zondag 29 mei 2022

Mooi Neerlands

Over het algemeen pas ik modern taalgebruik toe in mijn stukjes. Toch sluipt er zo af en toe een oubollig of ouderwets woord in. Is er iets mis met ‘vergeten’ woorden? Niet altijd, want sommige daarvan zijn het gebruik waard. Mijn vriend herintroduceerde er ooit een: uitspanning. Wie gebruikt het nog?

Om in de sfeer te blijven:

 

In vroeger tijden spande men de paarden uit bij een herberg. De paarden werden verzorgd, kregen haver en water en mochten na een lange reis uitrusten. In de tussentijd laafden de ruiters, of koetsiers zich aan het bier en een copieuze maaltijd.

De plek waar de paarden werden uitgespannen, noemde men een uitspanning. Inderdaad vaak een eet- en drinkgelegenheid. Het is leuk om dan een landelijk gelegen café, of lunchroom in een tekst een uitspanning te noemen.

 

Er zijn natuurlijk veel meer ‘vergeten’ woorden om onder de aandacht te brengen. Beogen bijvoorbeeld. Heeft dat met ogen te maken?

Wat beoogt het rijk met de flitspalen langs de provinciale weg?
Dit lijkt in eerste instantie niets met ogen te maken hebben. Toch, het voorvoegsel be versterkt het begrip ogen, het wordt daardoor een werkwoord. Ogen doorzien een situatie. Zij reiken als het ware naar een betekenis en geven een duiding aan die situatie. Anders gezegd: Wat tracht het rijk met de flitspalen langs de provinciale weg te bereiken?

 

Zo af en toe een oubollig, ouderwets, of archaïsch woord of begrip is niet erg en kan zelfs een tekst leuk maken.

Taal moet in dier voege worden toegepast, dat onbedoelde neveneffecten worden geëlimineerd. 

donderdag 12 mei 2022

Een driftig mannetje

Driftig doet de winterkoning een uitval naar het dak van de terreinwagen. Omdat ik er net daarvoor een ander exemplaar zag rondscharrellen en omdat het voorjaar is, dacht ik aan balts of zelfs een mogelijke liefdesdans. Dat laatste is een krent in de pap voor elke vogelaar, al voel ik mij in dat geval ook een beetje een voyeur. Het blijken twee mannetjes te zijn, verwikkeld in een doldriest territoriumgevecht.

Ik sluip nader, totdat ik ze vlak voor mijn voeten heb. Het lijkt een gevecht op leven en dood. En dan ineens ontwart de kluwen zich en vliegt een van hen achternagezeten door de ander, zigzaggend het riet in. Dan keert de rust terug: de overwinnaar neemt zijn zangpost in en ‘kraait’ vol bravoure victorie. 

Het is leuk om te weten hoe de winterkoning aan zijn naam komt. Maar weinig vogels zingen ook in de wintermaanden zo vaak en luidruchtig als de winterkoning, vandaar. Het beestje heeft ook een bijnaam. In de streek waar ik vandaan kom wordt hij steevast, zeker door de oude garde, Klein Jantje genoemd. Leuk, niet?

Het voorjaar is voor een natuurliefhebber een fascinerende periode. Zodra het speenkruid en klein hoefblad felgeel hun bloeiwijze tonen en de eerste zomervogels hun gezang laten horen, wordt het spannend voor de vogelaar. Zo genoot ik onlangs van een wandeling door een bosperceel. De laatste maanden van de winter scharrelden daar op een stukje kaalslag twee grote gele kwikstaarten rond. Zouden ze er nog zijn? En terwijl ik rond speurde, keek ik terloops naar de lucht. Een zwarte kraai vloog door de nog kale beukentoppen. Hij leek achternagezeten door een buizerd. De diep gevorkte staart wees echter op een rode wouw. Als dat geen krentje is!

Nog even terug naar de winterkoning. Hij laat vanaf zijn zangpost duidelijk aan soortgenoten horen en zien: dit is mijn territorium. Blijf weg! Sommige soorten kunnen als goede buren in hetzelfde territorium leven. Winterkoningen, roodborsten en heggemussen kunnen het vaak niet goed met elkaar vinden.


De roodborst, een nieuwsgierig en alert vogeltje. Foto: Peter Ganzeboom

Trouwens, laatst zag ik een roodborst met nestmateriaal in zijn bekje. Stoïcijns deed ik net of ik hem niet zag. Dolgraag wilde ik weten waar hij zijn nest ging bouwen. Het gaat mij in zo’n geval niet om het vinden van het nest, maar om het gedrag van de oudervogels er omheen. Waar bouwen zij hun nest. Welk materiaal gebruiken zij daarvoor. En wat voeren zij in een later stadium aan hun jongen. 

Het vogeltje was niet van gisteren en hield mij nauwlettend in de gaten. Ik kreeg de indruk dat mijn aanwezigheid hem in zijn bezigheden stoorde en ben snel weggegaan. Want daar gaat het om: zoveel mogelijke genieten en zo min mogelijk verstoren. 

dinsdag 10 mei 2022

Een shirt als toonzetting

U kent ze vast wel, de stelletjes die uniform gekleed gaan. Hetzelfde model fiets en trainingspak plus dito schoenen. Het is mij een gruwel en ik zweer dat het mij niet zal overkomen. Maar het lot, het vreselijke lot …

Laatst waren José en ik door kennissen uitgenodigd voor een gezellige middag met alles erop en eraan. We namen een vriendelijk zonnetje mee en belden aan. ´O, wat een mooi overhemd heb jij aan´ zei de gastvrouw toen zij open deed. ´Dank je, ´ zei ik. Ik voelde echter dat er iets niet pluis was.

Binnen werden wij verwelkomd door haar man. Perplex keek hij mij aan. Wat was het geval­­: Wij droegen exact hetzelfde overhemd.


Hilariteit alom natuurlijk. Toch knaagde het bij de man en nog voor we in de avond de deur uitgingen voor een etentje trok hij een ander overhemd aan.   

woensdag 4 mei 2022

Eerlijk delen

‘Zeg jongens houd eens op met dat geruzie,’ zegt Nienke tegen haar puberkinderen.
‘Chantal deelt niet eerlijk. Ze neemt altijd het grootste stuk.'
‘Stel je niet aan Dylan. Ik denk dat het wel meevalt,’ zegt Nienke sussend.

Zij legt het boek neer waarin zij aan het lezen is en loopt naar haar kinderen toe. Op de snijplank ligt een kleine pizza die inderdaad niet netjes doormidden is gesneden. In de oven ligt er nog een. Ze haalt hem eruit en legt die op een andere snijplank. ‘Snij jij die eens precies doormidden Dylan!’ Zorgvuldig schat hij het midden in en rolt het pizzames over het rijk gevulde deeg. ‘Voilà,’ zegt hij trots. ‘Exact doormidden.’ ‘Nou, als jij dat eerlijk delen noemt …’ en nog voor er ruzie uitbreekt heeft Nienke een idee.

 

‘Als Cantal deze ene helft nu eens doormidden snijdt, dan mag Dylan kiezen welk deel hij neemt. Dat lijkt mij eerlijk. Zeker als je je bedenkt dat jij, Chantal, juist snijdt.’ Daarna doen wij hetzelfde met de andere helft, máár dan mag Dylan snijden en jij kiezen. Oké?’

 

Het lijkt beiden een goed idee en omdat er nog een pizza is doen zij daarmee hetzelfde. Vooral die laatste twee pizzahelften lijken het eerlijk delen goed te benaderen. Een kniesoor die op een klein stukje meer of minder let.

 

Mopperend omdat de pizza’s intussen koud zijn geworden eten de twee met lange tanden, maar het probleem is opgelost.

 

zaterdag 30 april 2022

Ilian wordt goed gebakerd

Er zijn van die woorden waarvan je de exacte betekenis niet weet en waar je ook niet naar zoekt. Je voelt de betekenis van die woorden aan.

Dinsdagochtend vroeg rinkelt het belletje van mijn mobiel. Ik neem op en hoor  vaag mijn dochter Femke ‘Goedemorgen opa zeggen.’ Het dringt nauwelijks tot mij door. Pas nadat mijn vrouw José naast mij staat, meeluistert en Femke haar verhaal opnieuw vertelt, valt het kwartje. ‘Jullie zijn vanochtend vroeg opa en oma geworden.’ Allerlei emoties en gedachten schieten door ons heen, want zes weken te vroeg.

De bevalling is goed gegaan. De baby, een jongentje met de mooie naam Ilian en de moeder worden uitstekend verzorgd in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem.

Nog diezelfde avond zijn José en ik op bezoek. De kleine ligt in een couveuse. Sondes zijn aan zijn lijfje bevestigd om hem te monitoren.  Om zijn kleine tere lijfje zijn blauwe en groene banden gespannen. Zo wordt de baarmoeder nagebootst, wat de baby een veilig gevoel geeft.

Ik maak een foto van het kleine wonder en stuur die later naar mijn vrienden. Een van hen antwoordt: Een moderne manier van bakeren.

Dát is een van die woorden: bakeren. Het komt van bakermoeder, wat kraamverpleegster betekent. Omdat een bakermoeder ook wel eens wil zitten om de baby te voeden, doet zij dit op haar bakermat. Is zij op een andere manier actief, dan bakert zij de baby, wat koesteren en warmhouden betekent. Wie weet dat nog zo exact?

Nu maar hopen dat Ilian niet te heetgebakerd wordt …
Of is dat een onschuldig bakerpraatje?

  


dinsdag 12 april 2022

Voorjaarszinnen

Boven het slik dat deels onder water ligt, hangt de lucht helderblauw. De daarin verweven spaarzame dunne melkachtige nevel lost in fracties van minuten op. Kieviten schakeren wit en zwart en landen op een slijkplaat waar het zonlicht de zojuist uit het zuiden gearriveerde grutto’s warm bruin kleurt, een enkele zelfs roze.

Een sperwer, een jong mannetje gezien het roze op zijn wangen en de bruingrijze rug, jaagt achter een zangvogeltje aan en duikt verderop tussen nog jonge wilgenbomen. Even blijft hij uit het zicht, om kort daarop met gefladder uit het hout te verschijnen. Hij landt op een rasterpaal. Omdat hij rechtop blijft zitten en zich niet over een mogelijke prooi buigt om die te plukken en op te eten, is zijn roofvlucht dit keer zonder resultaat geweest.

 

Intussen vult het opkomend water plas en dras. Foeragerend waterwild zoekt het hogerop. Een verzanding langs een kreek, ik kan een groot deel daarvan overzien, is een van de plekken waar het naartoe vliegt. Al snel is de zandplaat gevuld met allerlei steltlopertjes zoals: de bontbekplevier, de bonte strandloper en een enkele zwarte ruiter, die in zijn winterkleed wel wat weg heeft van een tureluur.



De tureluur houd van vochtig en nat terrein. (foto P Ganzeboom)


 

Aan de horizon, langs de oevers van het Haringvliet vliegt plots ‘alles’ op. De lucht vult zich met de silhouetten van ganzen, eenden en nog kleiner gevogelte die ik secuur volg met mijn verrekijker. Ineens zie ik wat de vogels op de wieken deed gaan. Een zeearend! Boven de in paniek uiteen gewaaierde vlucht watervogels zweeft hij met trage vleugelslag. Hij lijkt geen snode plannen te hebben, want hoger en hoger vliegt hij op totdat ik hem niet meer kan volgen.

 

Ik sta op van mijn krukje, strek mijn benen en loop kleine stukjes heen en weer. Ondanks dat het nog maar een graad of tien is voelt het in de luwte warm aan. Ik doe mijn sjaal af en schuif de ritssluiting van mijn jas ietwat naar beneden. Voorjaar en dat is ook te merken aan het schrijnen van de konen van mijn gezicht, die zullen vast rood kleuren. Omdat het water hoger en hoger stroomt en de vogels het verderop zoeken, breek ik op en wandel naar mijn fiets; ik heb nog een ander plekje in gedachten.

 

Dat is het Mallebos, een perceel van Staatsbosbeheer aan de rand van de stad waar ik woon. Dat is een zogenaamd productiebos. Men heeft het jarenlang zijn gang laten gaan. De laatste stormen van deze winter en de essentaksterfte heeft drastisch huisgehouden. Werklui hebben de boel opgeknapt en een ruig en omheind perceel waarin jonge loten zijn uitgezet achtergelaten. In een van die percelen zat laatst een appelvink, een schaarse wintergast.

 

Helaas voor mij was de vogel gevlogen, of had zich degelijk verstopt.

      

donderdag 7 april 2022

Twijfels

Vlagen vol druilerige regen trekken over het land. Omdat het morgen niet veel beter zal zijn volgens de weermannen, lijkt het mij een goed idee om naar Rotterdam te gaan voor een museumbezoek. Tussen de buien door kan ik dan mooi door een stadswijk of park wandelen. Ik doe dat graag. Ik bel mijn vriend en vraag of hij zin heeft om mee te gaan. Uiterst vervelende familieomstandigheden hebben hem zoveel energie gekost dat hij geen fut heeft om mee te gaan. Jammer, dan ga ik alleen.

De volgende morgen doe ik nog een kleine boodschap. Onderweg onderzoek ik mijn gevoelens en gedachten die zich eerder die morgen ook al opdrongen: De reis. Welk museum? Het online bestellen van tickets (niet verplicht). Kortom, heb ik nog wel zin?

 

Als ik bijna thuis ben, loop ik nog even de polder in. Het is grijs, maar droog. De wind is matig, kracht vier. Langzaam verdwijnt Rotterdam in mijn gedachten naar de achtergrond en zie ik mijzelf rijden op de racefiets. Langs het Spui en het Haringvliet. De wind schuin op kop. Over dijken, met hier en daar een huis of boerderij. Tussen akkers en weiden. De wind nu in de rug.

 

Thuis spreek ik mijzelf toe omdat ik niet goed overweg kan met al mijn ideeën. Pas na de koffie neem ik een besluit. Ik ga fietsen. Ik leg wat kleding klaar. Kijk nog een keer uit het raam. Check voor de derde keer de temperatuur en de weersverwachting. De keuze voor welke kleding ik aan zal trekken is lastig. Niet te warm, of niet te koud, dat is de vraag. Maar dan eindelijk zit ik op mijn fiets.

 

Het begint al snel zachtjes te miezeren. Ik geef er niet om. De wind is toch wel hard en ik heb hem tegen. Een tandje terugschakelen dan maar. Ik probeer een nieuwe route uit langs een nieuw aangelegd industrieterrein bij Hellevoetsluis.

 

De rit verloopt precies zoals hij zich eerder in mijn gedachten afspeelde en voor ik er erg in heb, is mijn tocht voorbij. Tevreden zet ik mijn fiets dan ook in de schuur. Na een douche maak ik mijn lunch klaar. Zoet of hartig … koffie of thee …