zaterdag 13 januari 2018

Gedicht


Op het pad
verschijnt een man,
hij staart naar de grond.

Zijn zware gedachten
dalen als in een draaikolk
naar zijn voeten.

Een silhouet jaagt
langs een rij elzen,
vogels vliegen op.

Het duikt, wendt en keert,
zwenkt naar de horizon
en lost de vergetelheid op.

Op het pad
verdwijnt de man
met een gulle glimlach.

donderdag 4 januari 2018

Vreemde vogel


Een stukje over zon, regen en een vreemde vogel. Gepubliceerd in Groot Goeree Overflakkee.
Klik op de tekst om hem eventueel te vergroten. De foto is genomen door Peter Ganzeboom.


woensdag 3 januari 2018

Laagvliegende dakpannen


Om drie uur in de nacht, wordt mijn vrouw wakker van een enorm gebulder. Alsof er een goederentrein kwam aangereden vertelt zij mij later. Zij stapt uit bed en sluit de ventilatieklep van het tuimelraam en kruipt weer in bed. Nauwelijks onder de wol, knallen met een enorm kabaal enkele dakpannen door het venster. Van schrik zit ik rechtop in bed en begrijp nauwelijks wat er aan de hand is. Een enorme windhoos heeft de nokvorsten van ons dak opgetild en omgevouwen als waren zij van karton. Ook twee rijen dakpannen over een lengte van zes meter moesten eraan geloven. Niet veel later duw ik de ruit met een bezem uit de sponningen en dicht provisorisch het gat van circa een vierkante meter. Zo snel als de storm zich meldde, verdwijnt hij weer en pas dan beseffen wij hoeveel geluk José heeft gehad. Had zij iets langer of later bij het raam gestaan, dan hadden vlijmscherpe glassplinters haar kunnen treffen, nu steken zij in het zeil op de grond. Als het licht wordt blijkt de schade in onze wijk groot. Bomen zijn omgewaaid, tuinhuisjes opgetild en elders neergekwakt. Van een speeltuin zijn enkele speeltoestellen spoorloos. Nog voor het ontbijt regel ik een aannemer om de schade te repareren.

Half in de ochtend belt een boom van een vent aan. Het blijkt de glaszetter. Terwijl hij aan het werk is zet ik koffie. Als hij zijn eerste slokjes naar binnen slurpt valt zijn oog op een reproductie aan de wand, die de voormalige haven van Pernis verbeeldt. Hij blijkt daar evenals ik geboren en getogen te zijn. Ondanks dat ik hem niet van naam ken, blijken wij in onze jeugd dezelfde vrienden en kennissen gehad te hebben. Lachend en misschien enigszins aangedikt komen de verhalen los. Ik ga ze hier niet opschrijven, want wie weet welke lijken er nog uit de kast komen. Wat ik wel wil melden is dat een aantal van mijn ‘vrienden’ uit die tijd niet meer leven, aan de coke zijn geraakt, of in de bak zijn beland. Het waren prima knapen, alleen je moest ze niet tot last zijn. Mijn stormachtige jeugd heb ik weerstaan en ook met de schade aan mijn huis zal het vast goedkomen.




zondag 31 december 2017

Gedicht


Hét Moment
Terwijl de kerkklok onverstoorbaar de uren slaat
en een bronzen klank in de lucht uiteen waait,
peinst de dichter voor het beslagen venster.

In de verte sluimeren bomen en huizen;
wat scherp te stellen en weer te geven
zonder invloed van tijd noch duur?

Dan, als de muze om het hoekje gluurt,
is hét moment daar en krult zijn hand ritmisch
en sierlijk de letters op het papier.





Foto: Niels Snoek

donderdag 28 december 2017

Inspiratie


Tijdens het lezen van en boek kan een haiku ontstaan.
En vanuit de haiku een klein gedicht.


de pen, het papier
zijn hand wacht geduldig
op het juiste moment

Chronos tikt en tikt de uren
in de tussentijd wend ik mij van hem af
en wacht geduldig met Kairos op het juiste moment
dan krult mijn hand de woorden op papier.

zaterdag 16 december 2017

Van die dingen


Ouder worden komt met gebreken, wil men weleens zeggen. Zo laat het gehoor mij wel eens in de steek.

‘Wat zeggie?’
‘Dat het gehoor mij weleens in de steek laat’.

Bij mijn vrouw wordt het lezen lastiger. Vandaar dat zij een leesbril draagt. Nog niet gewend aan ouderdomsperikelen, vergeet zij hem wel eens op te zetten. Zo kan het gebeuren dat zij na een bezoek aan de supermarkt met de verkeerde boodschappen thuiskomt. Dit keer was het de beurt aan de koffie. In plaats van snelfiltermaling kwam zij met een grove maling thuis. Ik kwam daarachter omdat de koffie mij niet lekker smaakte. Maar niet getreurd, wij hebben thuis een maalmachine. Enfin, ik vul hem met de grove koffie en plaats het bakje wat de koffie op moet vangen eronder. Ik vergeet echter het dekseltje. Omdat het apparaat veel lawaai maakt, loop ik onder het malen even weg. Bij terugkomst in de keuken is het bakje voor driekwart gevuld. De rest ligt op het aanrecht, als was het bruine poedersuiker. Van die dingen dus. Overigens smaakte de koffie prima. Niks aan het handje dus.

woensdag 13 december 2017

Toverlicht


Onwaarschijnlijk mooi ligt het ochtendlicht over het Vuile Gat. Riet en struweel weerkaatsen een goudgele gloed. Kieviten blinken wit en zwart boven buitendijkse gorzen. Aan de horizon ligt links en rechts het land. In het midden is alleen water zichtbaar, zodat het lijkt of je zo het zeegat uit kan varen. Telkens weer ervaar ik dat grootste moment van vrijheid als ik bij de Tiendgorzen over het Haringvliet staar. In de winter maak ik vaak een vogeltocht over de Hoekse Waard, Goeree Overflakkee en Voorne Putten. De Tiendgorzen zijn dan een vaste plek om even de benen te strekken. Via de Bommelse Gorzen rijd ik naar de Slikken van Flakkee voor een langere wandeling. Op een kleine heuvel zit een man op een bankje. Hij geniet van de dag en de water- en wadvogels die foerageren in het ondiepe water van een plas. Wij groeten elkaar en na een korte stilte is het mij duidelijk dat de man om een praatje verlegen zit. Als ik inga op zijn vragen blijkt de man een enthousiast natuurliefhebber. Uit de binnenzak van zijn jas haalt hij een mobieltje tevoorschijn en laat mij talloze foto’s zien met de vraag of ik de naam van de vlinder of paddenstoel weet. Bij sommige plaatjes moet ik het antwoord schuldig blijven. Dat geldt niet voor de foto van het kleine bruine vogeltje zo groot als een heggemus. Direct zie ik dat het een cettis zanger is. ‘Nog nooit van gehoord’ zegt de man. ‘Dat kan’ zeg ik. ‘Het vogeltje is pas in het laatste decennium in opmars. Van oorsprong komt hij uit Zuidoost-Europa. Maar omdat het in Europa warmer wordt zoekt hij ook zijn heil noordelijker. Je hebt hem zeker in de buurt van riet en struweel zien scharrelen?’ ‘Ja dat klopt’ zegt hij lachend’. Op mijn horloge zie ik dat het inmiddels over drieën is, tijd om gedag te zeggen en via de Koudenhoek terug te keren naar de Spuimonding West. Als ik daar aankom is het licht al zacht aan het worden. Het goudgele licht verandert langzaam in zilvergrijs. Door de dikke bewolking en het late namiddaguur wordt het ook donker. Met zijn laatste krachten schijnt de zon haar jakobsladders over het land. Nog een laatste foto en dan naar huis.



Ik hoop dat mijn schrijven dit jaar een feest van herkenning is geweest en dat het u heeft geënthousiasmeerd om ook de wandelschoenen aan te trekken en de natuur in te gaan. Voor hen die dit niet konden, hoop ik dat de verhaaltjes zo levensecht zijn geschreven, dat u er toch eventjes ‘uit’ bent geweest.
 
Fijne decemberdagen en tot ziens in 2018