vrijdag 21 maart 2014

Lenteleven



“Zullen we verder gaan?” vraag ik aan José, die in de luwte de kou doorstaat. Ze knikt veelzeggend en na een kort praatje met een gepensioneerde boswachter laten we het kijkscherm achter ons. Langs het pad tussen opschietend groen van het fluitenkruid pronkt dieppaars een wilde hyacint. Rechts van ons de Polder van Biesland. Een ooievaar trekt juist een vette worm uit de modder. Delen van het bos worden geruimd na de laatste winterstorm. In een open perceel ligt een grote stapel boomstammen. Ik waan mij even in de Ardennen, alleen de geur en warmte van daar ontbreekt. Bij de Poldervaart blijkt een typisch Hollands fenomeen, het land waar wij op staan ligt twee meter onder de waterspiegel van diezelfde vaart. Mijmerend over mogelijk ‘gevaar’ lopen we verder. In de verte de torens van De Nieuwe Kerk van Delft. Nog even en we zijn terug, daar waar onze tocht begon.





scherm van wilgenhout
door het kiekgat waait de wind
mijn ogen tranen





dinsdag 11 maart 2014

Kou verdreven





O grut - to grut - to grut - o grut, klinkt het hoog boven mij als ik mijn ogen open. Ik ben net bezig met een experiment: hoe ver kan ik lopen met gesloten ogen zonder van mijn pad af te geraken? De grutto is belangrijker, immers zijn komst betekent voor mij dat het voorjaar echt begonnen is. Lang kan ik genieten van zijn duizelingwekkende acrobatiek in de lucht. Als een straaljager jaagt hij zijn soortgenoten na. Langs een sloot kniel ik neer om even met een zwaan te praten. Ze sist naar mij. Verderop spat een spreeuwenbol uiteen om direct daarna een lange sliert te vormen. Mijn ogen speuren de horizon af op zoek naar een roofvogel, die ik niet ontwaar. Blijkbaar speelden de spreeuwen een spel. Een joggende vrouw die het nieuws met zich meedraagt, getuige de stem uit haar mobiele telefoon, groet mij nors. Ik nader de rand van mijn stad. Nog een keer kijk ik omhoog, waar een veldleeuwerik voorzichtig zijn lied begint. Begin maart. Vanmiddag wordt het zeventien graden. Lente.



lentegroene wei
speenkruid verdringt vette grond
eerste kievitsei


zondag 2 maart 2014

mijn racefiets



Vertwijfeld sta ik voor het raam en staar naar de blauwe lucht, die mij uitnodigt voor een rondje op de racefiets. Twijfel, omdat mijn kop vol snot zit van mijn laatste rit een paar dagen terug. Misschien is het beter niet te gaan. Ik hak, nog niet berustend, de knoop door en sms mijn vriend welke plannen hij heeft vandaag. Hij antwoordt niet. Vlug controleer ik de spanning op de banden van mijn fiets, leg mijn sportkleding klaar en controleer mijn mobiel op de laatste berichten. Geen bericht, ik mag gaan fietsen. Al direct moet ik opboksen tegen een harde wind die later aan zal wakkeren tot kracht vijf. Achter een tandje groter dan maar. Het is fris, maar na een uur raak ik in cadans en slinger ik over de polderwegen van Voorne. Na twee uur en een kwartier zit mijn rit erop, nog net voor de hongerklop. Op mijn mobiel een bericht van mijn vriend. Hij is gaan wandelen met zijn vrouw. Ik heb de juiste keuze gemaakt.

Daarom, hak met het zwaard der kennis
de twijfel aan stukken, sta op en volg het
pad van de wielrenner!

Vrij naar de Bhagavad Gita – hoofdstuk 4 : 42

zaterdag 22 februari 2014

Voorjaar





Op bescheiden afstand parkeer ik mijn Peugeot 207 naast een oud model Mercedes. Enig verschil van stand mag er best zijn. Als de auto is afgesloten en ik mijn jas heb aangedaan loop ik naar de grasdijk van de Tiendgorzen. Vanuit het riet daarachter klinkt de driftige riedel van een cetti's zanger. Mijn ogen dwalen af naar een donkere gestalte die verderop langs het Haringvliet loopt. Het blijkt collega Marcel te zijn. Ik wacht op hem en samen lopen we naar de veerpont die ons samen met anderen naar Tiengemeten zal varen.
De temperatuur op het eiland is aangenaam en al keuvelend bereiken we Speelnatuur, waar het voorjaar haast letterlijk de grond uitknalt. Op diverse plekken bloeit het klein hoefblad, maar ook madelief en hondsdraf pronken met hun gekleurde blad.
Wanneer we later op de dag moe van het gaten graven en plaggen steken naar de lucht staren, hangt een torenvlak biddend boven een vermeende prooi. Tot drie keer toe laat het mannetje zich met een hoorbare plof op de grond vallen. Dan is het raak. Met een flinke muis tussen zijn klauwen vliegt hij naar een paal om hem te veroberen. Als hij later na zijn dis opvliegt, lopen wij naar de paal waarop de laatste resten, een nog warm stuk darm, van zijn maal kleven. Voorzien van een mooie ervaring varen we ‘s middags terug naar het vaste land. Een paartje grote zaagbek vliegt pal voor de pont langs. Deze dag kan niet meer stuk.

gras breekt het asfalt
de wind drijft wolken uiteen
zie - zonder woorden
           

zondag 9 februari 2014

Een bevriend dichter, Pater Bob schreef het volgende dada gedicht:

ate ate at
at ate ate at at
ate at ate

In verwarring gebracht? Lees het gedicht enkele malen hardop voor en je zult versteld staan wat de klankherhaling en uiteindelijk het gedicht met je doet.

Voor vandaag, pluk de dag - ook al is hij nat.

vrijdag 24 januari 2014

Gesleten leven






Door het raam van het verzorgingstehuis kijk ik naar binnen. Daar zie ik hem zitten. Om zijn oude lichaam een blauwe stofjas. Even twijfel ik, of ik hem langer zal gadeslaan. Ik besluit naar binnen te gaan. In de grote hal zingen bejaarde vrouwen liederen uit de oude doos. Een man begeleidt hen op gitaar. In een gang de ‘dubbelfiets’. Bij mooi weer rijdt hij daar zijn rondjes op. Een vrijwilliger vergezelt hem dan. Nu schildert hij een houten klok. De klok heeft hij zelf uitgezaagd. Hij is blij met mijn bezoek. Vol trots leidt hij mij door de vertrekken: een huiskamer, een rustkamer, de winkelruimte. Langzaam lopen we terug naar zijn maatjes. Haast niets wijst op verval. En toch is hij daar omdat hij is gaan vergeten en soms het dagelijkse niet meer begrijpt.


achter glazen pui
bedekt kale wintertuin
pril lenteleven