Posts tonen met het label torenvalk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label torenvalk. Alle posts tonen

donderdag 15 oktober 2020

Het mag weer - uit Groot Goeree Overflakkee

Corona, de plaaggeest, veroorzaakte dat ik een half jaar inactief was als vogelgids bij Natuur Monumenten. Nu is dat geen ramp natuurlijk, want vogelen kan ik heel goed alleen, maar ik miste het wel. Half september mocht het weer.

Tegen negen uur in de morgen snoeren de deelnemers en ik de witte elastiekjes van de blauwe mondkapjes achter onze oren. Pas daarna vaart de pont in rustig tempo uit. Aan wal op Tiengemeten stel ik mij nogmaals voor en heet de bezoekers welkom. De excursie ’op zoek naar roofvogels’ kan beginnen.

Al direct is het raak. Een torenvalk bidt boven speelnatuur. Voor mij een ideaal moment om ook iets over het natuurlijk aangelegde speelterrein te vertellen, ik werk daar immers als vrijwilliger in het onderhoud. Een wandeling door het gebied zou helemaal mooi zijn, dus klimmen wij met zijn allen over het hek. De plantenrijkdom ter plekke is, ondanks dat de bloei haast voorbij is, het waard om er informatie over te geven.

In aantal laten de roofvogels het afweten, maar qua soorten is het feest. Bijna al de gehoopte soorten laten zich zien. Van de roofvogels die verstek laten gaan weet ik smeuïge verhalen te vertellen, zodat zij toch acte de préséance geven.

Opgewonden en wijzend roept een jongen. ‘Wat is dat voor een grote roofvogel Tino’. Terwijl ik de vogel observeer, passeren de namen van de geleerde soorten een voor een de revue. ’Een zeearend’, zeg ik. Nog even is er twijfel. De vogel heeft namelijk een relatief snelle vleugelslag. Als er later een gans onder de arend doorvliegt, is de determinatie klip en klaar. Een gans past namelijk makkelijk twee tot drie keer in een zeearend.

foto: Peter Ganzeboom

Om in te haken bij het enthousiasme van de deelnemers, las ik een koffiepauze in en vertel anekdotes over de grootste roofvogel van ons land. Daarna vervolgen wij onze excursie naar de aardappelloods. De naam zegt het al, hier werd een deel van de aardappeloogst in vroeger tijden bewaard. Ter plaatse wist ik tussen de wortels van een populier nog een nest van een wilde bijensoort te vinden. Omdat het warm was, waren de beestje actief.

Op de terugweg naar de pont, laten zich ook nog enkele kleinere vogelsoorten zien, zoals de graspieper en de putter. Het leuke is dat de deelnemers het geleerde in de praktijk brengen, want telkens wijst men op vogels en plantjes en brengt ze op naam. Moeilijk blijkt de chicorei. Een oudere deelnemer weet te vertellen dat daar in de oorlog surrogaatkoffie van gemaakt werd. Hij trekt een vies gezicht. De verhalen komen los. Een mooi moment om de excursie af te sluiten.

Inmiddels en dat zeker niet terzijde laait corona weer op en liggen ook de excursies weer stil en is de titel dus gedateerd.


vrijdag 16 juni 2017

Valken in hun lentelandschap


Zondagmorgen om kwart over vijf zoek ik na een nacht met weinig slaap de knop van mijn wekker, die modern als ik ben ligt verborgen achter het glas van mijn smartphone. Grommend omdat ik hem zo snel niet kan vinden, schuif ik mijn vinger over het venster en dan eindelijk houdt het irritante deuntje op. Ik stap uit bed en trek in vloeiende beweging mijn kleding aan, die ik de vorige avond heb neergelegd, loop naar de wastafel en houd mijn hoofd onder een koude waterstraal. Klaarwakker, fris en fruitig maak ik mijn ontbijt en wacht op mijn vriend Peter, om samen met hem naar een paartje boomvalken te gaan.

In de luwte van een knotwilg turen wij over een graanveld en wachten af wat komen gaat. Pas na anderhalf uur, als ik mijn benen strek en een groene specht die golvend langs vliegt volg, hoor ik het kek-kek van een mannetje boomvalk. Direct zoek ik oogcontact Peter, hij wijst naar een hoge rij populieren voor hem. Ik richt mijn kijker en ja hoor de valk doorkruist speels het gebladerte. Dan ineens is daar ook het vrouwtje, die na enkele manoeuvres in een beukenhaag haar gemak neemt. Het mannetje blijft korte tijd weg en keert terug met een prooi die hij aan het vrouwtje geeft. Op afstand kijkt hij toe hoe zij het vogeltje plukt en oppeuzelt. Met uitzondering van het verenpak verdwijnt de prooi geheel in de maag van de valk. Daarna veegt zij haar snavel af, poetst en fatsoeneert haar verenkleed en produceert een kleine braakbal. Na een klein kwartier neemt zij een horizontale houding aan, het sein voor het mannetje om op te vliegen en haar te bestijgen. Wat volgt is een korte maar liefdevolle copulatie, want na de geslachtsdaad blijft het paartje innig en liefkozend naast elkaar zitten. Dit bijzondere tafereel herhaalt zich deze morgen nog eenmaal, waarna wij als een kind zo blij onze optische instrumentaria inpakken en langzaam huiswaarts keren.

Later die week loeren wij bij een verlaten boerderij naar een boomnest waarin zich vier jonge torenvalken die bijna vliegrijp zijn, bevinden. Op zich is dit al bijzonder, want torenvalken broeden meestal in nestkasten. Wij vallen met onze neus in de boter. Twee jonge takkelingen* springen en fladderen over dikke takken en keren later, na de afstand tot het nest te hebben ingeschat, terug naar het nest. Dit inschatten doen zij door met hun kop van links naar recht te knikken. Het gehele proces is een vliegoefening. Het zal dan ook niet lang meer duren voordat de valken ‘op eigen vleugels gaan vliegen’.

Denk nu niet dat wij ‘alleen maar’ geluk hebben gehad. Nee, het vinden van de locaties vergt een lange en intensieve voorbereiding, die al in het vroege voorjaar begint. Het is er een van waarnemen en soms uren en vaak voor niets observeren. Dat is wat ons vogelaar maakt, het is voor ons meer dan het jagen naar zoveel mogelijk soorten. Het resultaat mag er deze lente zijn.

* Takkeling, jonge vogel die leert vliegen.