donderdag 13 oktober 2011

De Mensch

De aanvoer van nieuwe blogjes stagneert enig zins is mij opgevallen. De oorzaak ligt niet in inspiratie, maar meer in het feit dat De Mensch andere activiteiten is gaan ondernemen. Zo ben ik een maand gelden begonnen met een studie: Shiatsu Massage Therapeut. De studie vergt veel tijd aan lezen, studeren en praktiseren. Ook wil ik mij verdiepen in de filosofie die de bouwstenen vormen van deze complementaire therapie. Een ander facet van de stagnatie is het gegeven dat mensen om mij heen weten dat ik graag schrijf. Ze weten mij te vinden. Zo ‘moet’ ik een stukje schrijven voor een nieuwsbrief en heb ik een stukje geschreven voor een achterflap van een nog te verschijnen dichtbundel. Kortom De Mensch heeft even andere  zaken aan zijn hoofd. Maar er zitten letters in de pen, die eerdaags het licht zullen zien. Zo was ik afgelopen zaterdag in Schiedam. Aldaar maakte ik kennis met twee So – optimisten. Nog nooit van gehoord? Ik ook niet tot voor zaterdag. U leest er spoedig meer van. Dat beloof ik.

Voor de ongeduldige liefhebber ;-) zal er spoedig ook een gedichtje volgen.

zaterdag 1 oktober 2011

De Dichter

Het zal in het voorjaar van 2010 geweest zijn dat ik gevraagd ben om deel te nemen aan het schrijven van haiku’s in een haikugroep. Dat leek mij leuk. Ik had al wat haiku’s op papier staan en zo nu en dan schreef ik nieuwe. Aldus stuurde ik een haiku in. Wat bleek, de door mij gemaakte haiku was geen haiku, maar een drieregelig gedichtje. Weliswaar voldeed hij aan de technische eisen, maar inhoudelijk was er het één en ander op aan te merken. Dit gegeven schets gelijk een beeld van de haikugroep. We zijn betrokken en enthousiast maar ook kritisch. Niemand wordt gespaard. Een of twee maal per jaar komen we een dagje bij elkaar om haiku’s te bespreken, maar meer nog om de sociale contacten te verstevigen. Het niveau van de haiku is in de loop der tijd bij allen gestegen. Ik wil er eentje onder uw aandacht brengen, geschreven door Gerda Boevé.

vergeten plantjes
staan verdronken op de stoep
herfst in een bloempot

Deze haiku die een natuuringang heeft - de herfst- is in spanning opgebouwd.
De derde regel heeft een aha moment. Dat aha moment zou hier kunnen zeggen: Ja inderdaad ik heb dat ook eens gezien – het herkenbare. Tevens heeft de haiku een dramatische component:  vergeten en daardoor verdronken plantjes. Bijzonder is ook dat de ‘grote’ herfst ook toeslaat op kleine plekjes. Geheel dat tafereel kunnen zien en daar een haiku over schrijven maakt de haiku een goede haiku.

Inmiddels zijn we zover dat we een boekje gaan uitbrengen met daarin de beste zes haiku van elk van ons afzonderlijk. Als het boekje gedrukt en gebonden is zult u dit hier kunnen lezen.

vrijdag 23 september 2011

De Mensch



Mijn vriend De Stadsvogelaar was gisteren uitermate gelukkig bij het zien van een juveniele kwak. Een kwak hoor ik u denken. Ja een kwak. De kwak is een reigersoort die zelden te zien is althans hier in onze contreien. Nu kan ik ook naar de kwak op zoek gaan en mij gelukkig wanen, maar dat werkt niet. Geluk is niet vindbaar, geluk overkomt je. Evenals pech. Zo wilde ik vanochtend een tochtje maken op de racefiets. Helaas was mijn achterband plat. Dat is geen probleem. Een nieuw bandje is zo om het wiel gelegd. Na vijftien minuten reed ik alsnog mijn rondje. Van korte duur dit keer. Binnen het half uur liep mijn achterband opnieuw leeg. Ligt een nieuw bandje er thuis zo om, bezweet in de polder is het andere koek. Met een half harde band, meer lucht kreeg ik er niet in met mijn handpompje, reed ik naar huis om de band voldoende lucht te geven. Nadat ik droge kleding had aangetrokken waagde ik een nieuwe poging. Ontspannen reed ik de eerste meters en toen gebeurde het. Ik wilde mijn bril rechtzetten en vatte de veer tussen duim en wijsvinger, schoof hem langzaam achter mijn oor. Van het rechtzetten kwam niets terecht. Precies op het scharnier brak de bril in tweeën. De bril ligt inmiddels afgeschreven in de plomp en ik zit ongelukkig thuis. Misschien dat de foto van de kwak enig soelaas kan bieden, hij staat inmiddels op het bureaublad van mijn computer.

zaterdag 17 september 2011

De Mensch

Zij zaten op de grond. Om preciezer te zijn, op een bonk omhoog geworpen vette zeeklei. Het waren er drie. Twee jonge en één oudere. Ze poetsten en schikten hun verenkleed. Zo nu en dan pauzeerden ze even. De bonk klei veranderde dan in een troon. Zij waren even de vorsten van hun habitat, althans die suggestie gaf hun lichaamshouding: trots rechtop alles overziend. Zij hadden de touwtjes in handen. Ineens vlogen ze op. Er ontstond een wirwar van draaien en keren in de lucht. Nauwelijks te volgen. Even werd de oudervogel door de jongen belaagd. Daarna  keerde de rust terug en nam een ieder zijn eigen plekje in. Likkebaardend van genot. Zo eindigt dit verhaal over drie boomvalken op een akker aan de rand van een ‘slapende’ stad.

maandag 12 september 2011

De Mensch

Langzaam maar zeker drong het besef van een onbehagelijk gevoel tot mij door. Rillerig ging ik die avond naar mijn bed. Een griepje of verkoudheid probeerde mij te vellen. Dat vellen viel vanochtend mee, al ben ik in het geheel niet fit. Ik voelde warm aan zei mijn vrouw. Dan blijf ik vandaag lekker binnen nam ik mij voor, kan ik mooi mijn nieuwe ochtendjas uitproberen. Een ochtendjas is niets voor mij evenmin als een pyjama. De enige keer dat ik een pyjama en ochtendjas heb gedragen was in het ziekenhuis zo’n vijfentwintig jaar geleden. Dat moest toen van mijn vrouw. “Je kan niet alleen met een onderbroek in bed gaan liggen en je al helemaal niet half naakt door het ziekenhuis begeven”. Vandaag dus een ochtendjas aangedaan. Hij zit lekker, maar wat is hij warm. Na een paar uurtjes is het tijd voor een toiletbezoek. De blaas moet immers ook geleegd worden. Het valt niet mee. De panden lijken zich telkens over de klepel van mijn klokkenspel te willen laten vallen. Ik heb geen zin in een natte ochtendjas dus met één hand vouw ik hem achter mijn rug. Met de andere stuur ik mijn waterstraal. Uiteindelijk is het gelukt en glimlachend lees ik later een boek en doe wat huishoudelijke klusjes. Steeds warmer wordt het in mijn dikke ochtendjas. Uiteindelijk doe ik hem uit. En terwijl dit stukje schrijf heb ik in mijn dagelijkse kloffie aan: een t-shirt en omdat ik ziek ben een soepele trainingbroek.
De ochtendjas heb ik overigens gratis gekregen bij de aanschaf van een nieuw matras.