoe rechtaan naar een bosperceel waarachter een hoofdweg naar Keijenborg loopt. Een obstakel zou dan wel de kreek die door het bos loopt kunnen zijn. Op het gevaar af door Bromsnor gesnapt te worden, hij bestaat nog in de Achterhoek, kiezen wij voor de laatste optie. 

Het blijkt allemaal mee te vallen. Hier en daar moeten wij over een greppel of slootje springen, maar over de kreek ligt een stevig bruggetje. Een uur later laten wij het lover achter ons. En dan wordt onze inspanning beloond. Langs een pad dat naar een boomgaard leidt, staat een soort van marktkraampje met vergeten appel- en perenrassen. Samen proeven wij van beide vruchten. Omdat de appel zo lekker is gaat er ook nog eentje mee in de rugzak. Het geld dat wij verschuldigd zijn deponeren wij in een speciaal daarvoor bestemd appelstroopblikje.
    
In opperbeste stemming lopen wij als acteurs in het landschap van Swiebertje naar Keijenborg. Bij de plaatselijke horeca bestellen wij een cappuccino. Die moderne koffievariant bleek daar nog niet te bestaan. Dan maar een earl grey. Ook bij dit verzoek zet de man grote ogen op. Uiteindelijk drinken wij in een nostalgische setting zonder poespas thee uit een potje. Een kersenbonbon maakte het plaatje compleet.   



dinsdag 2 oktober 2018

gedicht



Omdat de toekomst een mogelijkheid

was in het verleden en het actuele station

als een sneltrein is gepasseerd,

is het verleden een voormalige toekomst.



De mens is zijn verleden,

uit de tijd gegleden in het korte nu

door zichzelf vooruitgeworpen

naar wat komen gaat.



Dit wordingsproces is continu

totdat de dood van ons allen

helden maakt.

dinsdag 25 september 2018

Als een moderne Don Quichot


Een spook waart over het land. Het spook van de klimaatcontrole. Alle machten hebben zich geschaard achter het heilige convenant van Parijs. Een blinde drijfjacht is begonnen.

Grauw is de zondagmorgen als ik op mijn fiets stap voor een rondje polder. Een bolletje spreeuwen zwenkt speels van links naar rechts, wijkt uiteen en waaiert over het natte grasland. Nergens is een roofvogel te bespeuren, zodat zij rustig kunnen foerageren. In de verte aan de einder verheft zich een kolossale toren van staal, die de horizon letterlijk vervuild. Straks zullen er nog vier als heersende dictators aan het Spui verrijzen. Zij zullen nog hoger worden als hun wieken machtige rondjes zullen draaien.

Het deed mij pijn toen ik ze boven de dijk zag groeien. Maar snel besefte ik dat ik ermee moest zien te leven. Stoïcijns bedacht ik mij: Ach is het geen prachtig staaltje van techniek, is het geen boeiend spel tussen landelijke-, provinciale-, en gemeentelijke politiek. Jezelf hersenspoelen, is moeilijk, maar soms noodzakelijk.


Deze morgen fiets ik er voor het oog argeloos aan voorbij. En in een naar de herfst geurend Spuibos, geniet ik van de stilte. Op een veldje staat een ree. Wij kijken elkaar een poos aan en dit keer ben ik het die het eerst aan zijn stutten trekt. Bij het Neutebol, een buitendijks grasgors, is hij daar ineens weer; die vermaledijde windmolen. En weer ‘vecht’ ik om hem te weerstaan.

De politiek moet wat om de klimaatdoelstelling te halen ten gunste van het milieu. In allerlei bochten heeft men zich gewrongen. Met deze windmolens als resultaat. Maar zijn zij wel zo milieuvriendelijk? Denk aan grondstof verbruik, fabricage, vervoer, montage en onderhoud.

Inmiddels is het gaan regenen. Een jonge boomvalk vliegt op vanuit een hoogspanningsmast, letterlijk een staaltje van techniek. In razende vaart jaagt hij over het veld en doet drie uitvallen naar een mogelijke prooi. Hij mist en vliegt op naar een volgende uitkijkpost. Straks vertrekt hij naar het warme Zuiden. In het voorjaar keert hij terug, mits hij niet vermalen is door bijvoorbeeld de wieken langs het Spui.*

*Elk jaar kosten de windmolens in Nederland 50 duizend trekvogels het leven.      

maandag 10 september 2018

Als kinderen zo blij


De dag begint somber. Zwaar en drukkend hangt er bewegingloos een bui boven Spijkenisse. Pas nadat het wolkendek zich heeft ontladen en de lucht lijkt te klaren, trekken Peter en ik eropuit met onze fietsen.
Niet veel later zitten wij op onze canvaskrukjes onder het nog nadruppelend bladerdak te speuren naar ‘onze vrienden’: een familie boomvalken. Heel even maar vliegen twee juveniele exemplaren tussen het gebladerte door. Daarna laat geen vogel zich meer zien of horen. Gelaten verlaten wij de locatie voor een tochtje langs de Oude Maas en de Wolvenpolder.

’t Is wel heel stil vanmorgen’, zeg ik. ‘Het komt vanzelf’ zegt hij. En inderdaad, bij de Kraanvogel, een brug over de Oude Haven van Spijkenisse, vliegt flitsend snel een kobaltblauwe ijsvogel aan ons voorbij. Ons geluk is dat hij verderop, contrastrijk afstekend tegen een verroeste damwand, een rustplaats vindt.
Na hem met de telescoop te hebben bekeken, fietsen wij verder en weer lijkt het gedaan met de vogels. Toch sprokkelen wij onderweg, al is het mondjesmaat, enkele soorten bij elkaar.


foto Peter Ganzeboom


‘Waar wil je heen?’, vraagt hij.
‘Laten we maar langs het Spui fietsen. De weidsheid daar en het geluid van kabbelend water tegen de oever vind ik geweldig’. Even verderop stoppen wij en kijken naar een zwerm kieviten die, op de vlucht voor de slechtvalk, hun schuilplaats tussen de basaltblokken hebben verlaten.

‘Die pikken wij dan nog mooi even mee’, zegt hij, terwijl hij de snelle roofvogel door zijn verrekijker volgt. Het is meer de twinkeling in zijn ogen, dan de roofvogel die mijn lippen omhoog doet krullen tot een glimlach.

Dan stappen wij op onze fietsen voor de laatste kilometers richting huis. Het is inmiddels gaan regenen. De nazomerse bui kan mijn vriend niet deren. Vrolijk zingt hij een liedje uit zijn kindertijd. Zacht neurie ik met pretoogjes mee.

    







vrijdag 7 september 2018

Over de Boomvalk



Een volwassen mannetje heeft zojuist een grasparkiet gevangen. In de lucht peuzelt hij de kop deels op en draagt hem daarna over aan een jong. Let ook op de kenmerkende rode broek bij de volwassenvogel.

De foto's in het krantenartikel en hierboven zijn van Peter Ganzeboom. Zie ook boomvalken.nl

maandag 3 september 2018

Uit het vroegere leven van - Angst voor de onbekende


Angst voor de onbekende



Aan het einde van de middag als het al flink schemert, zit de jongen op zijn knieën in een fauteuil voor het raam. Hij wacht tot de pendelbus zijn opa aan de overkant van de weg afzet. Als het zover is, springt hij op uit de stoel en rent door de kamer en keuken naar de voordeur. Zijn opa loopt dan juist het erf op. Niet veel later zitten zij met z’n drieën aan tafel met hun neuzen boven een dampend ‘prakkie’ van aardappelen, krootjes en een flink stuk spek. Er wordt bijgepraat over de dag en na de afwas komt de zinken teil tevoorschijn. Hij wordt gevuld met koud water, dat opgewarmd wordt met een dompelaar. Tijd voor het vrijdagse bad.

Langzaam vordert de avond. Tijdens de koffie zet zijn opa de televisie aan. Het is gissen naar de kleuren van de beelden die nog in zwart-wit de huiskamer binnenkomen. Is dat niet Pierre Jansen, die enthousiast over kunst vertelt?

Tijdens een boeiend fragment, klinkt er gestommel in de keuken en met veel kabaal stapt er een man onvast de woonkamer binnen. Zijn olijke kop en vrolijke, ’Hallo Annie’, laat de jongen schrikken en als een bange muis duikt hij onder de tafel. ‘Hallo Trien’, zegt zijn oma en er ontstaat een moeilijk te volgen gesprek.

Trien is de broer van zijn oma, die hem vermanend toespreekt. Hij heeft te diep in het glaasje gekeken. Onbekend met dit fenomeen, komt de jongen voorzichtig tevoorschijn. Maar als de man hem een hand wil geven, rent hij de trap op naar zolder. Dat hij daarbij hard zijn hoofd stoot tegen het trapluik, kan hem op dat moment niet deren. Boven legt hij gespannen zijn oor te luisteren op de zoldervloer. Pas als de stemmen doven, hij de keukendeur hoort dichtslaan en het geluid van knarsend grind wegsterft in de gitzwarte nacht, durft hij weer naar beneden te gaan.

Zijn opa stelt hem lachend gerust. ‘En dan is het nu tijd om tanden te poetsen en naar bed te gaan’ zegt hij. Boven knipt hij zijn zaklamp aan, staart nog even naar de duizenden sterren door het raam. Dan kruipt hij in bed en droomt over het Gele Teken, een spannend stripverhaal van Blake en Mortimer, dat naast zijn bed ligt. Morgenochtend zal hij dat voor de derde keer gaan lezen. In de middag wordt hij dan door zijn ouders en broertje opgehaald. De fijne tijd bij zijn opa en oma zit er dan weer op.