woensdag 8 maart 2017

Filosoferen in Dordt


Op een parkeerplaats aan de Noordendijk te Dordrecht google ik op mijn mobieltje Villa Augustus. Ondanks dat ik de route naar het gebouw in mijn hoofd heb geprint ben ik bang dat ik verkeerd rijd. Juist op dat moment appt Leon mij, met hem heb ik afgesproken, hij is zojuist gearriveerd. Ook ik blijk mij dichterbij de plaats van bestemming te bevinden dan ik dacht. Na een hartelijke begroeting zoeken wij een plekje in het restaurant, bestellen een grote pot thee en wisselen boeken en wetenswaardigheden uit. Wij beiden lijken blij met het aangereikte leesvoer. Leon met Oosterlings Waar geen wil is, is een weg en ik met Gabriels Waarom De Wereld niet bestaat.





Tijdens een wandeling naar het oude centrum van de stad lopen wij door Het Hof van de Augustijnenkerk en staan stil bij een gedicht geschreven door een negenjarig kind. De speelsheid van het gedicht doet niets af aan de diepere laag van de poëzie.

Nadat wij een galerie in de Voorstraat hebben bezocht is het tijd voor een lunch. Wij kiezen voor Daantje, een veganistisch restaurant. Tijdens de maaltijd leggen wij elkaar onder de filosofische meetlat, wij nemen elkaar de maat. Dit is niet altijd even makkelijk, maar uiteindelijk komen wij er sterker uit. Voldaan in de brede betekenis van het woord strekken wij dan ook onze benen richting het Dordrechts museum dat wij, dit blijkt achteraf, vereren met een bliksembezoek. Een schilderij van Fernhout trekt mijn aandacht.





De zee

Soms vriendelijk blauw,
soms woedend groen,
schuimbekt wit haar golven.

De zee
Een visioen
vol kleur en beweging

De zee
tekent een mui in nat zand,
zout water stroomt als in glooiend akkerland,

terug
naar zee


Op de weg terug naar huis houd ik mij al vast bezig met de vraag, waarom de wereld niet bestaat.








dinsdag 28 februari 2017

In weer en wind


Niets is zo fijn als op te gaan in de dynamiek van een nieuwe dag. Langzaam komt de natuur tot leven na een nacht van rust. De stedeling is vaak ‘vergeten’ dat deze oerdrift ook in hem aanwezig is.

Nadat ik vanuit het raam de grijze lucht heb gadegeslagen, kijk ik op mijn smartphone naar de weersverwachting. Overwegend droog met kans op lichte regen. Om het weer zelf te inspecteren trek ik mijn schoenen aan, zet mijn Schotse Harris pet op en loop een stukje de polder in. Om half tien rijd ik op mijn racefiets de eerste kilometers  richting Hartelbrug. Het is waterkoud en er staat een harde wind. De lange aanloop naar de top van de brug neem ik in het zadel. In de afzink draai ik richting Rozenburg. Met de wind schuin in de rug zoef ik tussen de A-15 en de industrie van de Botlek haast onhoorbaar voort. Het is inmiddels gaan miezeren en de lucht verderop voorspelt niet veel goeds. Aan het begin van de landtong bij Rozenburg word ik ingehaald door een andere fanaat op een ‘stalen ros’. Ik pik aan en even rust ik uit in zijn zog, dan slaat hij links af en scheiden onze wegen. De wind is aangetrokken en draagt bij vlagen echte regen met zich mee, wat merkbaar is aan mijn koude voeten; ik ben vergeten mijn overschoenen aan te trekken. Voorbij de Maeslantkering wordt het hoge uitkijkpunt aan het einde van de weg zichtbaar. Vandaar kan je een groot deel van het Europoortgebied, de Maasvlakte en Hoek van Holland overzien. Ondanks dat ik vaker in de polders van Voorne Putten fiets, besef ik de bijzonderheid van mijn tocht, waar hoogstandjes van weg- en waterbouw en industrie samenkomen. Op de terugweg heb ik de wind schuin op kop. Dit is het prettigst, fietsen met een matige tot zware weerstand. De laatste kilometers zijn pittig. Mijn energie is op, het lijf koud en vochtig. Na een lange en gloeiendhete douche, schakel ik op de televisie naar den Belg. Gisteren was de Omloop van Het Volk, vandaag rijdt het peloton van Kuurne naar Brussel en terug. ‘Mijn’ seizoen is begonnen.         

zondag 12 februari 2017

Als dikke pap


Het trapgat witten stond niet op het programma vandaag, echter een grijs gordijn van druilige regen dat boven Voorne Putten hangt, verandert mijn kijk op de dag. Vol ijver ga ik op zoek naar gereedschap om de vijf trapleuningen te demonteren, dat werkt makkelijker. Als dat achter de rug is, zet ik de schildersattributen klaar. Die plaatsen waar geen witsel op mag spatten, dek ik af met kranten en een oud laken. Ik kan van start.

Eigenlijk houd ik niet van klussen, ondanks het feit dat een leerkracht mij ooit aanraadde om naar de schilders mts te gaan. Het heeft veel te maken met mijn vermogen tot langdurige concentratie, dat laag is. Op advies van mijn moeder pak ik een dergelijke klus dan ook op in etappes van twee á drie uur per dag. Ben ik eigenwijs en ga ik toch door met een dergelijke klus, dan ga ik fouten maken. Niet doen dus. Met aandacht hanteer ik de kwast en strijk in banen over de wanden, tot het moment dat mijn emmer leeg is.

Op de fiets rijd ik naar een doe-het-zelf-zaak en koop een enorme emmer van tien kilo, die ik onder de snelbinders klem. Ik wrik hem heen en weer ter controle, hij staat stabiel. Als een atleet probeer ik in een soepele beweging mijn been over de emmer en het zadel te zwaaien, wat maar nauwelijks lukt. Een lichte krampscheut teistert mijn hamstring. De rit naar huis verloopt voorspoedig. Oneffenheden in het wegdek krijgen geen vat op de emmer, die ik voor de zekerheid vasthoud. Thuis als ik van mijn fiets afstap, schiet er opnieuw kramp in mijn been. Dit keer ben ik minder fortuinlijk. Tergend langzaam kantelt mijn fiets. De snelbinders zijn niet op dergelijke capriolen berekend en met een zachte plof, valt de emmer op de grond en barst open. Als bevroren kijk ik naar de inhoud die als dikke pap over de tegels stroomt. Tegen beter weten in, probeer ik te redden wat er te redden valt. Tevergeefs.

Met liters lauw water, een bezem en afwasborstel ga ik de drab te lijf. Een dik uur later is de klus geklaard. Moe maar niet voldaan kauw ik later op een boterham en drink mijn teleurstelling met lauwe thee weg.

Een dag later kijk ik met tevreden blik naar mijn straatje dat er nog nooit zo keurig geboend en stralend heeft bijgelegen.



     

zaterdag 11 februari 2017

Nieuw: YouTube - kanaal

Beste lezer,

Sinds kort houd ik een YouTube kanaal bij. Regelmatig zal ik daar gedichten en kort proza voordragen. Als ornament is muziek en een foto toegevoegd. Neem gerust een kijkje, graag zelfs.
De filmpjes zijn gemonteerd door Leon(ardus) Hoeneveld, die ook te volgen is op YouTube

https://www.youtube.com/channel/UClGOdx9_Jm5m7TfIb9c9NeA/featured

En ... vond u het leuk?

Groet,

Tino van Kampen

donderdag 9 februari 2017

Tropisch Roze

In Groot Goeree Overflakkee van deze week een column van mijn hand.
Klik op de link hieronder en scroll naar pagina 16.

https://www.jambooty.be/en/document/1051848

Of lees de foto. Klik op de foto voor een vergroting. Veel leesplezier.





woensdag 25 januari 2017

Leven is balanceren op een dun draadje



Vroeg in de morgen, ik ben net begonnen aan het schrijven van een nieuw verhaal, rinkelt de telefoon. In stevig tempo loop ik de trap af en neem hem op. Het blijkt mijn vriend Peter te zijn.

‘Ben je bereid tot een vriendendienst?’ vraagt hij.
‘Dat hangt ervan af’. Ik houd een grap van hem altijd in het achterhoofd.
‘Ik heb griep en heb hartritmestoornissen en mag geen autorijden, wil jij mij naar de huisarts brengen?’

Dat is voor mij geen probleem. Vlug doe ik mijn schoenen en jas aan, drink mijn koffie op en ga op pad. Als ik Peter bij zijn huis aantref, is duidelijk te merken dat hij niet fit is. Soepel en snel rijd ik naar zijn huisarts. Daar blijkt dat zijn hartslag onregelmatig is, met pieken van 140 slagen per minuut. Het advies is om direct naar het EMC te rijden voor verder onderzoek. De reis naar het ziekenhuis begint met enige vertraging. Een vuilniswagen blokkeert enkele minuten onze weg. Aan de rand van de stad, als flarden mist de regio binnentrekken, zie ik dat het minder met Peter gaat. Hij trekt wit weg en ‘klaagt’ over tintelingen in zijn vingers en lippen. Toch is hij in staat om ons naar het EMC te loodsen. Wegwerkzaamheden bij de Rochussenstraat lijken roet in het eten te gooien. Gelukkig geldt de wegafzetting niet voor spoedeisende hulp. Bij het inchecken verloopt alles voorspoedig. Een verpleegster rijdt hem in een rolstoel naar de onderzoekskamer en voordat wij er erg in hebben ligt hij aan de monitor. Aan het einde van de ochtend als ook zijn vrouw is gearriveerd, laat ik de hulp over aan de doktoren en verplegend personeel. In een intussen met mist dichtgetrokken stadsregio rijd ik naar huis.

Net na mijn middagboterham, krijg ik een telefoontje; Peter mag naar huis, nader onderzoek volgt. Opnieuw rijd ik naar Rotterdam en tref mijn vriend voor de ingang van het Erasmus aan. Hij heeft al weer wat kleur op de wangen. Tijdens de rit naar huis slaat ongenadig de vermoeidheid toe. Gesloopt als hij door het reizen en de spanning is, duikt hij thuis direct onder de wol.

In de avond overdenk ik de dag en zie in dat het leven balanceren op een dun draadje is, een klein zetje kan ons al uit evenwicht brengen. Vallen of niet-vallen is dan afhankelijk van geluk.