woensdag 24 mei 2017

Schoon Vlaanderen; Geen genade


Waar blijft dat verrekte viaduct, zodat ik de Schelde over kan steken. Het duurt maar en het duurt maar. Straks moet ik tot overmaat van ramp nog terugfietsen ook, omdat ik de rivier niet over kan. Eindelijk, na een flauwe bocht, doemt er een boogbrug op. Voor de zekerheid vraag ik aan een voorbijganger de weg. Ik rijd goed. De Ronsebaan op en tussen twee huizen verderop de onooglijk smalle Paddestraat in. Honderden meters naast mij steekt de kerk van Kwaremont hoog boven het lover uit. Bij de volgende splitsing draai ik rechtsaf en dan ineens houdt het asfalt op en balanceer ik op de keien van de gevreesde en de door mij te bedwingen Oude Kwaremont. Halverwege de klim schiet José wat plaatjes en moedigt mij aan. Dat laatste is hard nodig, want inmiddels ben ik behoorlijk aan het piepen en kreunen. Boven op het plein houd ik halt voor een slok water en een kort praatje met José, dan rijd ik het laatste stuk vals plat van zo´n anderhalve kilometer. Fietsen over kasseien valt zwaar tegen. Om de vaart erin te houden zoek ik mijn weg in de berm, die vergeleken met het basalt van asfalt lijkt te zijn. Als ik de keien achter mij laat kom ik op adem en bereid mij voor op een lange snelle afdaling naar de Patersberg. Intussen heb ik gezelschap van een andere renner gekregen. Bij elk kruispunt knijp ik in de remmen, ik ken immers het parcours niet uit mijn hoofd. Een bord met blauwe pijl stuurt mij naar rechts. Vloeiend neem ik de bocht op het grote verzet. De renner achter mij, haalt mij in en roept: ‘Terugschakelen’. Te laat ik sta stil en draai terug naar beneden. De eerste slag is voor de Patersberg. Ik laat mij echter niet uit het veld slaan en val de heuvel opnieuw aan. Pas dan besef ik hoe steil 20% is. Weer dreig ik stil te vallen. Kleiner schakelen kan niet. In de goot langs de kant van de weg maak ik zowaar wat meer snelheid. Dan houdt de goot op. Er is geen berm. Ik krijg een tweede definitieve tik en val tergend langzaam om. Lopend leg ik de laatste meters af. Boven neem ik de schade op. Een geschaafde knie en een scheef zadel, die ik niet meer in positie krijg. In een vervelende houding, ik zit schuin in het zadel, daal ik af naar de voet van de Koppenberg (22%). Daar regel ik een inbussleutel, zet mijn zadel recht en rijd de heuvel tot aan het bos op, vandaar rijd ik terug naar beneden; zelfs dat valt niet mee. Beneden overleg ik met José. Ik fiets nog een klein uurtje en dan pikt zij mij op in Nukerke. Moe maar voldaan steek ik mijn duim op naar José, zij heeft mij toch maar mooi heel de ochtend bijgestaan.        

dinsdag 23 mei 2017

Schoon Vlaanderen; Zingem


Na een week van verdriet, mijn schoonmoeder kwam plotseling te overlijden, vertrekken mijn vrouw en ik op een vrijdag voor een korte vakantie naar de Vlaamse Ardennen. Naast wandeltochten in de natuur en een bezoek aan Gent, wil ik als kers op de taart delen van De Ronde rijden. Een knieblessure en een fikse verkoudheid lijkt echter roet in het eten te gooien.

Als wij in de namiddag Zingem binnenrijden, worden wij hartelijk welkom geheten op ons logeeradres. Een doosje bonbons, frisrank en een echt Vlaams biertje completeren de uitvoerige uitleg over wat er allemaal te bezichtigen is in de streek rond ons appartement. Die dag doen wij niet veel meer dan in de avond een klein rondje kuieren rond de kerk van het dorp. De zaterdagochtend trekken wij eropuit voor een wandeling langs de Schelde en de ernaast liggende plassen en ruigtes. Half in de middag keren wij terug, mijn conditie laat het afweten. De malaise zet zich de volgende dag voort, met lichte verhoging zoek ik in de middag mijn bed op. Fysiek lijk ik geslagen, maar mentaal pep ik mijzelf op; de racefiets heb ik immers niet voor niets meegenomen.

Maandag lijk ik voldoende hersteld voor een wandeling langs de Zwalm. Het smalle pad pal langs het beekje is prima begaanbaar. De oevers zijn rijk begroeid met vele soorten planten, waarvan de bloemen druk bezocht worden door vlinders en andere insecten. Bij een in het groen verscholen uitspanning houden wij een pauze voor een kop koffie. Een gezette vrouw op het terras knikt ons toe vanachter een glas goudgele Duvel. Zij is er vroeg bij zo half in de morgen. Aan een tafeltje in de halfschaduw, bestellen wij onze koffie. Het lijkt of de koffiebonen nog geplukt en gebrand moeten worden zo lang duurt het voordat onze koffie geserveerd wordt. Als wij dan eindelijk het bruine vocht met gesloten ogen door onze mond laten rollen, terwijl de Zwalm nauwelijks hoorbaar langs ons voortkabbelt, beleven wij het ultieme vakantiegevoel. Verderop stoppen wij voor een picknick. Na mijn laatste boterham leg ik mijn hoofd in de schoot van mijn vrouw en doezel in slaap. Een koekoek roept mij vanuit de populieren wakker voor de laatste kilometers naar de auto. Ik voel mij intussen mentaal gesterkt om morgen ‘mijn slag’ te slaan.

donderdag 4 mei 2017

Gepubliceerd in GGO - wk 18


Een gemiste kans



Na een korte yogasessie en een stevig ontbijt, trek ik mijn outdoor kleding aan en reis vanuit een zonovergoten Spijkenisse naar Ouddorp, waar ik die morgen een weidevogelexcursie ga begeleiden op en rondom het Volgerland. Als ik de parkeerplaats bij de vuurtoren oprij ben ik de eerste. Dat hoort zo ook, want alleen dan kan ik als een goed gastheer de deelnemers optimaal verwelkomen. Al snel melden zich de eerste liefhebbers en om even voor tien uur, het tijdstip dat de excursie start, is een ieder present. Door een klaphekje stappen wij het excursieterrein in en vertel ik over de geschiedenis van het gebied; dat het vroeger buiten het duin gelegen was en dus het zeewater in de kreken vrij spel had. Nu ligt het tegen de binnenduinen aangeklemd en wordt het beheerd door Natuurmonumenten. Nog steeds lopen er kreken door het gebied, wat het land drassig maakt; laarzen en waterdichte schoenen aanbevolen dus.

Terwijl de kievieten door de lucht buitelen, vertel ik mijn verhaal over het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes, dat bij sommige weidevogelsoorten minder goed is te zien, het aantal eieren en de broedduur. Altijd zijn er bij een excursie kenners aanwezig, zo ook vandaag, een van hen wijst ons een vermeende kemphaan aan. Ik stel mijn statief op en ja, een prachtig mannetje met witte kraag stapt parmantig over het slik tussen nog kraagloze soortgenoten. Dan ineens is er alarm, verderop is het in de lucht een drukte van belang. Grutto’s, tureluurs en scholeksters vliegen onrustig door de lucht. Boven een rietkraag zweeft met opgetrokken vleugels een bruine kiekendief op zoek naar kuikens - vandaar zijn naam. Met succes wordt de rover verjaagd. Bij de kijkhut bestuderen wij de diverse eendensoorten en luisteren naar de voor velen nog niet bekende cettiszanger, een van oorsprong Zuid-Europees vogeltje dat de laatste jaren veelvuldig noordelijker wordt waargenomen.

En zo genieten wij met elkaar van een prachtige morgen, met de weidevogel in de hoofdrol. Alleen en ik hoop beste lezer dat u het mij niet kwalijk neemt, de excursie was wel georganiseerd, maar is niet gehouden, het verslag is door mij verzonnen. Hoewel er in de media volop aandacht aan gegeven is, was er geen enkele belangstelling. Ook voor andere weidevogelexcursies in het land was de belangstelling nihil. Het gaat niet goed met de weidevogel, al jaren lopen de aantallen en soorten in van oudsher geschikte leefgebieden achteruit. Met iets meer aandacht kan het tij wellicht gekeerd worden. U krijgt een herkansing. Ga volgende keer eens mee op excursie. De grutto en soortgenoten zijn er zeker bij gebaat.   




dinsdag 2 mei 2017

Dit is de brug

Dit is de brug met een verleden.
Ooit rammelden bouten en bielzen,
blies de locomotief zware zwarte wolken,
reden paard en wagen over twee banen van hier naar daar.
Nu heeft hij zich verbreed verheven,
als een burcht over een Hollandse rivier.
De stoomtram - Nee die rijdt niet meer,
over zwart asfalt zoeven nu fietsen heen en weer.


zaterdag 29 april 2017

Het Kastanjelaantje


Tussen het weelderig gebladerte
staan sneeuwwit de kaarsen
fier rechtop.

Soms werpt het diepgroene loof
teder zijn schaduw over het
bemoste pad.

Dit laantje, lommerrijk en bij toeval
verkwikkend fris, door de zon
helder beschenen.

Vanuit het lover klinkt melancholiek,
met de warmte van vroeger
een herinnering.

zaterdag 22 april 2017

Spuimonding West ruim en stil; hoe lang nog?




Nog is het stil,
is er land zonder slagschaduw,
is er weids uitzicht;
hoe lang nog?



Het is winterkoud als mijn vriend en ik over het fietspad langs de Spuimonding kuieren, op zoek naar wat zich aandient aan vogels. Omdat wij zoals gewoonlijk niet naar een in vogelaarskringen schaarse of bijzondere soort op zoek zijn, turen wij dit keer naar een nog niet geheel doorgekleurde kneu; kan het gewoner? Gelukzalig en geconcentreerd genieten wij van de nuanceringen in het verenkleed en de manoeuvres van het vogeltje. Aan de horizon langs de oever van het Haringvliet speurt een bruine kiekendief naar prooi. Wij hebben het ruime land en de stilte lief. Hoe lang nog, vraag ik mij hardop af.

In de polder achter ons, dat deel uitmaakt van een stiltegebied, zijn windmolens van 180 meter hoog gepland. Voor ons een merkwaardig idee, omdat juist dit deel van de streek is bestempeld tot Natura 2000 gebied. Er is fors geïnvesteerd zodat het gebied deel kan uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. Hoe kan het dan bestaan, dat aan het landschap afbreuk wordt gedaan door dergelijke ondingen? Het is dan gedaan met het landschappelijk uitzicht. Bovendien zal het ritmisch gedraai van de wieken zorgen voor monotone slagschaduw en rust verstorend gezoef.

Mijn vriend heeft de moeite genomen om zich in de materie in te lezen, een zienswijze op te stellen en dus zijn stem te laten horen. Ik heb hem met een handtekening ondersteund. Het is natuurlijk een goed idee van onze politici om te voldoen aan gemaakte klimaatafspraken en om zo een vermeende opwarming van de aarde te reduceren, maar dan weldoordacht en niet rücksichtslos. Kortom windmolens prima, maar niet hier!



Wij liggen tegen een grasdijk,
onder een strakblauwe hemel,
kleurt een knalgele akkerman onze dag.



Een gele kwikstaart wordt in de volksmond ook wel akkerman genoemd.  













donderdag 20 april 2017

De Hollandse Waterlinie




Daar sta je dan.
Met je poten in de klei
wanend en wenend.*



De donkere wolken voorspellen niet veel goeds, als wij het kleine griend dat tegen Fort Altena ligt aangeklemd achter ons laten. Bovenop de dijk kijk ik uit over een kleine rietkraag. Een Blauwborst begint voorzichtig aan zijn lied. Ik kan hem niet vinden, mijn vrouw wel en na haar hint zie ik het roestbruin van zijn staartje. Als hij voor de tweede keer zijn lied inzet en hij baltsend opvliegt naar de top van een rietpluim is ook zijn karakteristieke blauwe borstje zichtbaar, dan verdwijnt hij en laat zich niet meer zien of horen. Wij lopen verder richting Uppel. Als wij midden in een polder lopen en er geen enkele plaats is om te schuilen, draai ik mij om en zie dat er verderop uit de dreigende lucht regen over het land vlaagt. Nog geen minuut later heeft een bui ons ingehaald. Een stormparaplu en waterdichte jassen bieden beschutting. Al snel breekt de zon door. In de verte klinkt de roep van een koekoek. Inmiddels beginnen onze magen te knorren. Het is te koud en te nat om zittend op de grond onze botterhammen op te eten, dat doen wij dus al lopend. Verderop slaan wij af en lopen over de waterlinieroute waar ook Fort Altena deel van uitmaakt.

Langs de route staan verspreid oude bunkers die tussen 1939 en 1940 zijn gebouwd als schuilplaats voor de burgers tijdens de tweede wereldoorlog. Aan een van de bunkers hangt een gedicht, (waarvan de eerste regels hierboven zijn geciteerd). Zijn het de soldaten in loopgraven, die huilend van ellende hun kop niet boven het maaiveld uit durven steken, of bedoelt de dichter de betonnen bunkers, die als eeuwige voorposten standhouden tegen de vijand?  

Twee monumentale wipmolens, maken het plaatje compleet; zij maalden lang geleden de polder droog. Tegenwoordig knapt een moderne Bosmanmolen dit karweitje op, al helpt de oude molen zo nu en dan een handje.
Tijdens de laatste meters van onze wandeling, door het oer Hollandse landschap, waarboven de lucht inmiddels is opgeklaard, besef ik dat aan ons een klein stukje van een grote geschiedenis
is prijsgegeven.



*Het gedicht van Marcel Vaandrager is terug te lezen op: http://www.werkendam.net/nieuws/2012-09-24-2063-bunkergedicht-langs-liniepad.html