zaterdag 29 april 2017

Het Kastanjelaantje


Tussen het weelderig gebladerte
staan sneeuwwit de kaarsen
fier rechtop.

Soms werpt het diepgroene loof
teder zijn schaduw over het
bemoste pad.

Dit laantje, lommerrijk en bij toeval
verkwikkend fris, door de zon
helder beschenen.

Vanuit het lover klinkt melancholiek,
met de warmte van vroeger
een herinnering.

zaterdag 22 april 2017

Spuimonding West ruim en stil; hoe lang nog?




Nog is het stil,
is er land zonder slagschaduw,
is er weids uitzicht;
hoe lang nog?



Het is winterkoud als mijn vriend en ik over het fietspad langs de Spuimonding kuieren, op zoek naar wat zich aandient aan vogels. Omdat wij zoals gewoonlijk niet naar een in vogelaarskringen schaarse of bijzondere soort op zoek zijn, turen wij dit keer naar een nog niet geheel doorgekleurde kneu; kan het gewoner? Gelukzalig en geconcentreerd genieten wij van de nuanceringen in het verenkleed en de manoeuvres van het vogeltje. Aan de horizon langs de oever van het Haringvliet speurt een bruine kiekendief naar prooi. Wij hebben het ruime land en de stilte lief. Hoe lang nog, vraag ik mij hardop af.

In de polder achter ons, dat deel uitmaakt van een stiltegebied, zijn windmolens van 180 meter hoog gepland. Voor ons een merkwaardig idee, omdat juist dit deel van de streek is bestempeld tot Natura 2000 gebied. Er is fors geïnvesteerd zodat het gebied deel kan uitmaken van de ecologische hoofdstructuur. Hoe kan het dan bestaan, dat aan het landschap afbreuk wordt gedaan door dergelijke ondingen? Het is dan gedaan met het landschappelijk uitzicht. Bovendien zal het ritmisch gedraai van de wieken zorgen voor monotone slagschaduw en rust verstorend gezoef.

Mijn vriend heeft de moeite genomen om zich in de materie in te lezen, een zienswijze op te stellen en dus zijn stem te laten horen. Ik heb hem met een handtekening ondersteund. Het is natuurlijk een goed idee van onze politici om te voldoen aan gemaakte klimaatafspraken en om zo een vermeende opwarming van de aarde te reduceren, maar dan weldoordacht en niet rücksichtslos. Kortom windmolens prima, maar niet hier!



Wij liggen tegen een grasdijk,
onder een strakblauwe hemel,
kleurt een knalgele akkerman onze dag.



Een gele kwikstaart wordt in de volksmond ook wel akkerman genoemd.  













donderdag 20 april 2017

De Hollandse Waterlinie




Daar sta je dan.
Met je poten in de klei
wanend en wenend.*



De donkere wolken voorspellen niet veel goeds, als wij het kleine griend dat tegen Fort Altena ligt aangeklemd achter ons laten. Bovenop de dijk kijk ik uit over een kleine rietkraag. Een Blauwborst begint voorzichtig aan zijn lied. Ik kan hem niet vinden, mijn vrouw wel en na haar hint zie ik het roestbruin van zijn staartje. Als hij voor de tweede keer zijn lied inzet en hij baltsend opvliegt naar de top van een rietpluim is ook zijn karakteristieke blauwe borstje zichtbaar, dan verdwijnt hij en laat zich niet meer zien of horen. Wij lopen verder richting Uppel. Als wij midden in een polder lopen en er geen enkele plaats is om te schuilen, draai ik mij om en zie dat er verderop uit de dreigende lucht regen over het land vlaagt. Nog geen minuut later heeft een bui ons ingehaald. Een stormparaplu en waterdichte jassen bieden beschutting. Al snel breekt de zon door. In de verte klinkt de roep van een koekoek. Inmiddels beginnen onze magen te knorren. Het is te koud en te nat om zittend op de grond onze botterhammen op te eten, dat doen wij dus al lopend. Verderop slaan wij af en lopen over de waterlinieroute waar ook Fort Altena deel van uitmaakt.

Langs de route staan verspreid oude bunkers die tussen 1939 en 1940 zijn gebouwd als schuilplaats voor de burgers tijdens de tweede wereldoorlog. Aan een van de bunkers hangt een gedicht, (waarvan de eerste regels hierboven zijn geciteerd). Zijn het de soldaten in loopgraven, die huilend van ellende hun kop niet boven het maaiveld uit durven steken, of bedoelt de dichter de betonnen bunkers, die als eeuwige voorposten standhouden tegen de vijand?  

Twee monumentale wipmolens, maken het plaatje compleet; zij maalden lang geleden de polder droog. Tegenwoordig knapt een moderne Bosmanmolen dit karweitje op, al helpt de oude molen zo nu en dan een handje.
Tijdens de laatste meters van onze wandeling, door het oer Hollandse landschap, waarboven de lucht inmiddels is opgeklaard, besef ik dat aan ons een klein stukje van een grote geschiedenis
is prijsgegeven.



*Het gedicht van Marcel Vaandrager is terug te lezen op: http://www.werkendam.net/nieuws/2012-09-24-2063-bunkergedicht-langs-liniepad.html



zaterdag 15 april 2017

De tjiftjaf


Ondanks dat er bordjes op de bomen langs het pad zijn gespijkerd waarop de tekst, ‘verboden afval te storten’, ligt het plantsoen vol met tuinafval. Ik schud mijn hoofd en loop verderop het volkstuinencomplex binnen. Onder een struik scharrelt een klein bruin vogeltje. Ik houd even halt om het beestje op naam te brengen. Een man nadert steppend op een scooter en vraagt wat er te zien is. 
‘Een klein bruin vogeltje, waarschijnlijk een tjiftjaf denk ik’.
Samen kijken wij of hij zich wil laten zien. Al na enkele seconden hipt hij vanachter de struik vandaan en fladdert een bosje anjers in. Op het gezicht van de man verschijnt een glimlach.
‘Leuk he?’ zegt hij.
Ik kan dat alleen maar beamen.

dinsdag 11 april 2017

Jazz als religie


Religie is een terugkeer naar onszelf vanuit het oneindige, absoluut ongrijpbare en onveranderlijke, waarbij het erom gaat dat wij niet helemaal verloren gaan. (Markus Gabriel)
Het is wachten tot het ‘gedicht’ of het ‘verhaal’ verschijnt, tot het zich ontworstelt vanuit zijn achtergrond. Als het zich dan toont, lopen velen eraan voorbij, maar een schrijver pakt het op en pas dan ervaart ook de passant het en keert doormiddel van wat geschreven en gelezen is terug naar zichzelf; wat doet het verhaal met hem of haar?
Nu de ‘oude garde’ op een enkeling na niet meer leeft, vindt er in de wereld van de Jazz een overgang plaats tussen oude en nieuwe stijlen. Miles Davis was een van de eerste trendsetters door Pop te integreren met Jazz. Na zijn dood heeft de jongere generatie het stokje overgenomen en een jazzcompositie kan een cocktail zijn van (authentieke) Jazz, Hip Hop en Soul om enkele stijlen te noemen. Transition Jazz Festival Utrecht is een goed voorbeeld van wat gaande is op het gebied van Jazz.
Vanaf de eerste klanken neemt het trio het publiek mee in het verhaal dat niet geschreven is met letters, maar met noten. Een kalme en vrolijke melodielijn meandert tussen ritmische contrabasklanken en de bij vlagen onnavolgbare slagen op de drumkit. De kunst is om toeschouwers te grijpen, wat gezien de enthousiaste reacties Phronesis lukt.
Dat het meer ingetogen, maar met expressieve mimiek ook kan, bewijst Ala.Ni. Haar zang begeleid met gitaar en harp is een muzikale mimesis, zij legt met haar diepe en warme soulgeluid, die doet denken aan Billy Holliday heel haar ziel en zaligheid bloot. Voor de luisteraar een terugkeer naar zichzelf, een reiniging, want geen enkele ziel blijft onberoerd.
Toch blijven de oude jazzstandaards ook nu nog actueel. Het Branford Marsalis Quartet is daar een voorbeeld van. Samen met de vocalist, want hij is meer dan een zanger, Kurt Elling, transformeert het Quartet bestaande composities tot moderne kunst. Zij komen wat traag op gang, maar als de diesel eenmaal op stoom is, gaan de musici los. Onnavolgbaar zijn de vocale kunstgrepen, helder als water de pianoklanken, warm de klanken van de sax, allen begeleid door drum en bas.
Daarom,
is Jazz poëzie
is Jazz proza
is Jazz kunst
is Jazz religie.


woensdag 5 april 2017

Vreugde en Verdriet

Beste lezer,

Als u op de onderstaande link klikt, kunt u mijn bijdrage van deze week lezen in het weekblad: Groot Goeree Overflakkee. (blz. 22)

https://www.jambooty.be/nl/document/1054906


zondag 19 maart 2017

Klamme vingers

Nerveus plugt hij het snoer in de versterker en hangt de basgitaar om zijn schouder, om met klamme vingers een eerste loopje te spelen. Als de overige bandleden zijn opgewarmd, speelt de slaggitarist het intro van ‘Mary had a little lamb’. Precies daarna moet hij invallen en juist dat lukt hem maar niet. Als de drummer even later gefrustreerd zijn stokjes door de ruimte gooit en de gitarist zijn plectrum erbij neer lijkt te leggen, demonteert hij de E-snaar en knoopt hem om de kop van de bas. Buiten werpt hij de snaar om een dikke tak van een treurwilg, hijst zijn instrument op en sloft weg. Nog een keer kijkt hij achterom; zijn basgitaar bungelt ritmisch op en neer.

Dit stukje bestaat uit exact 120 woorden en is ook te lezen op: