vrijdag 20 maart 2020

Zojuist verschenen

Vanaf 2016 t/m heden is elke maand in Groot Goeree Overflakkee een natuurverhaal van mijn hand verschenen. Deze zijn nu verkrijgbaar in de bundel, 'Zwerftochten langs het Haringvliet' en te bestellen via de volgende link:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/zwerftochten-langs-het-haringvliet/36928




Fragment

En opeens is daar tussen regen- en stormdagen door een stralende winterdag. Alsof het voorjaar is. Soms heb ik de drang om als de ochtend gloort de rugzak om te hangen en lopend de wijde wereld in te trekken. Vandaag is zo’n dag. In nog geen vijf minuten sta ik na de voordeur achter mij dichtgetrokken te hebben tussen de weilanden, waar hazen elkaar najagen, spreeuwenbollen de meest wonderlijke mozaïeken vormen en brandganzen bij honderden het gras kort grazen.

zaterdag 14 maart 2020

gedicht


de tijd gaat snel

besef ik nu ik hier

op mijn krukje zit



kraaien graaien

met hun vlerken

in de lege lucht



een merel zucht

hoorbaar  op een

leeggewaaide tak



overmand door slaap

zweef ik weg van hier

en buitel ongenadig



hard van mijn kruk

net als lang gelden

alsof het gisteren was

zaterdag 7 maart 2020

Brabbelen


En opeens is daar tussen regen- en stormdagen door een stralende winterdag. Alsof het voorjaar is. Soms heb ik de drang om als de ochtend gloort de rugzak om te hangen en lopend de wijde wereld in te trekken. Vandaag is zo’n dag. In nog geen vijf minuten sta ik na de voordeur achter mij dichtgetrokken te hebben tussen de weilanden, waar hazen elkaar najagen, spreeuwenbollen de meest wonderlijke mozaïeken vormen en brandganzen bij honderden het gras kort grazen.

De eerste etappe gaat naar een bosperceel aangeplant door Staatsbosbeheer. Op sommige plekken in de luwte bloeit het speenkruid en het klein hoefblad al. Vanuit de populieren klinkt behalve het geroffel van een grote bonte specht een voor mij onbekend gebrabbel. Geduldig probeer ik het te lokaliseren, wat mij pas lukt als ik iets zie bewegen. Het blijkt een vink te zijn. Nu ken in zijn zang, de kenmerkende vinkenslag en ook zijn contactroep: ink, ink. Maar tot mijn verwondering blijkt hij ook gezellig te kunnen brabbelen. Zo is er altijd wel iets bijzonders te leren.


Deze bijzondere foto is gemaakt door Peter Ganzeboom



De tweede etappe wandel ik langs het Spui. Een aftakking van getijderivier de Oude Maas die uitmondt in het Haringvliet. Vooral de wijde bocht die de rivier maakt net voordat hij enkele honderden meters verderop over gaat in het Haringvliet is voor mij imposant; dit stukje oer-Hollands landschap verveelt mij nooit.

Bij een jachthaven houd ik een kleine lunchpauze. Van mijn rugzak maak ik een ‘zitje’, het gaas van een raster gebruik ik als rugleuning. Tussen een hap brood en een slok water door bekijk ik wat foto’s die ik onderweg met mijn smartphone genomen heb en stuur de mooiste op naar mijn vrouw. Dan ga ik weer op pad. Ik zou zo maar door kunnen lopen naar de even verderop gelegen Beningerslikken, echter dat zou betekenen dat ik pas na zeven uur wandelen weer thuis zou zijn. Dat is mij te gortig. Vijf uurtjes is genoeg. Ik besluit langs de Bernisse terug te lopen. Op een bankje rust ik nog wat uit. Vaak vist hier ook een ijsvogel vanuit het wilgenhout pal langs het water. Dit keer laat hij zich niet zien. Wel een paartje futen dat elkaar al kopschuddend het hof maakt.

Als zo vaak wegen de laatste loodjes het zwaarst. Ik merk dat mijn passen kleiner en trager worden. Een vrouw leidt mij van mijn vermoeidheid af. ’Nog wat bijzonders gezien vandaag?’, vraagt zij vrolijk. ‘Is niet heel de dag bijzonder, zo in het ‘lentezonnetje’?, vraag ik haar. Zij kan niet anders dan mij gelijk geven en samen lopen wij al brabbelend een stukje op.   

woensdag 4 maart 2020

Een man weet niet wat hij mist

[…]  maar als zij er niet is, dan weet hij wat hij mist.

Aldus zingt Huub van der Lubbe van De Dijk in een van hun liedjes. Voor mij gold vandaag hetzelfde, maar dan net iets anders. Al een tijdje miste ik mijn zieke vogelvriend. Hij zat al weken aan huis gekluisterd vanwege een fikse griep, met een longontsteking als naar bijverschijnsel. Ik moest dus al die tijd alleen op pad. Niet dat ik dat onoverkomelijk vond, maar het blijft surrogaat. Tot vandaag dan, want eindelijk konden wij weer eens samen op pad.


Half in de ochtend wacht hij mij op bij een plantsoen. Al enkele jaren broedt hier een sperwer en laatst was er een ter plekke actief. Op een strategisch punt vanwaar wij een goed uitzicht hebben landt een vrouwtje op een oud nest. ‘Vast om een tak weg te slepen voor een nieuw te bouwen onderkomen, want een oud nest wordt door de sperwer niet hergebruikt’, vertelt hij mij.

Op het moment dat het vrouwtje het luchtruim kiest, nadert van ver een mannetje en wat zich dan voor onze ogen afspeelt hebben wij nog nooit gezien: De balts van een paartje sperwers. Goed is nu te zien dat het mannetje een stuk kleiner is dan het vrouwtje. Bovendien spreidt het mannetje met regelmaat zijn witte heupveren; het zogenaamde vlaggen. Enkele minutenlang vliegen zij elkaar na en verdwijnen dan in het struikgewas. 

Mannetje sperwer. foto: Peter Ganzeboom


Met dit fraaie moment in gedachten vervolgen wij onze vogeltocht op zoek naar nog meer mooie momenten. De sfeer en het weer is voortreffelijk. Een typische Hollandse wolkenlucht met een vriendelijk zonnetje. Fris dat is het wel, dus een beker warme thee en stevige boterham gaan er wel in. Wat schetst onze verbazing … ’t Is de tjiftjaf die met zijn eerste voorjaarszang ons vergezeld!

Later op weg naar huis kijk ik nog een keer achterom. Mijn vriend had dit vast verwacht want hij wuift mij lachend gedag. En nu, als ik dit stukje schrijf weet ik pas echt wat ik al die tijd heb gemist ...

zondag 1 maart 2020

Nog een appeltje te schillen.


Ik sta al minuten lang voor een schilderij van Ab Rakel. De klootzak met zijn kinderlijke figuurtjes verdient bakken met geld met zijn gerommel in de marge. Terwijl mijn werk … Een siddering trekt door mijn lijf als ik met mijn rechterhand in mijn zak de nog gesloten stiletto omvat.


De opdracht was schrijf een verhaal in 55 woorden inclusief de titel.

vrijdag 7 februari 2020

Uitpluizen - in de krant Groot Goeree Overflakkee

Er loeide een straffe waterkoude wind over het Haringvliet. De lucht, nog deels blauw, vergrijsde vanuit het westen. Geen ideaal weer om roofvogels te tellen, die ‘drukken’ zich bij harde wind. De score bleef dan ook matig die dag. Wat wij wél zagen was bijzonder.

Een vrouwtje blauwe kiekendief bijvoorbeeld. Zij zweefde onafgebroken over de ruigte langs de oever van het water, dat schuimend tegen de basaltblokken uiteenspatte. Op zeker moment kreeg zij een groepje veldleeuweriken in het vizier. Het bleek dat zij meer in haar mars had dan gracieus boven rietvelden zweven. Dwarrelend als een vlinder manoeuvreerde zij door de zangertjes heen. Haar pogingen waren tevergeefs.

Ik wil u even terugnemen naar een ander bijzonder moment van die dag. In gelaten stemming rijden Peter en ik over smalle polderwegen. Hier en daar stoppen wij om over de akkers te turen. Vanuit het niets landt een mannetje torenvalk pal voor onze auto op een kluit aarde. In zijn poten ligt een fikse muis geklemd. Het verhaal gaat dat torenvalken na het verorberen van een prooi, de kop laten liggen. De ervaring leerde ons dat alleen de darmen achter bleven.
De valk scheidt de kop van het grijze lijfje, dat alleen nog aan wat pezen langs het rompje bungelt. Dan begint het fileren. Eerst wat vlees om ruimte te maken, vervolgens worden de ingewanden naar buiten getrokken en op de grond gelegd. Het muizenlijfje blijkt compacter te zijn geworden, want in drie ferme happen werkt hij het met kop en al naar binnen. Even pikt hij nog aan het orgaanvlees dat voor zijn poten ligt, dan vliegt hij op. Op de plaats delict blijft alleen een geleiachtig hoopje darmen, achter.

Foto: Peter Ganzeboom

Na verloop van tijd zal de valk de onverteerbare resten als braakbal uitbraken. Het omhulsel is grijs en bevat de haren van de prooi. In de kern liggen de botresten verborgen. Als je de braakballen laat drogen en met een pincet en ander fijn gereedschap de ballen uitpluist, kan je aan de hand van de botjes en hun structuur erachter komen welke prooi is verschalkt. Daar zijn determinatie tabellen voor. Een bosuil bijvoorbeeld is een ‘alleseter’, dus kan het zijn dat je naast botresten ook resten van een verenkleed vindt. De reuk van een braakbal verraadt soms ook de herkomst. Een penetrante vislucht bijvoorbeeld kan op een blauwe reiger wijzen.

Laatst was er op Tiengemeten een braakbal van maar liefst twaalf centimeter gevonden. Deze kon niet anders dan van een zeearend afkomstig zijn. De ‘drol’, want daar leek hij op werd zorgvuldig uitgepluisd. Pootresten en teennagel die nog geheel intact waren bleken afkomstig van een meerkoet. 





woensdag 5 februari 2020

Schurend zilt zand


Voortgestuwd door een noordwesterstorm rukken de metershoge golven op naar de branding. Daar spatten zij in wit schuim uiteen. De wind tilt de vlokken op, vermengt ze met zand en waait ze naar het duin, waar wij enigszins beschut turen over zee.

  ‘Kijk dáár, links van de gele boei’ … Volhardend, zand en zout hebben inmiddels een waas over mijn optisch instrumentarium gelegd, probeer ik de jan van gent, want dat is de vogel waar Peter naar wijst, in mijn blikveld te vangen. En dan eindelijk lukt het.

Nog een tijd lang genieten wij van het natuurgeweld in optima forma, dan wordt het ook ons te gortig, het zand heeft inmiddels in alle gaten en kieren van ons lichaam zijn weg gevonden. Tijd om de luwte op te zoeken. De Kleine Beer is een prima plaats daarvoor. Het lijkt vandaag terplekke vogelarm, maar gaandeweg sprokkelen wij toch de soorten bijeen.

’s Avonds na het eten wil ik eigenlijk lekker weg doezelen op de bank, echter mijn taak als atletiektrainer kan ik niet verzaken. Als ik dan laat in de avond mijn hoofd op het kussen leg, om te dromen van al het moois dat de dag mij bracht, vallen de laatste zandkorrels uit mijn oor. Zacht schuren zij over mijn wang bij elke beweging die ik maak.