donderdag 4 mei 2017

Gepubliceerd in GGO - wk 18


Een gemiste kans



Na een korte yogasessie en een stevig ontbijt, trek ik mijn outdoor kleding aan en reis vanuit een zonovergoten Spijkenisse naar Ouddorp, waar ik die morgen een weidevogelexcursie ga begeleiden op en rondom het Volgerland. Als ik de parkeerplaats bij de vuurtoren oprij ben ik de eerste. Dat hoort zo ook, want alleen dan kan ik als een goed gastheer de deelnemers optimaal verwelkomen. Al snel melden zich de eerste liefhebbers en om even voor tien uur, het tijdstip dat de excursie start, is een ieder present. Door een klaphekje stappen wij het excursieterrein in en vertel ik over de geschiedenis van het gebied; dat het vroeger buiten het duin gelegen was en dus het zeewater in de kreken vrij spel had. Nu ligt het tegen de binnenduinen aangeklemd en wordt het beheerd door Natuurmonumenten. Nog steeds lopen er kreken door het gebied, wat het land drassig maakt; laarzen en waterdichte schoenen aanbevolen dus.

Terwijl de kievieten door de lucht buitelen, vertel ik mijn verhaal over het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes, dat bij sommige weidevogelsoorten minder goed is te zien, het aantal eieren en de broedduur. Altijd zijn er bij een excursie kenners aanwezig, zo ook vandaag, een van hen wijst ons een vermeende kemphaan aan. Ik stel mijn statief op en ja, een prachtig mannetje met witte kraag stapt parmantig over het slik tussen nog kraagloze soortgenoten. Dan ineens is er alarm, verderop is het in de lucht een drukte van belang. Grutto’s, tureluurs en scholeksters vliegen onrustig door de lucht. Boven een rietkraag zweeft met opgetrokken vleugels een bruine kiekendief op zoek naar kuikens - vandaar zijn naam. Met succes wordt de rover verjaagd. Bij de kijkhut bestuderen wij de diverse eendensoorten en luisteren naar de voor velen nog niet bekende cettiszanger, een van oorsprong Zuid-Europees vogeltje dat de laatste jaren veelvuldig noordelijker wordt waargenomen.

En zo genieten wij met elkaar van een prachtige morgen, met de weidevogel in de hoofdrol. Alleen en ik hoop beste lezer dat u het mij niet kwalijk neemt, de excursie was wel georganiseerd, maar is niet gehouden, het verslag is door mij verzonnen. Hoewel er in de media volop aandacht aan gegeven is, was er geen enkele belangstelling. Ook voor andere weidevogelexcursies in het land was de belangstelling nihil. Het gaat niet goed met de weidevogel, al jaren lopen de aantallen en soorten in van oudsher geschikte leefgebieden achteruit. Met iets meer aandacht kan het tij wellicht gekeerd worden. U krijgt een herkansing. Ga volgende keer eens mee op excursie. De grutto en soortgenoten zijn er zeker bij gebaat.   




dinsdag 2 mei 2017

Dit is de brug

Dit is de brug met een verleden.
Ooit rammelden bouten en bielzen,
blies de locomotief zware zwarte wolken,
reden paard en wagen over twee banen van hier naar daar.
Nu heeft hij zich verbreed verheven,
als een burcht over een Hollandse rivier.
De stoomtram - Nee die rijdt niet meer,
over zwart asfalt zoeven nu fietsen heen en weer.


zaterdag 29 april 2017

Het Kastanjelaantje


Tussen het weelderig gebladerte
staan sneeuwwit de kaarsen
fier rechtop.

Soms werpt het diepgroene loof
teder zijn schaduw over het
bemoste pad.

Dit laantje, lommerrijk en bij toeval
verkwikkend fris, door de zon
helder beschenen.

Vanuit het lover klinkt melancholiek,
met de warmte van vroeger
een herinnering.

zaterdag 22 april 2017

Spuimonding West ruim en stil; hoe lang nog?




Nog is het stil,
is er land zonder slagschaduw,
is er weids uitzicht;
hoe lang nog?



Het is winterkoud als mijn vriend en ik over het fietspad langs de Spuimonding kuieren, op zoek naar wat zich aandient aan vogels. Omdat wij zoals gewoonlijk niet naar een in vogelaarskringen schaarse of bijzondere soort op zoek zijn, turen wij dit keer naar een nog niet geheel doorgekleurde kneu; kan het gewoner? Gelukzalig en geconcentreerd genieten wij van de nuanceringen in het verenkleed en de manoeuvres van het vogeltje. Aan de horizon langs de oever van het Haringvliet speurt een bruine kiekendief naar prooi. Wij hebben het ruime land en de stilte lief. Hoe lang nog, vraag ik mij hardop af.

In de polder achter ons, dat deel uitmaakt van een stiltegebied, zijn windmolens van 180 meter hoog gepland. Voor ons een merkwaardig idee, omdat juist dit deel van de streek is bestempeld tot Natura 2000 gebied. Er is fors geïnvesteerd zodat het gebied deel kan uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. Hoe kan het dan bestaan, dat aan het landschap afbreuk wordt gedaan door dergelijke ondingen? Het is dan gedaan met het landschappelijk uitzicht. Bovendien zal het ritmisch gedraai van de wieken zorgen voor monotone slagschaduw en rust verstorend gezoef.

Mijn vriend heeft de moeite genomen om zich in de materie in te lezen, een zienswijze op te stellen en dus zijn stem te laten horen. Ik heb hem met een handtekening ondersteund. Het is natuurlijk een goed idee van onze politici om te voldoen aan gemaakte klimaatafspraken en om zo een vermeende opwarming van de aarde te reduceren, maar dan weldoordacht en niet rücksichtslos. Kortom windmolens prima, maar niet hier!



Wij liggen tegen een grasdijk,
onder een strakblauwe hemel,
kleurt een knalgele akkerman onze dag.



Een gele kwikstaart wordt in de volksmond ook wel akkerman genoemd.  













donderdag 20 april 2017

De Hollandse Waterlinie




Daar sta je dan.
Met je poten in de klei
wanend en wenend.*



De donkere wolken voorspellen niet veel goeds, als wij het kleine griend dat tegen Fort Altena ligt aangeklemd achter ons laten. Bovenop de dijk kijk ik uit over een kleine rietkraag. Een Blauwborst begint voorzichtig aan zijn lied. Ik kan hem niet vinden, mijn vrouw wel en na haar hint zie ik het roestbruin van zijn staartje. Als hij voor de tweede keer zijn lied inzet en hij baltsend opvliegt naar de top van een rietpluim is ook zijn karakteristieke blauwe borstje zichtbaar, dan verdwijnt hij en laat zich niet meer zien of horen. Wij lopen verder richting Uppel. Als wij midden in een polder lopen en er geen enkele plaats is om te schuilen, draai ik mij om en zie dat er verderop uit de dreigende lucht regen over het land vlaagt. Nog geen minuut later heeft een bui ons ingehaald. Een stormparaplu en waterdichte jassen bieden beschutting. Al snel breekt de zon door. In de verte klinkt de roep van een koekoek. Inmiddels beginnen onze magen te knorren. Het is te koud en te nat om zittend op de grond onze botterhammen op te eten, dat doen wij dus al lopend. Verderop slaan wij af en lopen over de waterlinieroute waar ook Fort Altena deel van uitmaakt.

Langs de route staan verspreid oude bunkers die tussen 1939 en 1940 zijn gebouwd als schuilplaats voor de burgers tijdens de tweede wereldoorlog. Aan een van de bunkers hangt een gedicht, (waarvan de eerste regels hierboven zijn geciteerd). Zijn het de soldaten in loopgraven, die huilend van ellende hun kop niet boven het maaiveld uit durven steken, of bedoelt de dichter de betonnen bunkers, die als eeuwige voorposten standhouden tegen de vijand?  

Twee monumentale wipmolens, maken het plaatje compleet; zij maalden lang geleden de polder droog. Tegenwoordig knapt een moderne Bosmanmolen dit karweitje op, al helpt de oude molen zo nu en dan een handje.
Tijdens de laatste meters van onze wandeling, door het oer Hollandse landschap, waarboven de lucht inmiddels is opgeklaard, besef ik dat aan ons een klein stukje van een grote geschiedenis
is prijsgegeven.



*Het gedicht van Marcel Vaandrager is terug te lezen op: http://www.werkendam.net/nieuws/2012-09-24-2063-bunkergedicht-langs-liniepad.html



zaterdag 15 april 2017

De tjiftjaf


Ondanks dat er bordjes op de bomen langs het pad zijn gespijkerd waarop de tekst, ‘verboden afval te storten’, ligt het plantsoen vol met tuinafval. Ik schud mijn hoofd en loop verderop het volkstuinencomplex binnen. Onder een struik scharrelt een klein bruin vogeltje. Ik houd even halt om het beestje op naam te brengen. Een man nadert steppend op een scooter en vraagt wat er te zien is. 
‘Een klein bruin vogeltje, waarschijnlijk een tjiftjaf denk ik’.
Samen kijken wij of hij zich wil laten zien. Al na enkele seconden hipt hij vanachter de struik vandaan en fladdert een bosje anjers in. Op het gezicht van de man verschijnt een glimlach.
‘Leuk he?’ zegt hij.
Ik kan dat alleen maar beamen.

dinsdag 11 april 2017

Jazz als religie


Religie is een terugkeer naar onszelf vanuit het oneindige, absoluut ongrijpbare en onveranderlijke, waarbij het erom gaat dat wij niet helemaal verloren gaan. (Markus Gabriel)
Het is wachten tot het ‘gedicht’ of het ‘verhaal’ verschijnt, tot het zich ontworstelt vanuit zijn achtergrond. Als het zich dan toont, lopen velen eraan voorbij, maar een schrijver pakt het op en pas dan ervaart ook de passant het en keert doormiddel van wat geschreven en gelezen is terug naar zichzelf; wat doet het verhaal met hem of haar?
Nu de ‘oude garde’ op een enkeling na niet meer leeft, vindt er in de wereld van de Jazz een overgang plaats tussen oude en nieuwe stijlen. Miles Davis was een van de eerste trendsetters door Pop te integreren met Jazz. Na zijn dood heeft de jongere generatie het stokje overgenomen en een jazzcompositie kan een cocktail zijn van (authentieke) Jazz, Hip Hop en Soul om enkele stijlen te noemen. Transition Jazz Festival Utrecht is een goed voorbeeld van wat gaande is op het gebied van Jazz.
Vanaf de eerste klanken neemt het trio het publiek mee in het verhaal dat niet geschreven is met letters, maar met noten. Een kalme en vrolijke melodielijn meandert tussen ritmische contrabasklanken en de bij vlagen onnavolgbare slagen op de drumkit. De kunst is om toeschouwers te grijpen, wat gezien de enthousiaste reacties Phronesis lukt.
Dat het meer ingetogen, maar met expressieve mimiek ook kan, bewijst Ala.Ni. Haar zang begeleid met gitaar en harp is een muzikale mimesis, zij legt met haar diepe en warme soulgeluid, die doet denken aan Billy Holliday heel haar ziel en zaligheid bloot. Voor de luisteraar een terugkeer naar zichzelf, een reiniging, want geen enkele ziel blijft onberoerd.
Toch blijven de oude jazzstandaards ook nu nog actueel. Het Branford Marsalis Quartet is daar een voorbeeld van. Samen met de vocalist, want hij is meer dan een zanger, Kurt Elling, transformeert het Quartet bestaande composities tot moderne kunst. Zij komen wat traag op gang, maar als de diesel eenmaal op stoom is, gaan de musici los. Onnavolgbaar zijn de vocale kunstgrepen, helder als water de pianoklanken, warm de klanken van de sax, allen begeleid door drum en bas.
Daarom,
is Jazz poëzie
is Jazz proza
is Jazz kunst
is Jazz religie.