woensdag 4 mei 2022

Eerlijk delen

‘Zeg jongens houd eens op met dat geruzie,’ zegt Nienke tegen haar puberkinderen.
‘Chantal deelt niet eerlijk. Ze neemt altijd het grootste stuk.'
‘Stel je niet aan Dylan. Ik denk dat het wel meevalt,’ zegt Nienke sussend.

Zij legt het boek neer waarin zij aan het lezen is en loopt naar haar kinderen toe. Op de snijplank ligt een kleine pizza die inderdaad niet netjes doormidden is gesneden. In de oven ligt er nog een. Ze haalt hem eruit en legt die op een andere snijplank. ‘Snij jij die eens precies doormidden Dylan!’ Zorgvuldig schat hij het midden in en rolt het pizzames over het rijk gevulde deeg. ‘Voilà,’ zegt hij trots. ‘Exact doormidden.’ ‘Nou, als jij dat eerlijk delen noemt …’ en nog voor er ruzie uitbreekt heeft Nienke een idee.

 

‘Als Cantal deze ene helft nu eens doormidden snijdt, dan mag Dylan kiezen welk deel hij neemt. Dat lijkt mij eerlijk. Zeker als je je bedenkt dat jij, Chantal, juist snijdt.’ Daarna doen wij hetzelfde met de andere helft, máár dan mag Dylan snijden en jij kiezen. Oké?’

 

Het lijkt beiden een goed idee en omdat er nog een pizza is doen zij daarmee hetzelfde. Vooral die laatste twee pizzahelften lijken het eerlijk delen goed te benaderen. Een kniesoor die op een klein stukje meer of minder let.

 

Mopperend omdat de pizza’s intussen koud zijn geworden eten de twee met lange tanden, maar het probleem is opgelost.

 

zaterdag 30 april 2022

Ilian wordt goed gebakerd

Er zijn van die woorden waarvan je de exacte betekenis niet weet en waar je ook niet naar zoekt. Je voelt de betekenis van die woorden aan.

Dinsdagochtend vroeg rinkelt het belletje van mijn mobiel. Ik neem op en hoor  vaag mijn dochter Femke ‘Goedemorgen opa zeggen.’ Het dringt nauwelijks tot mij door. Pas nadat mijn vrouw José naast mij staat, meeluistert en Femke haar verhaal opnieuw vertelt, valt het kwartje. ‘Jullie zijn vanochtend vroeg opa en oma geworden.’ Allerlei emoties en gedachten schieten door ons heen, want zes weken te vroeg.

De bevalling is goed gegaan. De baby, een jongentje met de mooie naam Ilian en de moeder worden uitstekend verzorgd in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem.

Nog diezelfde avond zijn José en ik op bezoek. De kleine ligt in een couveuse. Sondes zijn aan zijn lijfje bevestigd om hem te monitoren.  Om zijn kleine tere lijfje zijn blauwe en groene banden gespannen. Zo wordt de baarmoeder nagebootst, wat de baby een veilig gevoel geeft.

Ik maak een foto van het kleine wonder en stuur die later naar mijn vrienden. Een van hen antwoordt: Een moderne manier van bakeren.

Dát is een van die woorden: bakeren. Het komt van bakermoeder, wat kraamverpleegster betekent. Omdat een bakermoeder ook wel eens wil zitten om de baby te voeden, doet zij dit op haar bakermat. Is zij op een andere manier actief, dan bakert zij de baby, wat koesteren en warmhouden betekent. Wie weet dat nog zo exact?

Nu maar hopen dat Ilian niet te heetgebakerd wordt …
Of is dat een onschuldig bakerpraatje?

  


dinsdag 12 april 2022

Voorjaarszinnen

Boven het slik dat deels onder water ligt, hangt de lucht helderblauw. De daarin verweven spaarzame dunne melkachtige nevel lost in fracties van minuten op. Kieviten schakeren wit en zwart en landen op een slijkplaat waar het zonlicht de zojuist uit het zuiden gearriveerde grutto’s warm bruin kleurt, een enkele zelfs roze.

Een sperwer, een jong mannetje gezien het roze op zijn wangen en de bruingrijze rug, jaagt achter een zangvogeltje aan en duikt verderop tussen nog jonge wilgenbomen. Even blijft hij uit het zicht, om kort daarop met gefladder uit het hout te verschijnen. Hij landt op een rasterpaal. Omdat hij rechtop blijft zitten en zich niet over een mogelijke prooi buigt om die te plukken en op te eten, is zijn roofvlucht dit keer zonder resultaat geweest.

 

Intussen vult het opkomend water plas en dras. Foeragerend waterwild zoekt het hogerop. Een verzanding langs een kreek, ik kan een groot deel daarvan overzien, is een van de plekken waar het naartoe vliegt. Al snel is de zandplaat gevuld met allerlei steltlopertjes zoals: de bontbekplevier, de bonte strandloper en een enkele zwarte ruiter, die in zijn winterkleed wel wat weg heeft van een tureluur.



De tureluur houd van vochtig en nat terrein. (foto P Ganzeboom)


 

Aan de horizon, langs de oevers van het Haringvliet vliegt plots ‘alles’ op. De lucht vult zich met de silhouetten van ganzen, eenden en nog kleiner gevogelte die ik secuur volg met mijn verrekijker. Ineens zie ik wat de vogels op de wieken deed gaan. Een zeearend! Boven de in paniek uiteen gewaaierde vlucht watervogels zweeft hij met trage vleugelslag. Hij lijkt geen snode plannen te hebben, want hoger en hoger vliegt hij op totdat ik hem niet meer kan volgen.

 

Ik sta op van mijn krukje, strek mijn benen en loop kleine stukjes heen en weer. Ondanks dat het nog maar een graad of tien is voelt het in de luwte warm aan. Ik doe mijn sjaal af en schuif de ritssluiting van mijn jas ietwat naar beneden. Voorjaar en dat is ook te merken aan het schrijnen van de konen van mijn gezicht, die zullen vast rood kleuren. Omdat het water hoger en hoger stroomt en de vogels het verderop zoeken, breek ik op en wandel naar mijn fiets; ik heb nog een ander plekje in gedachten.

 

Dat is het Mallebos, een perceel van Staatsbosbeheer aan de rand van de stad waar ik woon. Dat is een zogenaamd productiebos. Men heeft het jarenlang zijn gang laten gaan. De laatste stormen van deze winter en de essentaksterfte heeft drastisch huisgehouden. Werklui hebben de boel opgeknapt en een ruig en omheind perceel waarin jonge loten zijn uitgezet achtergelaten. In een van die percelen zat laatst een appelvink, een schaarse wintergast.

 

Helaas voor mij was de vogel gevlogen, of had zich degelijk verstopt.

      

donderdag 7 april 2022

Twijfels

Vlagen vol druilerige regen trekken over het land. Omdat het morgen niet veel beter zal zijn volgens de weermannen, lijkt het mij een goed idee om naar Rotterdam te gaan voor een museumbezoek. Tussen de buien door kan ik dan mooi door een stadswijk of park wandelen. Ik doe dat graag. Ik bel mijn vriend en vraag of hij zin heeft om mee te gaan. Uiterst vervelende familieomstandigheden hebben hem zoveel energie gekost dat hij geen fut heeft om mee te gaan. Jammer, dan ga ik alleen.

De volgende morgen doe ik nog een kleine boodschap. Onderweg onderzoek ik mijn gevoelens en gedachten die zich eerder die morgen ook al opdrongen: De reis. Welk museum? Het online bestellen van tickets (niet verplicht). Kortom, heb ik nog wel zin?

 

Als ik bijna thuis ben, loop ik nog even de polder in. Het is grijs, maar droog. De wind is matig, kracht vier. Langzaam verdwijnt Rotterdam in mijn gedachten naar de achtergrond en zie ik mijzelf rijden op de racefiets. Langs het Spui en het Haringvliet. De wind schuin op kop. Over dijken, met hier en daar een huis of boerderij. Tussen akkers en weiden. De wind nu in de rug.

 

Thuis spreek ik mijzelf toe omdat ik niet goed overweg kan met al mijn ideeën. Pas na de koffie neem ik een besluit. Ik ga fietsen. Ik leg wat kleding klaar. Kijk nog een keer uit het raam. Check voor de derde keer de temperatuur en de weersverwachting. De keuze voor welke kleding ik aan zal trekken is lastig. Niet te warm, of niet te koud, dat is de vraag. Maar dan eindelijk zit ik op mijn fiets.

 

Het begint al snel zachtjes te miezeren. Ik geef er niet om. De wind is toch wel hard en ik heb hem tegen. Een tandje terugschakelen dan maar. Ik probeer een nieuwe route uit langs een nieuw aangelegd industrieterrein bij Hellevoetsluis.

 

De rit verloopt precies zoals hij zich eerder in mijn gedachten afspeelde en voor ik er erg in heb, is mijn tocht voorbij. Tevreden zet ik mijn fiets dan ook in de schuur. Na een douche maak ik mijn lunch klaar. Zoet of hartig … koffie of thee …

    

zaterdag 26 maart 2022

Een dagje Utrecht

Rond half tien zit ik dan toch in de trein. Het gedoe met kaartjes bestellen, het perron van vertrek opzoeken, een zitplaats vinden, dat alles blijkt geen gedoe te zijn, maar een flow. Vanachter het raam flitsen volkstuinen, weilanden, boerderijen en lintdorpen voorbij. Een metalen stem zegt dat we Utrecht naderen.

Sanitaire stop. Bij een zestal tourniquets staan een drietal automaten die na betaling de poortjes openen. De gebruiksaanwijzing is mij onduidelijk en ik waag de gok en stop mijn betaalkaart in een van de drie gleuven die de automaat rijk is. Ik krijg zelfs een tegoedbon, te besteden bij diverse stations horeca.


Achter een enorme glazen pui verblijdt de zon mij met warmte en licht. Als ik mij omdraai staat zij voor mij. Zij straalt. Hoe kan het anders nu zij in verwachting is. Ik krijg een kus en dan wandelen Femke en ik de stad Utrecht binnen. Na een slinger door het centrum, buitenom over singels.

 

 

In het zonnetje

op een minuscuul terras
achter ons blues en jazz.

 

Slenteren door straten en stegen
over wallen, langs verborgen verleden.

 

Gewoon dat samenzijn tussen
vader en dochter, en toch zo bijzonder. 

 

 


zondag 20 maart 2022

In hogere sferen



Oooo, kijk daar …


maar weet, kijken is ook zien

het bijzondere in het algemene

zo hogerop zie je ze niet vaak 

 

 

    



Voor mobiel: draai toestel en klik op foto voor vergroting.
Tsja soms moet je er iets voor doen ;-)

 


 

zondag 13 maart 2022

Stil de tijd

Wat ik hier nu zie,
was eerder daar ook.

De tijd lijkt stil te staan.
De narcis bij de wilg stak
in een verleden voorjaar
ook zijn kop op in de zon.

De eeuwige kringloop,
achterlaten, beleven,
herbeleven.

Wat ik nu hier zie,
is later daar ook.