zondag 24 februari 2013

maandag 18 februari 2013



Nevel hangt tussen de huizen als we door de straten van de stad rijden. Buiten de stad verandert de nevel in mist. Op sommige plaatsen is het zicht nauwelijks vijftig meter. Vogels in het veld zijn vage schimmen. In de duinen is het zicht  beter. Op de stam van een oude eik zoekt een boomkruiper naar insecten. Ver weg klinkt de voorjaarsroffel van een specht. De stilte, de wit benevelde lucht en het zwart van de boomtakken die daar in schril contrast tegen afsteken geven een surrealistische sfeer. Ondanks dat er nog vorst is voorspeld, is de lente voelbaar, wat versterkt wordt door de roep van de grutto. Vijf exemplaren scharrelen op zompig land hun kostje bijeen. In de vroege middag bungelen onze voeten boven kraakhelder water. Op een houten steigerpaal kleven kleine trossen zoetwatermosselen. Eenden dobberen, haast onzichtbaar, tussen takken van een waterwilg. Als dan de zon doorbreekt  zijn we even lente.

donderdag 31 januari 2013

de optimist en de pessimist

                                   

                                   zwoele traagheid
                                   toenaderingspogingen
                                   worden koel geweerd



                                   zwoele traagheid
                                   toenaderingspogingen
                                   worden warm omarmd





voor mijn boek ongewoon gewoon zie, http://boekscout/shop/ViewProduct.aspx?bookId=3554    

maandag 28 januari 2013

Nu de dooi is ingevallen komt de laatste herfst mij voor ogen.

     onderaan de dijk
     glanzend pas geploegde klei
     gestolde golven



voor mijn boek ongewoon gewoon zie, http://boekscout/shop/ViewProduct.aspx?bookId=3554   

donderdag 24 januari 2013

ontmoeting



Een dikke deken van sneeuw ligt over het land. Schuin voor mij, tussen de takken van een waterwilg, vliegt de silhouet van een sperwer. Met jagersogen volg ik zijn vlucht. Ongeveer vijftig meter verderop drukt hij zich tegen de stam van een populier. De leigrijze rug is naar mij toegekeerd. Een mannetje. Nonchalant, maar hem ondertussen in de gaten houdend, nader ik hem. Ineens is hij verdwenen. Als ik verder loop, krijg ik de onbeheersbare dwang om nog eenmaal om te kijken. Hoog boven mij op nog geen tien meter afstand zit de sperwer. Kalm loop ik terug. Roestbruin zijn de flanken van zijn borst en wangen. Een prachtexemplaar. Verderop tref ik het vrouwtje. Zij heeft het aan de stok heeft met enkele gaaien. Na enig speurwerk kom ik ook een oud horst tegen. Wie weet klauteren er later in het voorjaar enkele jongen over de takken rond het nest.



        een ontdekkingsreis
        tussen het loof bij het nest
        struint de takkeling


voor mijn boek ongewoon gewoon zie, http://boekscout/shop/ViewProduct.aspx?bookId=3554   


zondag 20 januari 2013

Winterdag



Mompelend knipt zij het bedlampje aan en sloft over het koude zeil naar de stoel waarover zij de avond tevoren haar kleding heeft gehangen. Met nog warme handen strijkt zij over de wollen trui. Hij voelt droog, ondanks dat in de nacht sneeuwvlokken door het  raam naar binnen zijn gewaaid. Als we later na het ontbijt ieder onze weg gaan, pak ik een boek van Oek de Jong. Achthonderd bladzijden, waarop geschreven is over Pier en Oceaan, willen gelezen worden. Er gaat niets boven een nieuw boek, waarvan de geur alleen al mij noopt tot nestelen in een hoek van de tweezitsbank. Buiten wordt het langzaam licht en wordt een dikke deken van sneeuw zichtbaar. Tuinvogels kijken mij slinks van achter het raam aan, als schijnen zij te vragen om voer voor hun lege magen. Het boek leg ik opzij en vul de zaadcontainer met zonnepitten. Straks zal ik van hen genieten als ik een bladzijde van mijn boek omsla en even opkijk.


       op het witte plein
       staat een man kindgelukkig
       voor de hut van sneeuw 



voor mijn boek ongewoon gewoon zie, http://boekscout/shop/ViewProduct.aspx?bookId=3554    

zaterdag 12 januari 2013

Winterwarmte



Aan de monding van het Spui leun ik met Peter lui achterover tegen een basaltblok. De zon schijnt uitbundig, het is een graad of tien. Toch is het hartje winter. We zijn stil. De monotone ruis van de industrie, ver achter ons en het pletsen van een platte steen die over het water stuitert, zijn de enige hoorbare geluiden. Verderop landt een roerdomp in het bruine riet. Stram staan we later op en vervolgen in gedachten onze reis over de verzadigde winterdijk.





de winter is zacht -
een vleugje koude tintelt
door de warmte heen



voor mijn boek ongewoon gewoon zie, http://boekscout/shop/ViewProduct.aspx?bookId=3554