zaterdag 13 april 2013



Guna

Daar lig ik,
vergeten, tot humus te vergaan.
Boven mij wortels van een boom,
zij lijken mij te grijpen.

Droogte rimpelde mijn huid.
Vocht van trage druppels dauw
trekken het vel weer strak.
De kiem in mij ontwaakt.

Langzaam wortel ik.
Pril groen verlaat mijn lichaam,
vouwt haar blad als wil zij grijpen
laatste restjes hoop tot leven.

Een kinderhand trekt mij langzaam,
liefdevol uit de grond.
In een pot fleur ik even op, om later
langzaam te sterven en tot humus te vergaan.

(Men vergat mij water te geven.)




zondag 7 april 2013

Sta op en wandel



Hij loopt liever in de luwte, pal langs de huizen. Zij zoekt de ruimte, daar waar de gure wind vrij spel heeft. En dus zien we het oudere echtpaar voortschuifelen langs de vijver, de kinderboerderij en de oude boomgaard. Met gebogen rug duwt zij de rollator voorwaarts. Hij loopt stram zoekend naar evenwicht naast haar en richt zijn door de kou betraande ogen naar de lucht, waar enkele kauwen krijsend achter elkaar aanvliegen. Een vrouw van Surinaamse afkomst ziet het tafereel voor haar. Het raakt haar. “Hebt u al tot God gebeden”, vraagt zij aan de oude vrouw, die zojuist op adem komt. Nog voordat zij kan antwoorden roept de Surinaamse, “God helpt”. “Nog niet zolang geleden is er tijdens een gebedsdienst een vrouw van vierennegentig uit haar rolstoel opgestaan, ze loopt nu als een kievit”. De oude vrouw weet wel beter. Ouderdom komt met gebreken. Het lichaam dat versleten is zal niet meer helen. Daar kan zelfs een goede oude God niets aan verhelpen.

vrijdag 29 maart 2013

Een reis naar Rome III



De zon probeert de volgende morgen een grijze lucht te breken. Met een plattegrond in de hand zoeken Frans en Ciska hun weg naar het oude stadsdeel van Rome. Het verkeer is een geweldige heksenketel. Dampend schuiven, vaak vier rijen dik, auto’s door de straten. Tussen de auto’s door laveren behendig een nog groter aantal scooters. Ambulances proberen met loeiende sirenes nog enige melodie in de ogenschijnlijke verkeerschaos te bewerkstelligen. Als de zon definitief lijkt door te breken en het verkeer in intensiteit afneemt doemt de San Giovanni op. Het gebouw met zijn  imposante entree van wit marmer schijnt een van de eerste Christelijke kerken van Rome te zijn.
Rome, één groot cultuur museum. Dit feit wordt bevestigt als enkele ogenblikken later aan het eind van een smalle straat het colosseum opdoemt. Toch valt het Frank tegen. Hij had een groter emotioneel moment verwacht bij het zien van het bouwwerk. Op het plein voor colosseum is het behoorlijk druk. Ciska en Frans besluiten eerst de Monte Cellio met zijn archeologische vondsten te  bezoeken.


Haast op hun tandvlees lopen onze helden later naar de metro. Het culturele deel van die dag is afgesloten, het culinaire deel wacht. Bij de ingang ligt een oude vrouw voorovergebogen op haar knieën. Haar armen gestrekt. De handen gevouwen. Ze prevelt een gebed. Wie wil kan enkele munten in de plastic beker, die voor de handen van de vrouw staat, werpen. Tot welke maat kan een mens zich vernederen, denkt Frans. Rome toch een rijke stad, met een stroom aan welvarende toeristen. Wat een contrast.    
   

dinsdag 26 maart 2013

Een reis naar Rome II



De volgende ochtend loopt Frans traditiegetrouw drie kwartier voor het ontbijt een rondje door de wijk waarin het hotel is gelegen. Het is koud en het miezert licht. De straten met hun saaie bebouwing zijn onaangenaam. Aan de rand van de wijk raast het verkeer in alle hevigheid. Frans heeft het niet naar zijn zin en  keert door een uiterst smalle steeg terug naar het hotel. Een man met paraplu nadert hem. Met geen mogelijkheid kan Frans meer opzij voor de man die schijnbaar alleen naar zijn voeten staart. Een botsing is onvermijdelijk. Mopperend loopt de man verder. Frans glimlacht en besluit deze vakantie met zijn traditie te breken.


In het Pantheon, een van de mooiste architectonische prestaties uit de oudheid, is een nat deel van de marmeren vloer met een touw van rood fluweel afgezet. Dit om te voorkomen dat het publiek zal uitglijden. Boven de natte vloer in het hart van de koepel straalt kort een fel licht door het open dak naar binnen. Starend naar boven, ontdekken vele bezoekers hier de hemel. Buiten regent het gestaag en Ciska opent de meegenomen paraplu. Frans wordt lastig gevallen door parapluverkopers.

Als zij beiden in de middag over de Via della Concilliazone lopen pronkt in de verte de Sint Pieter, waar de andere dag Franciscus I zal worden ingewijd tot Paus. Op het plein voor de basiliek is het rustig, morgen zal het vol zijn met mensen. Langzaam glijdt de middag over in de avond.
Vermoeid vinden Frans en Ciska een traditioneel Italiaans restaurant. De kok weet van wanten. Het kalfsvlees in botersaus, de rode wijn en het brood zijn een ware delicatesse.