‘Speelnatuur’
ligt er op maandagmorgen verlaten bij. Her en der drijven plastic schepjes,
boomstammen en andere attributen in het water. Op het ‘ukkie-eiland’ groeien de
akkerdistel en kaardenbol volop. Om mogelijk leed van de allerkleinste kinderen
te verzachten, zal de onderhoudsploeg dadelijk dit ongerief met wortel en al
verdelgen. Als eerste betreed ik het gebied en buig mij over het groen. Met
mijn handen woel ik door de planten. Ontelbare muggen ontwaken op dat moment
tussen het groen. Tientallen van hen steken hongerig op evenzoveel plekken van
mijn lijf. Na een half uur geef ik het, moe van de muggen, op en zoek ik mijn
heil elders. Op de dijk ligt vers gemaaid hooi dat in rillen geharkt moet
worden. Met een collega ga ik aan de slag. Maar ook hier huizen honderden
muggen tussen het gras. Elkaar motiverend en het lichaam zo veel mogelijk
bedekkend, harken wij ons door de dag. Al met al lijkt het mee te vallen.
Echter de volgende morgen ontwaak ik met haast ondraaglijke jeuk. Meer dan
honderd muggenbulten op hoofd, nek en schouders maken de dag tot een kwelling.
Altijd dacht ik, het valt vast wel mee, als anderen over een muggenplaag klaagden.
Nu weet ik beter en leef alsnog met hen mee.
woensdag 23 juli 2014
donderdag 3 juli 2014
Van die dingen
“Hou
jij de papieren even vast, dan open ik het hek en haal de koe’’.
“Dat
is goed”, zegt de jongen tegen zijn medestudente.
Krachtig
tilt het meisje het hek uit zijn slot, loopt de wei in en roept de koe. Die is
echter niet van plan haar herkauwen te staken en blijft met grote ogen voor
zich uit staren.
“Wacht
maar”, roept de jongen. “Ik help je wel”.
Hij
legt de papieren, die vol geschreven zijn met de onderzoeksresultaten van die
dag, bij het hek op de grond. Samen lopen ze naar de koe. Na enkele aanmoedigingen
en ferme tikken op haar billen, staat de koe op en waggelt naar het hek. Op
enige afstand volgen vrolijk de beide studenten. Die stemming slaat om bij het
hek. De koe die de neergelegde papieren ontwaart, krult haar tong eromheen en
begint er loom op te kauwen. “Mijn documenten”, roept de studente. Door
stomheid geslagen kijkt de jongen haar aan. Dan barsten ze in lachen uit.
Gelukkig herinneren zij zich de resultaten van die dag.
zondag 29 juni 2014
Naar de tandarts
De
oude man, deels doof en niet meer begrijpend wat gezegd wordt, wordt hartelijk
ontvangen door de tandarts en zijn assistente. Als hij zijn jasje heeft uitgedaan
mag hij gaan liggen in de tandartsstoel. Pal boven hem, als afleiding, vertoont
een monitor beelden van het WK - voetbal. De instructies van de tandarts
verlopen deels via mij. Bij het verwijderen van het tandsteen aan zijn
ondergebit, verslikt de man zich. Hij vergat blijkbaar door zijn neus te ademen.
Een tweede assistente wordt ingeschakeld. Zij zuigt het spoelwater direct af. Dat
voorkomt echter niet dat hij zich opnieuw verslikt. Als het ondergebit
tandsteenvrij is, vraagt hij vriendelijk doch gedecideerd of zijn bovengebit
ook schoongemaakt kan worden. “Dat hoeft niet mijnheer, uw bovengebit is niet
meer van u zelf”. Nu begrijpt hij het niet meer. Geduldig leggen wij uit dat
een kunstgebit geen tandsteen kan bevatten. Na dit voor hem verwarrende gesprek
lopen we naar de balie. Over een jaar is onze volgende afspraak. Tenzij er een
gaatje in zijn kunstgebit is ontstaan.
woensdag 25 juni 2014
dinsdag 10 juni 2014
Hindernissen
Tweede
Pinksterdag, Roparundag. Op mijn racefiets passeer ik een viaduct. Het is
drukkend warm en een onweerslucht hangt al enkele uren boven
Goeree-Overflakkee. Groepen hardlopers en meefietsende begeleiders draaien
juist voor mij de Haringvlietbrug af richting Numansdorp. Een aantal kilometers
fiets ik geconcentreerd van groep naar groep. Vlak voor het dorp worden de sporters
linksaf de dijk afgestuurd. Ik rij behendig om een afzetting heen. De weg die
ik zojuist achter mij heb gelaten, zal vast zijn afgezet voor de dapperen die
de laatste kilometers van Parijs naar Rotterdam afleggen. Niets is minder waar.
Een man roept mij toe dat ik tegen de rijrichting van een wielerkoers rij. Ik
steek mijn hand op dat ik hem begrepen heb.
Als een auto met brandende koplichten mij nadert parkeer ik mijn fiets
in de berm. Ingevette kuiten zoeven in een lange, kleurrijke sliert voorbij.
Een drietal materiaalwagens sluit het peloton. De weg is weer voor mij alleen.
Dagdromend fiets ik verder.
tweede
pinksterdag
al
draaiend en kerend
ontwijk
ik de bui
Abonneren op:
Posts (Atom)