vrijdag 27 juli 2012



Mijn vriend Niels praat graag. Zijn valkuil is echter dat hij enorm kan uitweiden. Het verhaal kan dan wel eens langdradig zijn. Als ik op een dergelijk moment zelf onrustig ben, valt het mij niet mee om hem geconcentreerd aan te horen.

Als ouverture zijn Niels en ik op bezoek bij Pim en Teuntje, twee allervriendelijkste mensen die pal aan Het Spui wonen. Op die locatie worden de eerste woorden van de dag gesproken. Tussendoor snoepen we van overheerlijke petitfours die we wegspoelen met kleine slokjes koffie. Omdat Niels veel met mij te bespreken heeft besluiten we na een groot uur onze visite te beëindigen. Zo zitten we later op een bankje te keuvelen. Een visdiefje lijkt ons te observeren. Telkens als hij voor ons langs vliegt kijkt hij even opzij. Zou hij antropoloog zijn vraag ik mij af? In de middag bestellen we een vruchtenbroodje waarop met honing gekaramelliseerde walnoten. De ober vertelt ons dat er geen walnoten meer zijn en of ze vervangen mogen worden door cashewnoten. We vinden het prima. De bediening is enigszins merkwaardig te noemen. De ober brengt twee servetten en twee vorken en legt die keurig naast Niels zijn bord neer. Vijf minuten later brengt hij twee messen die hij naast de vorken op de servetten legt. Glazig kijken we elkaar aan. Dan komen de bestelde broodjes. Wat blijkt: de kok heeft een truc uitgehaald want op het broodje prijken trots enkele geroosterde walnoten in een bedje van honing.

Aan het einde van de middag smeert Niels met een ijskoud biertje zijn intussen schorre keel. De alcohol brengt mij in een vakantiestemming. En we gaan nog niet naar huis, zingt het in mijn hoofd. Toch, het is tijd om te gaan. Er wachten andere taken.

het mimetheater
mannen en een visdiefje
in stille tweespraak

               

zondag 15 juli 2012


Natuurlijk heb ik gemengde gevoelens en gedachten als de halfwas-stier voor zijn leven vecht. Toch kom ik niet in actie. Sterker ik leun op een hek en geniet van het schouwspel.

De laatste weken vindt er een migratie van meeuwensoorten plaats in de weilanden rond Simonshaven. Het maaien en gieren van de boeren zijn daar debet aan. Deze bijna verregende zaterdag zijn er zeker vijf soorten op zoek naar een vette worm. Volwassen exemplaren determineren is een fluitje van een cent, met onvolwassen meeuwen ligt het moeilijker. Even ben ik dan ook aan het puzzelen. Zo loop ik in het enige droge uurtje van de dag een stuk door de polders achter mijn huis. Op een hek wordt een boerenzwaluw gevoerd. In een boom kwebbelt een aantal putters. De zon breekt door. Een niet alledaags tafereel trekt mijn aandacht. Een dikbil-stier is in een moddersloot te water geraakt en beweegt als een nijlpaard door een sloot. Hij proest en blaast als gevolg van een gevecht tegen de ondergang. Even twijfel ik of ik de eigenaar zal waarschuwen. Ik doe het niet. Te veel gedoe. De stier is intussen bij het einde van de sloot aangekomen en onderneemt na een korte adempauze verwoede pogingen om aan op de kant komen. Het lukt niet. Telkens zakt hij terug. Een laatste afzet. Het bovenlijf ligt al voor de helft op de kant. Wederom stagnatie. Glijdt hij terug? Nog een klein zetje. Gelukt, de stier staat blazend op de kant.

Met bolle ogen staart hij mij aan. Ik lach hem toe. Met zijn dikke billen en gedegenereerde gewrichten strompelt hij naar zijn kudde. Dit gevecht heeft hij gewonnen. Zijn noodlot, de slacht, zal hij echter niet ontlopen.

dinsdag 10 juli 2012


bellen blazen

de pioenrozen
buigen verlept hun koppen
na een regenbui

         haar ronde vormen onder
het vierseizoenendekbed

hij staart door het raam
peutert nonchalant zijn neus
zondagochtendblues

een meeuw landt
op het dak van de viskar
een toerist zoomt in

stralen zonlicht strijken zacht
over het naamloze zand

late zomer
nog één keer bellen blazen
op het tentenveldje


Een rengay. Om en om schreven Marleen Hulst en Tino van Kampen een strofe. Tino beet het spits af. 



zondag 8 juli 2012


Pikkelen noemde mijn opa het, wanneer druppels regen in lage dichtheid neervielen.
Vanochtend pikkelt het als ik op mijn fiets naar Het Mallebos rijd. Fietsen mogen daar eigenlijk niet van het Staatsbosbeheer. Doch Ab Vliegendhert, een controleur is in geen velden of wegen te bekennen. Bij het toegangshek stap ik dan ook van mijn fiets om door de sluis te lopen. Mijn blik valt op de vuilniszak naast het hek. Die zak is daar persoonlijk opgehangen door Ab. Wandelaars kunnen daar afval uit het bos in deponeren. Een goed initiatief van Ab. Het schijnt zelfs dat hij hierdoor is genomineerd voor ‘Het Groene Lint’, een onderscheiding voor hen die milieuvriendelijke activiteiten uitvoeren.

Als ik het bos doorkruis is het pikkelen overgegaan in regenen. Onder een dik bladerdak sta ik droog en besef ik even dat er weinig zoveel rust geeft als een eenzame stilte in een regenachtig bos. Vogels om mij heen worden nieuwsgierig en komen dichterbij. Zo maak ik kennis met een heuse familie winterkoning. Wel vier jonge exemplaren bewegen om mij heen tussen het groen. In een struik zingt een tuinfluiter. De veren op zijn keel wijken uiteen. Een vogel fluit eigenlijk niet. Hij brengt keelklanken voort. Ooit zag en hoorde ik een roodborsttapuit terwijl hij een insect verschalkte tegelijkertijd fluiten. Frappant. Als het bladerdak topzwaar wordt van het hemelwater en er druppels in mijn nek vallen stap ik op de fiets en keer huiswaarts.


eenzame stilte
de fietser schuilt voor regen
een boomblad bezwijkt

zondag 24 juni 2012

loving moment
the old man cares
for his sick wife


liefdevol moment
de oude man is zorgzaam
voor zijn zieke vrouw


Haiku Heights : suppport - http://haiku-heights.blogspot.com/




donderdag 14 juni 2012

breakfast
sleepy married couple
a day begins

ontbijt
slaperige echtgenoten
een dag begint


Haiku Heights : ordinary - http://haiku-heights.blogspot.com/





dinsdag 12 juni 2012


Mijn opa van vaders kant, was in de laatste jaren van zijn leven dovig. Zijn drie zonen en dochter kampen momenteel met dezelfde problemen. Wat staat mij te wachten. Een lichte gehoorbeschadiging heb ik al. Deze morgen zit ik tegenover mijn vader en praat met hem. Hij verstaat mij niet. “wacht even”, zegt hij. “Dan zet ik mijn gehoorapparaat harder”. Voorzichtig wriemelt hij met duim en wijsvinger achter zijn oorschelp. Dan krijg ik het sein van hem om ons gesprek te hervatten. Rustig articulerend vorm ik met enkele woorden een zin. Kort praten we met elkaar. Als even later zijn zus op visite komt, worden tussen hen beiden de laatste nieuwtjes uitgewisseld. De twee houden een gezellig babbeltje. Wat ze niet weten is dat ze volledig langs elkaar heen praten. Dit tot grote hilariteit van de omstanders. Zo heeft ook doofheid zijn charme.



doofheid
het gehoorapparaat
biedt geen soelaas