zondag 28 januari 2018

De draagtas


Tijdens een fietstocht naar de wekelijkse yogales, componeer ik in gedachten een mooie zin bij een beeld dat ik zojuist zag. Ik ben wat laat en rijd in stevig tempo over wegen die hier en daar zijn aangeslagen door een dunne ochtendnevel. Bij het steile bruggetje over de Boezem zet ik aan en juist dat had ik niet moeten doen, want hij is spekglad. Ik verlies de macht over het stuur, smak tegen de grond en schuif keihard tegen de brugleuning aan. Nadat ik mij geheroriënteerd heb sta ik op en vervolg mijn weg met een stijve knie en heup. Nog net op tijd arriveer ik bij de yogalokatie. De les doet mij goed en al snel ben ik het voorval vergeten.

Nu vraagt u zich wellicht af hoe die volzin nu luidde. Ik zal hem u vertellen al weet ik nog niet wat ik er verder mee aan moet.

Aan de slootkant in een door de storm gehavend bosperceel, ligt verkreukeld als een pas beslapen bed en nog klam van de nacht een linnen draagtas.  

vrijdag 26 januari 2018

Haiku

kijk, de lente dringt
geel en wit breken de dag
in grauwheid gehuld



vanaf de bergflank
versmeltend met het land
de aloude stad

dinsdag 16 januari 2018

Haiku

een heldere lucht
nog vaag aan de horizon
mijn thuisland


in mij kalm de zee
totdat het denken opsteekt
wild schuimt het water

zaterdag 13 januari 2018

Gedicht


Op het pad
verschijnt een man,
hij staart naar de grond.

Zijn zware gedachten
dalen als in een draaikolk
naar zijn voeten.

Een silhouet jaagt
langs een rij elzen,
vogels vliegen op.

Het duikt, wendt en keert,
zwenkt naar de horizon
en lost de vergetelheid op.

Op het pad
verdwijnt de man
met een gulle glimlach.

donderdag 4 januari 2018

Vreemde vogel


Een stukje over zon, regen en een vreemde vogel. Gepubliceerd in Groot Goeree Overflakkee.
Klik op de tekst om hem eventueel te vergroten. De foto is genomen door Peter Ganzeboom.


woensdag 3 januari 2018

Laagvliegende dakpannen


Om drie uur in de nacht, wordt mijn vrouw wakker van een enorm gebulder. Alsof er een goederentrein kwam aangereden vertelt zij mij later. Zij stapt uit bed en sluit de ventilatieklep van het tuimelraam en kruipt weer in bed. Nauwelijks onder de wol, knallen met een enorm kabaal enkele dakpannen door het venster. Van schrik zit ik rechtop in bed en begrijp nauwelijks wat er aan de hand is. Een enorme windhoos heeft de nokvorsten van ons dak opgetild en omgevouwen als waren zij van karton. Ook twee rijen dakpannen over een lengte van zes meter moesten eraan geloven. Niet veel later duw ik de ruit met een bezem uit de sponningen en dicht provisorisch het gat van circa een vierkante meter. Zo snel als de storm zich meldde, verdwijnt hij weer en pas dan beseffen wij hoeveel geluk José heeft gehad. Had zij iets langer of later bij het raam gestaan, dan hadden vlijmscherpe glassplinters haar kunnen treffen, nu steken zij in het zeil op de grond. Als het licht wordt blijkt de schade in onze wijk groot. Bomen zijn omgewaaid, tuinhuisjes opgetild en elders neergekwakt. Van een speeltuin zijn enkele speeltoestellen spoorloos. Nog voor het ontbijt regel ik een aannemer om de schade te repareren.

Half in de ochtend belt een boom van een vent aan. Het blijkt de glaszetter. Terwijl hij aan het werk is zet ik koffie. Als hij zijn eerste slokjes naar binnen slurpt valt zijn oog op een reproductie aan de wand, die de voormalige haven van Pernis verbeeldt. Hij blijkt daar evenals ik geboren en getogen te zijn. Ondanks dat ik hem niet van naam ken, blijken wij in onze jeugd dezelfde vrienden en kennissen gehad te hebben. Lachend en misschien enigszins aangedikt komen de verhalen los. Ik ga ze hier niet opschrijven, want wie weet welke lijken er nog uit de kast komen. Wat ik wel wil melden is dat een aantal van mijn ‘vrienden’ uit die tijd niet meer leven, aan de coke zijn geraakt, of in de bak zijn beland. Het waren prima knapen, alleen je moest ze niet tot last zijn. Mijn stormachtige jeugd heb ik weerstaan en ook met de schade aan mijn huis zal het vast goedkomen.




zondag 31 december 2017

Gedicht


Hét Moment
Terwijl de kerkklok onverstoorbaar de uren slaat
en een bronzen klank in de lucht uiteen waait,
peinst de dichter voor het beslagen venster.

In de verte sluimeren bomen en huizen;
wat scherp te stellen en weer te geven
zonder invloed van tijd noch duur?

Dan, als de muze om het hoekje gluurt,
is hét moment daar en krult zijn hand ritmisch
en sierlijk de letters op het papier.





Foto: Niels Snoek