zondag 29 juni 2014

Naar de tandarts






De oude man, deels doof en niet meer begrijpend wat gezegd wordt, wordt hartelijk ontvangen door de tandarts en zijn assistente. Als hij zijn jasje heeft uitgedaan mag hij gaan liggen in de tandartsstoel. Pal boven hem, als afleiding, vertoont een monitor beelden van het WK - voetbal. De instructies van de tandarts verlopen deels via mij. Bij het verwijderen van het tandsteen aan zijn ondergebit, verslikt de man zich. Hij vergat blijkbaar door zijn neus te ademen. Een tweede assistente wordt ingeschakeld. Zij zuigt het spoelwater direct af. Dat voorkomt echter niet dat hij zich opnieuw verslikt. Als het ondergebit tandsteenvrij is, vraagt hij vriendelijk doch gedecideerd of zijn bovengebit ook schoongemaakt kan worden. “Dat hoeft niet mijnheer, uw bovengebit is niet meer van u zelf”. Nu begrijpt hij het niet meer. Geduldig leggen wij uit dat een kunstgebit geen tandsteen kan bevatten. Na dit voor hem verwarrende gesprek lopen we naar de balie. Over een jaar is onze volgende afspraak. Tenzij er een gaatje in zijn kunstgebit is ontstaan.

woensdag 25 juni 2014

dinsdag 10 juni 2014

Hindernissen




Tweede Pinksterdag, Roparundag. Op mijn racefiets passeer ik een viaduct. Het is drukkend warm en een onweerslucht hangt al enkele uren boven Goeree-Overflakkee. Groepen hardlopers en meefietsende begeleiders draaien juist voor mij de Haringvlietbrug af richting Numansdorp. Een aantal kilometers fiets ik geconcentreerd van groep naar groep. Vlak voor het dorp worden de sporters linksaf de dijk afgestuurd. Ik rij behendig om een afzetting heen. De weg die ik zojuist achter mij heb gelaten, zal vast zijn afgezet voor de dapperen die de laatste kilometers van Parijs naar Rotterdam afleggen. Niets is minder waar. Een man roept mij toe dat ik tegen de rijrichting van een wielerkoers rij. Ik steek mijn hand op dat ik hem begrepen heb.  Als een auto met brandende koplichten mij nadert parkeer ik mijn fiets in de berm. Ingevette kuiten zoeven in een lange, kleurrijke sliert voorbij. Een drietal materiaalwagens sluit het peloton. De weg is weer voor mij alleen. Dagdromend fiets ik verder.

tweede pinksterdag
al draaiend en kerend
ontwijk ik de bui

donderdag 5 juni 2014

Molivos



 Molivos,

Als een haak ligt de kade om jouw haven.
Toeristen flaneren op een huid van steen.
Kleine boten dobberen aan slappe koorden.

Op een bank gezeten, wijst de vrouw naar de vis
die in kraakhelder water een spel lijkt te spelen
met de glinstering van het licht.

De zee achter haar, azuurblauw, is kalm.
Golfjes ruisen zacht op het kiezelstrand.
Een enkeling waagt zich in het koude water.

Terrassen en winkelstraten raken langzaam vol.
Een dienblad draagt cappuccino en groene thee
In een tas glijdt, zojuist gekocht, een souvenir.

Straten en trappen liggen als een doolhof
onder de oranje daken van de oude stad.
Pal daarboven, met zicht op zee en binnenland,

nog lang niet vergaan, ligt robuust: De Burcht.
Hagedissen schieten schichtig heen en weer
tussen de gesleten voegen van zijn muren.

Achter het kasteel glijdt sierlijk, tussen weiden
met schapen, een weg van asfalt naar het dal.
De stad vervaagt, trillend in de warme lucht.





maandag 2 juni 2014

Narrow escape





Vogels observeren is op verschillende manieren mogelijk. Vandaag kiezen we voor de auto, die als schuilhut dienst zal doen. Langs de zuidkust van Lesbos ligt een uitgestrekt wetland, dat omzoomd is met grasland en ruigte. Met beide ramen geopend rijden we over nauwelijks begaanbare paden. Op een hek pal voor ons een bijeneter. Voorzichtig rijd ik de auto schuin het pad op. Ik nader de vogel tot op een kleine tien meter. De vogel, die niet schuw is, laat zich goed bewonderen. Als hij gevlogen is, rijden wij langs een plas waarin tientallen flamingo’s aan het foerageren zijn. Verderop trekt een aantal vogelaars onze aandacht. Een zwarte ooievaar waadt in de deltamond door troebel water. Dan zoekt ook hij zijn vertier elders. Voor ons het moment om op zoek te gaan naar geel gerstenat.



op het kiezelstrand
rent hij driftig heen en weer
de kleine plevier



In de avond wandelen we langs een vervallen zuil van een vroeg Romeins aquaduct. Links daarvan de flauwe hellingen van een olijfboomgaard. Honderd meter verderop stappen we het terras op van een authentiek Grieks restaurant. Het ligt ver buiten het centrum van Molivos en wordt daarom door weinig toeristen bezocht. Als we buiten op het terras gezeten onze bestelling hebben doorgegeven en de tafel is gedekt, besluiten we, omdat het fris en winderig is, naar binnen te gaan. Het interieur doet als een huiskamer aan. Aan de wanden hagen foto’s waarop de geschiedenis van de eigenaren van het restaurant. In een hoek staat, hoe wonderlijk, enigszins met een plaid verhuld, een bed. In het midden staat op een bureau een computer uit de jaren negentig. De eigenaar heeft het you-tube kanaal aanstaan. Uit boxen schalt Griekse muziek. Er is nog een echtpaar aan het tafelen. De vrouw doet mij aan mijn buurvrouw denken als zij met lange uithalen lacht. Direct heeft zij mijn antipathie gewonnen. Het feit dat zij uit Lisse komt, doet daar niets aan af. Het echtpaar knoopt een gesprek met ons aan. Meer uit beleefdheid dan uit plezier praat ik mee. Als we enkele dagen later na een wandeling een terras opstappen en twee stoelen achter een tafel vandaan schuiven, zie vanuit mijn ooghoek schuin achter ons hetzelfde echtpaar. Vlug been ik twee terrassen verder, alwaar ik José de reden hiervoor uitleg.