woensdag 20 januari 2016

De oerplons


Langs de waterkant gezeten
pak ik een kiezelsteen
en werp hem in de vijver.

Om het stille midden ontstaan
ringen, zij omsluiten elkaar.

Op een van die ringen ligt
ons universum, is het leven
ver van de plons ontstaan.

In de toekomst geboren,
naar het hiernamaals gericht
is de weg die ik ga.

Waarom dan zoeken, naar
Die ene verre echo-
                        

vrijdag 15 januari 2016

Ik ben



De volheid die ik ervaar wanneer
in de morgen de zon opkomt, is
spiritueel, zelfs religieus.

Ik neem de tijd en sta stil;
de diep oranje bol klimt zichtbaar
hoger boven gitzwarte contouren.

Hij kleurt de wolken aan
de blauwe winterkoude hemel
in een zacht roze gloed.

Als in de verte een haan kraait,
kruist een ree mijn pad.
Ik ben, omhuld in ochtendgloren.

maandag 11 januari 2016

Valse beelden




Mijn ogen scannen de kale elzen.
Half verscholen achter een dode tak
drukt een kerkuil zich tegen een stam.

Ik nader, hij blijft roerloos naar mij staren.
Pas wanneer ik vlak bij hem ben, zie ik de lichte,
haast ronde noest op de verweerde boom.



donderdag 7 januari 2016

Parkeermannetjes



Carmona is een oud historisch stadje ten Noordoosten van Sevilla. Een bezoek waard. Daarom rijden wij vol goede moed het moderne stadsdeel binnen op zoek naar een parkeerplaats. Al snel vinden wij er één, pal naast de poort die toegang geeft tot het oude centrum. Klein als hij is, blijkt hij bijna vol. Een parkeerwachter in geel hesje, wijst ons op een nog open plaats. Als wij geparkeerd staan en onze spullen hebben gepakt, komt hij op ons afgelopen. Een bonnenboekje houdt hij tussen duim en wijsvinger omhoog. In het Spaans wijst hij op het bedrag van 1 Euro. Na een korte discussie in gebarentaal en weinig Spaanse woorden van onze kant, blijkt dat het bedrag voor de gehele dag geldt. Een koopje. Als wij aan het einde van de middag terug komen bij de parkeerplaats blijkt die op enkele auto’s na leeg te zijn. Het bonnetje dat onder onze ruitenwisser was geplaatst is verdwenen, evenals de parkeerwachter. Een collega van hem, zonder hesje, vraagt of wij ‘problems’ hebben. Dat is niet het geval. Nog even blijft hij om ons heen hangen. Om dan terug te lopen naar waar hij vandaan kwam. Met zijn vertrek verdwijnt onze gedachte dat wij meer dan die ene Euro moeten betalen.
In de drukke buurt van ons appartement lopen ook parkeerwachters rond. Elke automobilist wordt vaak door twee of meerdere mannen naar een vrije parkeerplaats geloodst. Zouden de automobilisten hen betalen voor hun diensten, vragen wij ons af? Dat willen wij niet en dus negeren wij hen. Vanaf dat moment knaagt er iets. Zouden wij niet ‘opgelicht’ zijn in Carmona?

dinsdag 29 december 2015

Drift, bloed en passie



I


Over het algemeen staan Spanjaarden bekend als temperamentvol. In het verkeer blijkt niets van deze eigenschap. Alsof wij in een rij van computergestuurde auto’s rijden, glijden wij door het verkeer. Niemand kleeft bumper, of snijdt anderen de weg af. Stressloos naderen wij dan ook de vierbaansrotonde op de meest linkse baan. Wij moeten echter naar rechts, de Puente del Alamillo over. Ik besluit een extra ronde te rijden, om het verkeer niet te hinderen. De Spanjaard doet dit niet, die neemt en krijgt zonder enige strubbeling voorrang om zijn weg te vervolgen. Als ik dat later ook probeer, wordt er geclaxonneerd. Niet één keer, maar diverse keren. “Trek je daar maar niets van aan pa” zegt Femke. “Claxonneren is hier gewoon. Men toetert elkaar gedag”. Rare jongens die Spanjaarden denk ik. Overmoedig rijd ik de andere dag een verkeersplein op. Een auto links achter mij remt hard en claxonneert. Ik toeter terug en wuif vriendelijk naar hem. Mijn reactie is olie op het vuur. Druk gebarend wijst de automobilist op mijn fout, ik had voorrang moeten verlenen.



II



Terwijl ik mij over mijn tapas buig, een zacht gestoofde ossenstaart, valt mijn blik op een enorme stierenkop aan de wand. El Torro, zijn kop als trofee, nadat het laatste leven uit zijn kolossale lijf is genomen door een toreador. Spanjaarden lijken in enig opzicht op de Romeinen uit de oudheid. De Romeinen hadden een arena waar het volk vermaakt werd met brood en spelen. Tijdens die spelen ging het er barbaars aan toe. Werden er in die tijd mensen (gladiatoren) geslachtofferd, vandaag de dag zijn in Spanje (nog steeds) stieren het slachtoffer ter vermaak van de mens. Nee, geef mij het passievolle vermaak van de flamencodans dan maar.



III



Na lang zoeken vinden wij het pand dat midden in het hart van Sevilla ligt. Na onze tickets te hebben getoond, worden wij door een man een ijskoud atrium binnengeleid. In het midden daarvan ligt een klein houten podium waarop drie stoelen naast elkaar staan. Langs het podium staan enkele rijen plastic klapstoeltjes, die merendeels bezet zijn. Wij zitten schuin tegenover het podium. Een prima plek ware het niet dat een koude tochtwind langs onze ruggen waait. Nadat de acteurs zijn aangekondigd, nemen twee van hen, een zanger en een flamencogitarist, plaats op het podium. Vingervlug speelt de gitarist de akkoorden waardoorheen een melodielijn zijn weg vindt. De eerste olé’s klinken en uit balorigheid roep ik mee. Als twee flamencodansers, een man en een vrouw, op het podium verschijnen, vindt een metamorfose plaats. Mijn balorigheid verandert in diep respect voor hen op het podium. Wat een passie, wat een vuur. Nog steeds roep ik olé, maar nu meer uit waardering. Het flamencodansen is een ware topsport. Als de toegift is gegeven en de kou geheel is verdwenen, verlaat ik vol bewondering het atrium.