Om
kwart voor twaalf gromt en trilt mijn mobiele telefoon op het houten tafelblad.
Ik wil net naar bed gaan, maar besluit toch te kijken wie er belt. Op het
scherm staat de tekst, geheim nummer. Zelden beantwoord ik in die gevallen de
oproep. Regelmatig plaagt een lastpak mij, die zodra zijn oproep wordt beantwoord
ophangt. Iets zegt mij dat ik nu wel naar de beller moet luisteren. Een nare
boodschap van een hulpdienst dit keer. Mijn vader is zojuist in de doucheruimte
gevallen en kan niet meer opstaan. Mijn moeder is niet in staat hem te helpen.
Of ik poolshoogte wil nemen en wanneer het nodig blijkt 112 wil bellen. Snel
trek ik mijn jas aan en pak de fiets. In recordtempo rijd ik naar mijn ouders.
Daar ligt mijn vader op de koude tegelvloer. Kreunend van de pijn. Zijn hoofd
ligt in een met bloed besmeurde hoek op een kussen. Omdat hij rilt van de kou
leg ik een badjas en handdoeken om en over hem heen. Ik wil hem niet optillen,
er kunnen vitale lichaamsdelen gekneusd of gebroken zijn. Na een vijftal
minuten belt de huisartsenpost, die eerder door mijn moeder is ingelicht. De
dienstdoende arts is drukbezet, maar zo spoedig mogelijk zal hij hulp bieden.
Na een half uur wachten arriveert hij, vergezeld met een reus als begeleider.
Adequaat overziet hij de situatie en checkt of er niets aan het lijf van mijn
vader gebroken is. Met hulp van de reus zet hij hem op een stoel. In bed tillen
kan nog niet, dat is daarvoor te hoog. De arts belt een ambulance voor
ziekenhuisopname. Mijn vader zal in de stoel moeten wachten. Als er na een uur
wachten nog geen ambulance is gearriveerd, besluit ik hem, zo goed en kwaad als
dat kan, in bed te leggen. Daar is het warm en kan hij even slapen. Drie
kwartier later is daar eindelijk de ambulance. Voorzichtig maken de verplegers
hem wakker. Verward en suf denkt hij met bekenden van doen te hebben. Opgewekt
en met een glimlach verwelkomt hij hen. Even kunnen wij weer lachen. Om vier
uur kan ik zelf gaan slapen. Later in de ochtend, om negen uur, haal ik mijn
vader op. Hij mag naar huis.
maandag 21 april 2014
zaterdag 19 april 2014
Paranoid
Midden
jaren zeventig schalde tijdens een soosavond loeiharde hardrockmuziek uit de
geluidboxen. Het kippenvel stond op mijn armen, zodanig raakte de muziek mij.
Nog diezelfde week kocht ik van mijn zakgeld het album Paranoid van Black
Sabbath, waarop het gelijknamige nummer stond. Dat was wat anders dan The best
of The Cats, mijn eerste zelfgekochte LP. Zo af en toe hoor ik het nummer op de
radio en nog steeds raakt het mij.
Met
Peter loop ik langs een rietkraag even ten oosten van Delft. De weinige
rietzangers die we horen laten zich niet zien. Om de zanger te lokken weet
Peter een truc. Op zijn mobiele telefoon heeft hij een speciale app
geïnstalleerd waarmee hij vogelgeluiden kan afspelen. Een goed plan, lijkt ons.
Met door de zon gebruinde vingers toetst en schuift hij over het scherm van zijn
telefoon. Dan ineens, net op het moment dat onze rietzanger hoog en goed
zichtbaar in een rietstengel is gaan zitten, schalt Paranoid uit zijn mobiel.
Verbijsterd kijken wij elkaar aan. De rietzanger, heftig geschrokken van zoveel
kabaal, valt van de stengel op de grond, om rollend uit het zicht te
verdwijnen. Hij laat zich niet meer zien of horen. Lachend vervolgen we onze
tocht - een absurde ervaring rijker.
Rock and Roll lives
gitaarklanken, vet en luid
golven door het riet
Dit stukje maakt deel uit van een tweeluik. Peter, mijn vogelvriend, schreef over hetzelfde tafereel namelijk ook een stukje. Het is leuk om te lezen wat hij ervan heeft gemaakt. Om dat te zien, ga dan naar http://peterdestadsvogelaar.blogspot.nl/ van 19-4-2014.
zaterdag 12 april 2014
huwelijksaanzoek
De hemel is overwegend blauw als
ik naar de lucht tuur. Niets wijst op een plaatselijke regenbui die de weerman
gisteravond voorspelde. Een kwartier later schuift er echter een leigrijze
lucht als een deken over het eiland. Als de zon eenmaal verdwenen is valt het
allemaal reuze mee en begin ik aan mijn tocht langs de Holle Mare. De bruine
kiekendieven die hier al jaren broeden, laten zich nog niet zien. Ik moet het
vooralsnog doen met een baltsende rietzanger, die zich even laat zien en daarna
zijn zang onzichtbaar vanuit het riet voortzet. Bij een oude dam houd ik halt
en tuur over het riet naar jonge essen. Op een dunne tak balanceert met
schijnbaar gemak een bruine kiekendief. Door mijn telescoop kan ik hem in detail
bestuderen. Het blijkt een mannetje. Als hij op de wieken gaat kuier ik
langzaam verder. Intussen is de grijze lucht verdwenen en schijnt de zon
uitbundig. Vanuit een elzenbosje vliegt een merelman op. Althans dat lijkt het.
Het is maar goed dat ik hem volg, want op zijn borst is een lichte vlek
zichtbaar. Een beflijster. Heel de Holle Mare is te overzien vanaf het punt
waar ik sta. De bruine kiekendief heeft gezelschap gekregen van een tweede
mannetje. Het wachten is nu op een vrouwtje. Binnenkort ga ik terug en wie weet, ben ik dan getuige van
een spectaculaire balts met als hoogtepunt een prooioverdracht.
prooioverdracht
het ‘huwelijk’ bezegeld
wachten op het grut
het ‘huwelijk’ bezegeld
wachten op het grut
donderdag 10 april 2014
De
deur van het museum blijkt gesloten. “ Ze zijn vast de zomertijd vergeten”,
zegt Niels. Ik probeer het nog een keer. Dit keer gaat het makkelijker en we
vallen haast met de deur in huis. De man die opende ziet ons met grote ogen aan.
Op een bovenverdieping kijken wij verbaasd naar elkaar. In een gang staat een
vergeten eigentijdse stofzuiger. Eigenlijk had ik voor de leut het apparaat ter
hand moeten nemen en een demonstratie van degelijke kuisheid moeten geven,
bedenk ik mij nu. Na een uurtje ronddwalen krijgen we trek in koffie. Een oude
dame in een alles verhullende broek schenkt ons nog oudere koffie in, die
bovendien lauw blijkt te zijn. Nog nooit hebben we een bakkie zo snel door onze
kelen laten glijden. Met een elektronische gasaansteker schuift de vrouw later
behendig waxinelichtjes over de tafels naar zich toe. Laat er licht zijn, denkt
ze. En daar is licht. Overal branden de waxinelichtjes om ons heen. Gezellie. Zuchtend,
kijken wij elkaar aan en vervolgen onze tocht door het museum.
gezellig
leuten
koffie
staat al uren klaar
ouderwets
fijn
dinsdag 8 april 2014
Zondagochtendblues
“En jij hebt op de paden gelopen”, zegt zij cynisch terwijl zij de schoen demonstratief aan mij laat zien.
onder mijn schoenzool
kleeft groen rundergerief- nog
loeit een Hooglander
De besmeurde deurmat, ik veeg altijd netjes mijn voeten bij het betreden van mijn woning, zal ik later op de dag kuisen.
zondag 6 april 2014
Daadkracht
Ooit
leerde ik tijdens een les Duits een prachtige volzin. Ik beheerste het Duits
slecht. De zin ben ik echter niet vergeten en luidt als volgt: Dort
wo Rhein, Maas und Schelde zusammen fließen liegt einer der kleinsten
europaīscher Staaten: die Niederlande.
Een land waar ogenschijnlijk weinig gebeurt, maar waar op onverwachte plekken
het onvoorstelbare plaats vindt.
Op
het volkstuinencomplex ligt een braakliggend perceel. De eigenaar daarvan is
ernstig ziek en kan geen zorg meer voor zijn tuin dragen, zo vertelt een vrouw.
Samen met anderen onderhoudt ze de tuin. Een grote daad. Pal daarnaast ligt eveneens
een tuin die overwoekerd is met onkruid bovendien is het tuinhuisje in staat
van ontbinding. De geschiedenis van deze tuin is van een geheel andere aard. De
eigenaar had op een avond, samen met zijn lief, snode erotische plannen -
wurgseks. Nadat hij haar enkele minuten de adem had ontnomen, gaf de vrouw geen
teken van leven meer. Kort daarop was op het anders zo rustige complex een
drukte van belang. Politie, ambulance en later een
forensisch team reden af en aan over de smalle paden. De man is later ingesloten.
Het lot van de vrouw is mij onbekend.
Stiekem
denk ik ook wel eens aan wurgseks. Ik stel mij dan een nare vrouw voor die ik
tijdens het voorspel wurg. Aan de grote daad hoef ik dan niet meer te beginnen,
ik ben tenslotte geen necrofiel.
Gelukkig
zijn het maar gedachten.
Abonneren op:
Posts (Atom)