dinsdag 25 augustus 2015

Heren van stand




“Komt u maar verder heur. Neem gerust plaats achter op ons court. U bent van harte welkom”.
Ik bedank de man en ga in op zijn invitatie. Met José in mijn kielzog loop ik door het grand café en zoek een plekje onder een parasol op het terras. Al snel komt een ober aangesneld. “Goedemorgen, mevrouw mijnheer, wat kan ik voor u betekenen”. Wij bestellen een koffie en een cappuccino. Terwijl de ober onze bestelling in orde maakt luister ik naar een geanimeerd gesprek tussen drie heren van stand.

“Wat een malheur, wat een malheur”.
“Vertel” zegt één van de heren uit het gezelschap.
“Ik had gisteren panne. Mijn Volvo vertoonde kuren. Terstond belde ik de ANWB, die mij doorverwees naar de dealer. De dealer was telefeunisch slecht bereikbaar, dus sprak ik een annonce in. Enkele minuten later ontving ik per sms een response. Wij hebben helaas geen tijd voor u. Neem contact op met de ANWB. Nu vraag ik je amice, dat is toch geen manier om een cliënt te weurd te staan? Ik ben op een naere manier afgewimpeld”.

Geamuseerd hoor ik het verhaal aan. Ondertussen glijdt mijn blik over het golfterrein, waar jonge tienermeisjes gekleed in polo en korte ruitbroek de beginselen van het golfen beoefenen. Een man lurkend aan een pijp rijdt in een golfkar over het terrein. Manager staat er op het bord achter het raam van zijn golfkar te lezen. Her en der stapt hij uit om vergeten afval op te rapen. Op die plekken waar een geschil tussen golfspelers dreigt, draait hij het bord achter de ruit om. Referee is er nu te lezen.

Terwijl José later de koffie betaalt, blader ik in de entree door een boek waarin de mooiste en duurste landhuizen van Nederland staan afgebeeld. De prijzen zijn niet vermeld. Dat heurt waarschijnlijk niet in dergelijke kringen, denk ik. Bij het verlaten van het clubhuis blijf ik nog even staan bij het staatsieportret van onze koning en koningin. Wat een malheur, wat een malheur zijn mijn gedachten, om zelfs hier geconfronteerd te worden met Willem, al is het twee dimensionaal.


   

maandag 3 augustus 2015

Dansen tussen vreugde en verdriet


wij waren blij na het zien van de tjiftjaf
die een voorbode van het voorjaar was
het wachten was nu op de fitis zijn neef
doch hij kwam niet, evenmin het paasgevoel
de beloofde vrucht was afgebroken –

de zomer die volgde was verzengend heet,
het land dor en zonder enig teken van leven
wij leefden meer naast dan met elkaar

in de herfst bluste zoete regen het zomervuur
en zoute tranen ons gedeeld verdriet

nu het wintert en het leed geleden is, hopen wij
op nieuw leven dat straks met ons dansen zal



donderdag 30 juli 2015

Een vlucht naar buiten




de buitenman
het binnenzitten moe
trotseert de regen

Een loodgrijze lucht hangt al minuten lang boven het polderlandschap. Zo nu en dan voel ik fijne regen op mijn wangen. Het waait nauwelijks. In de verte draaft een paard achter een aantal dikbilkalfjes aan. Omdat er zich in diezelfde wei ook een fikse stier bevindt vrees ik het ergste voor het paard. De stier heeft het echter te druk met een tochtige koe. Als ik tegen een hek aanleun en het spel van het paard gade sla, worden ook de andere paarden in de wei aangestoken. Ik geniet van de rodeoachtige beelden. Intussen hangt de bui pal boven mij en in de verte jagen vlagen regen over het land. De kerktoren van Zuidland is niet meer te zien. Ik loop verder en negeer de twee donderslagen en de fijne regen die intussen is overgegaan in dikke druppels. Ik tel de houtsingels en boerderijen op mijn pad waar ik eventueel kan schuilen voor onweer en regen. Het blijkt niet nodig. De bui waait in de lucht uiteen.

zomerregen
tegen de donkere lucht
schittert licht een meeuw

dinsdag 21 juli 2015

Een ‘hobby’ als passie*



De avondlucht is bewolkt en een zachte bries waait over het tarweveld dat van verre te ruiken is. Mijn fiets verstop ik in het riet langs een smalle sloot. Dan loop ik met stevige passen over een breed karrenspoor dat door een aardappelveld loopt. Onder mijn arm houd ik een opvouwbaar jagerskrukje, om mijn nek bungelt een verrekijker. Op ongeveer vijfenzeventig meter van een hoogspanningsmast installeer ik mij tussen het groen van duizenden aardappelstoelen. Hoog in top van de mast heeft een boomvalk zijn nest. Omdat er geen teken van enig leven is tuur ik over de velden de lucht af, waarin de bruine kiekendief aan het jagen is. Ik wacht niet alleen op activiteit van de boomvalken, maar ook op Peter. Hij brengt vele uren meer door bij ‘zijn’ boomvalken dan ik. Als hij later naast mij zit, horen wij de karakteristieke roep van een mannetje boomvalk. Pal boven onze hoofden vliegt hij voorbij. Een zwaluw is tussen zijn poten geklemd. Enthousiast vertelt Peter over wat komen gaat. “Straks zal hij zijn buit overpakken in zijn bek en het vrouwtje lokken. Die zal haar nest verlaten, waarna het mannetje zijn prooi zal overdragen”. Als het vrouwtje echter haast bewegingloos op haar nest blijft zitten, vliegt het mannetje op en eet uiteindelijk vliegend zijn vangst zelf op. Minutenlang volgen wij de boomvalk die als een ware acrobaat door het luchtruim scheert en dwarrelt op zoek naar een volgend slachtoffer. Peter vertelt vol passie over zijn gedrag. Nog een keer komt de boomvalk dichterbij om daarna definitief uit het zicht te verdwijnen. Voor mij een teken om naar huis  te gaan. Peter blijft wachten op de terugkeer van de valk al wordt het elf uur.


de avond valt in
ver aan de horizon
schakeert de lucht




 * Hobby heeft hier een dubbele lading, immers de Engelse benaming voor boomvalk is hobby.