zondag 21 mei 2023

De wil, het doel en de weg

Vandaag ga ik naar onze volkstuin. Het plan is gisteren gesmeed. José gaat eerst naar het Zweedse woonwarenhuis Okéja. Haar idee is om daar een buitentafel voor op de tuin, te kopen. Ik ga met de fiets. De weg daarheen is min of meer recht toe recht aan en heeft geen obstakels. Op één na dan : de Spijkenisserbrug. Hij gaat net omhoog voor een vrachtschip. Terwijl ik moet wachten kijk ik over de reling en voel ik de angst voor de dwang om te springen. Dat heb ik daar wel meer. Ik zwem goed. Maar nu? Na een kwartier gaat de brug omlaag. Even later stap ik op de fiets en manoeuvreer met ander fietsverkeer over het pad.

Een paar honderd meter hoef ik haast geen trap te doen. De weg loopt immers omlaag. Dat is het voordeel van een hellinkje beklimmen, je moet hem ooit weer af. Dat principe geldt ook voor tegenwind. Is dat niet positief? In wat mogelijk lastig is een voordeel zien.

Als ik eigenlijk linksaf moet slaan om naar de tuin te gaan, fiets ik rechtdoor, langs de Oude Maas richting Poortugaal. Waar mijn fietspad een ander kruist, rijd ik naar mijn bestemming. Op de fiets heb ik het prima naar mijn zin. Dat gevoel moet ik zien vast te houden op de tuin.

Samen schrapen wij het niet gewenste groen tussen de tegels vandaan. Dan is het tijd voor een boterham. Daarna komt de tafel tevoorschijn.  Het blijkt een hele klus van tekening lezen, passen en meten. Dan kan hij in elkaar gezet worden. Wat blijkt: onderdelen zijn niet goed genoeg uitgezocht, en op de juiste plaats gelegd. Ons humeur zakt. Mijn vermoeidheid stijgt. Maar uiteindelijk lukt de klus.

Terwijl ik aan het einde van de middag naar huis fiets en tot rust kom in een fijne omgeving, ruimt José nog wat op en rijdt op de terugweg langs een snackbar. Een patatje plus hebben wij wel verdiend.   

 

woensdag 17 mei 2023

Zin

Om vijf uur in de ochtend gaan mijn ogen open. Te vroeg, dus sluiten zij weer. Om half zeven gaat de wekker die mij, de naam zegt het al, wekt. Met een duf gevoel sta ik tien minuten later op. Soms is eerder opstaan beter. Vroege vogels bestaan immers ook.

Ik maak mijn ontbijt klaar en probeer ervan te genieten. Ondertussen schuift de lunch in een doosje. De boel gaat aan de kant. Een boek komt tevoorschijn en zo ook, zij het langzaam, het goede humeur. Niet dat het slecht was hoor.

Een filosoof zei: ‘De zin van het leven is domweg zin in het leven.’  Dus … de schoenen gaan aan en met stevige pas wordt een wandeling ingezet. Een groepje kneuen, dansend in een akker, laten mij stoppen. Even volg ik ze met plezier.

Op het fietspad naar het dorp verderop, passeren groepjes scholieren mij. Het is oppassen geblazen, want ze kletsen veel, kijken dan niet op of om, zodat ik al mijn aandacht bij het verkeer moet houden. Het is een goede training voor mij. Verderop loop ik over een brede doorgaande weg. Fietsen  zijn hier, al is het aantal kleiner, ‘vervangen’ door auto’s. Oppassen geblazen in onoverzichtelijke bochten.

Het volgende dorpje doorkruis ik. Gebeurtenissen, gedachten en gevoelens, vergezellen mij. Ik leef en heb er zin in. Nog een kleine anderhalve kilometer en ik ben thuis.

Een mok thee, wat lectuur, een appje en belletje naar een vriend doen mij goed en verstevigen mijn humeur. Inderdaad: Er domweg zin in hebben, ook al klinkt het simpel, is vaak het beste.    

zaterdag 6 mei 2023

De Ander

Voor Levinas, een filosoof, was de Ander belangrijk, vandaar de hoofdletter. Je zou en dat zijn mijn gedachten, je ik (jezelf) daarmee kleiner en minder belangrijk kunnen maken. Niets is minder waar, want zelfs jij bent de Ander …

Hieronder mijn verhaal.

Op een zonnige, maar frisse morgen trek ik mijn winterjas aan en hang mijn verrekijker om. Ik wandel de polder in en geniet van de roep van de grutto, het plonzen van een eend en de vlucht van een buizerd. Mijn denken zet ik zoveel mogelijk op een zijspoor. De simpele ervaring is nu voor mij het belangrijkste.

Vandaag, begin mei, zijn er al boeren die het gras op hun percelen maaien. Sommigen zelfs vier maal per jaar. Dat is jammer, want daardoor hebben weidevogels minder kans om hun jongen groot te brengen, sommigen wagen ter plekke zelfs geen poging meer en zoeken hun heil elders.

Een schotse hooglander verspert mij de weg. Wat nu? Ik hervind mijn zelfvertrouwen en loop rustig langs hem heen. Dat is altijd goed gegaan dus waarom nu niet. Bij het passeren draait zij haar kop en zeg ik haar gedag. Pfff, dat is gelukt, zie je nu wel, denk ik mijzelf toe.

Op zeker moment kom ik een oudere, voor mij bekende, vrouw tegen. Nu moet ik haar toch eens vragen hoe het met haar man gaat. Ze doet haar verhaal. Het heeft een zekere hardheid. Want mijn plannetje, een relaxte wandeling, wordt lichtelijk verstoord.

Eigenlijk ‘raakt’ zij mij? Het is een spel van vraag en antwoord. Van reacties. We horen elkaar aan en zeggen wat ons bezig houdt. En ondanks dat ik gevoelens heb voor de Ander, vergeet ik mijzelf niet. Ik vertel haar mijn ongemak en geef aan dat ik verder wil lopen. Prima zegt zij, dat is beter voor je. Doe de groeten aan je man roep ik haar na. Zo eindigt het gesprek tussen twee Anderen die moreel geraakt zijn.

Thuis zet ik een bakje koffie en drink het op in de tuin. De zon warmt mijn huid. Ik hoor het gegier van, ze doen hun naam eer aan, enkele gierzwaluwen. De blik van mijn ogen vangen hen even later in de lucht. Ik geniet, want: De simpele ervaring is voor mij het belangrijkste.

 

 

   

 

woensdag 26 april 2023

Lekker lezen

Lezen is een van mijn grootste hobby´s. Door de situatie na mijn ongeluk is het wel moeilijker. Het begon in mijn jonge jaren, net zoals bij zovele, met strips. Bij mij waren dat de  Donald Duck en Eppo. Later kwamen de echte stripboeken en Kapitein Rob tevoorschijn. Al was die laatste meer een tekst met plaatjes in plaats van de wolkenstrip – wolkjes waarin de gesproken tekst boven de figuurtjes staat.

Pas nadat ik José leerde kennen, waagde ik mij aan echte literatuur. Maarten ‘t Hart was mijn eerste schrijver die ik leuk vond . Langzaam kwam ik erin. Verhalen in mooi Nederlands en vaak gebaseerd op het echte leven.

Van het een kwam het ander. Op een zeker moment ben ik zelf gaan schrijven. Boeken, teksten voor een krant en dit blog. Het lezen en schrijven ontwikkelt zich. Probeer zelf maar eens wat je denkt in acceptabel Nederlands onder woorden te brengen. Zo kwam ik ook bij filosofen terecht. Momenteel lees ik Simone Weil. Zij brengt, en nu in mijn eigen woorden en gedachten, o.a. de hypothese onder de aandacht.

Om die te testen zou je hem kunnen vergelijken met een zintuigelijke waarneming in de natuur. De natuur zoals je hem waarneemt zou je als geordend kunnen zien, maar is dat zo? Heeft die ordening niet als basis het menselijk denken. De veronderstelde ordening, dus hoe de natuur is ingericht en werkt, is onderhevig aan toeval. De oorzaak kan een vlindervleugelslag zijn … Zoek maar eens op.

Ik test mijn eigen gedachten aan dergelijke boeken. Hartstikke leuk. Maar moeilijk. Daarom is het ook fijn om makkelijke teksten te lezen. Hap snap teksten, die lezen als een trein. Toch zijn die, in mijn geval, ook wel eens lastig. Wie was Piet ook alweer? Tegen wie sprak hij en waarover ook alweer? Terug slaan en opzoeken is dan mijn credo. Van lekker ontspannen lezen is dan bijna geen sprake.           

zondag 16 april 2023

Dichtvormen

 Frans pantoum

Hij hoort haar naar boven komen.
Het ruisen van de zijden jurk,
op de treden van de oude trap.
Zijn kamerdeur piept en kraakt.

Het ruisen van de zijden jurk,
waaraan restjes van dor blad.
Zijn kamerdeur piept en kraakt.
Hij wacht gespannen wat komen gaat.

Waaraan restjes van dor blad ...
Dat boeide hem van top tot teen
Hij wacht gespannen wat komen gaat.
Naar boven moest hij, naar bed.

Moeders nachtzoen, kort en snel
boeide hem van top tot teen.
Maar … O, zo pijnlijk, dat moment.
Kon je maar langer blijven, lieve ma.

Peren en heren

Zie hem staan de peer.
Op een zuil, daarnaast
een heer.

Gewichtig. Op zijn buik
een papier. In zijn mond
een sigaar.

Bij hem staan twee heren,
met net zoals de peren
bolle afgezakte buiken.

Zij kijken op naar de
peer en denken: O,
wanneer …

Wanneer sta ik daar een keer.




 

 Mijn thuis

Hij is in het vlakke land.
Veel gras, weinig bloemen.
Ochtendmist remt het zicht,
deelt koeien dwars doormidden.

Hij meandert in gedachten
over dijken en door dalen.
De buizerd jaagt, de wulp roept.
Soms stoppen, kijken en luisteren.

Hij rust als hij moe is
uit de wind, in de zon.
Drinkt wat thee, eet een boterham
en geniet van elk moment.

Hij vangt het leven. Het zijne en die van
de pulli - jong gruttoleven in de weide.
Thuis vallen denken en voelen samen.   

 


 

 

woensdag 5 april 2023

Voorjaar

Op een zonnige, maar frisse, maandagmorgen app ik met Piet. Hij houdt net als ik van vogels. Alleen hij loert niet door een verrekijker of telescoop, maar door een filmcamera. Hij kan goed filmen en valt soms in de prijzen. Om half tien pikt hij mij op. Ik vraag hem even binnen, want ik ben bezig om een soepje voor de avond te bereiden. ‘Ik ruik het’, zegt hij lachend.

We lopen door het Mallebos en staan stil bij een boomklever. Zitten is makkelijker, dus schuiven wij op onze veldstoeltjes. Voor mij is het de eerste keer dat ik die buiten gebruik na mijn ongeluk. Het lukt! Ook het opstaan als we verder gaan.

De leukste waarnemingen zijn misschien wel de twee reeën, hinden -wijfjes- die ons van dichtbij aangapen en de nestlocatie van een paartje staartmezen die speels door de struiken baltsen.                                                                               

Een banaan en thee stilt mijn honger en dorst. Heerlijk zo’n ouderwetse vogelochtend.

In de middag tuur ik in mijn eentje door de telescoop de polder in. Ook weer voor het eerst sinds zes maanden. Hoera, ik kan het nog. Behalve kieviten, tureluurs en ander moois, observeer ik een paartje grutto’s. Op zeker moment ben ik getuige van een copulatie, een vrijage. Altijd bijzonder om waar te nemen. Niet veel later maakt het wijfje, trappelend, draaiend en schuivend een nestkuiltje en dat pal achter mijn huis. Dit voorjaar zit ik gebeiteld met de grutto’s en ander moois.