zondag 3 augustus 2014

De haiku als metafoor



Een haiku heeft een aantal kenmerken. Zo verwoordt hij bijvoorbeeld het bijzondere in het algemene.
Wij lopen vaak aan de dag met al zijn ‘dingen’ voorbij. Totdat wij iets bijzonders zien. We onthouden dat beeld en praten er later over met bijvoorbeeld vrienden. Een enkeling schrijft een haiku over wat is waargenomen.


weids zomerlandschap -
het wandelpad verdwijnt
halverwege

Teuntje Knops 2014


Behalve de prachtige poëtische omschrijving van een zomers landschap, lijkt de inhoud niet bijzonder. Op vele plaatsen kunnen we een dergelijk tafereel immers aantreffen. Prent de haiku maar in het hoofd en stel jezelf een plateau in een heuvellandschap voor. De zon schijnt uitbundig en het is windstil. Voor je ligt een wandelpad waarlangs bloemrijke velden. Verderop verdwijnt het wandelpad. Je tuurt naar de horizon en het enige wat nog zichtbaar is, is een kerktoren die zindert in de verzengende zon. Direct nadat de dichter het beeld dat zij waarnam in een haiku schetste, dacht zij na over de betekenis daarvan. De vliegramp boven de Oekraïne was haar leidraad. Twee geliefden met nog een heel leven voor zich, (weids zomerlandschap), lopen samen op. Dan ineens houdt het op, het wandelpad verdwijnt -

De haiku, in eerste instantie qua betekenis niet heel bijzonder, krijgt nu een geheel andere lading. Als reactie op de haiku schreef ik:


over het maïsveld
zwelt regengeroffel aan
nergens onderdak

Tino van Kampen 2014



Daar sta je dan midden in het polderlandschap en nergens beschutting. Ik moest denken aan een ander conflict, dat in de Gaza woedt. Ik wil mij nu niet in een politieke discussie mengen, maar het menselijke benadrukken. De totale reddeloosheid. Mensen zoals jij en ik overgelaten aan… niets.

De haiku is, mits goed geschreven en gelezen niet zomaar een drieregelig gedichtje. Maar bijzonder tussen het gewone alledaagse, juist als metafoor.

Tino van Kampen  








woensdag 23 juli 2014

Onbarmhartig




‘Speelnatuur’ ligt er op maandagmorgen verlaten bij. Her en der drijven plastic schepjes, boomstammen en andere attributen in het water. Op het ‘ukkie-eiland’ groeien de akkerdistel en kaardenbol volop. Om mogelijk leed van de allerkleinste kinderen te verzachten, zal de onderhoudsploeg dadelijk dit ongerief met wortel en al verdelgen. Als eerste betreed ik het gebied en buig mij over het groen. Met mijn handen woel ik door de planten. Ontelbare muggen ontwaken op dat moment tussen het groen. Tientallen van hen steken hongerig op evenzoveel plekken van mijn lijf. Na een half uur geef ik het, moe van de muggen, op en zoek ik mijn heil elders. Op de dijk ligt vers gemaaid hooi dat in rillen geharkt moet worden. Met een collega ga ik aan de slag. Maar ook hier huizen honderden muggen tussen het gras. Elkaar motiverend en het lichaam zo veel mogelijk bedekkend, harken wij ons door de dag. Al met al lijkt het mee te vallen. Echter de volgende morgen ontwaak ik met haast ondraaglijke jeuk. Meer dan honderd muggenbulten op hoofd, nek en schouders maken de dag tot een kwelling. Altijd dacht ik, het valt vast wel mee, als anderen over een muggenplaag klaagden. Nu weet ik beter en leef alsnog met hen mee.


donderdag 3 juli 2014

Van die dingen


 
“Hou jij de papieren even vast, dan open ik het hek en haal de koe’’.
“Dat is goed”, zegt de jongen tegen zijn medestudente.
Krachtig tilt het meisje het hek uit zijn slot, loopt de wei in en roept de koe. Die is echter niet van plan haar herkauwen te staken en blijft met grote ogen voor zich uit staren.
“Wacht maar”, roept de jongen. “Ik help je wel”.
Hij legt de papieren, die vol geschreven zijn met de onderzoeksresultaten van die dag, bij het hek op de grond. Samen lopen ze naar de koe. Na enkele aanmoedigingen en ferme tikken op haar billen, staat de koe op en waggelt naar het hek. Op enige afstand volgen vrolijk de beide studenten. Die stemming slaat om bij het hek. De koe die de neergelegde papieren ontwaart, krult haar tong eromheen en begint er loom op te kauwen. “Mijn documenten”, roept de studente. Door stomheid geslagen kijkt de jongen haar aan. Dan barsten ze in lachen uit. Gelukkig herinneren zij zich de resultaten van die dag.

zondag 29 juni 2014

Naar de tandarts






De oude man, deels doof en niet meer begrijpend wat gezegd wordt, wordt hartelijk ontvangen door de tandarts en zijn assistente. Als hij zijn jasje heeft uitgedaan mag hij gaan liggen in de tandartsstoel. Pal boven hem, als afleiding, vertoont een monitor beelden van het WK - voetbal. De instructies van de tandarts verlopen deels via mij. Bij het verwijderen van het tandsteen aan zijn ondergebit, verslikt de man zich. Hij vergat blijkbaar door zijn neus te ademen. Een tweede assistente wordt ingeschakeld. Zij zuigt het spoelwater direct af. Dat voorkomt echter niet dat hij zich opnieuw verslikt. Als het ondergebit tandsteenvrij is, vraagt hij vriendelijk doch gedecideerd of zijn bovengebit ook schoongemaakt kan worden. “Dat hoeft niet mijnheer, uw bovengebit is niet meer van u zelf”. Nu begrijpt hij het niet meer. Geduldig leggen wij uit dat een kunstgebit geen tandsteen kan bevatten. Na dit voor hem verwarrende gesprek lopen we naar de balie. Over een jaar is onze volgende afspraak. Tenzij er een gaatje in zijn kunstgebit is ontstaan.