donderdag 30 juli 2015

Een vlucht naar buiten




de buitenman
het binnenzitten moe
trotseert de regen

Een loodgrijze lucht hangt al minuten lang boven het polderlandschap. Zo nu en dan voel ik fijne regen op mijn wangen. Het waait nauwelijks. In de verte draaft een paard achter een aantal dikbilkalfjes aan. Omdat er zich in diezelfde wei ook een fikse stier bevindt vrees ik het ergste voor het paard. De stier heeft het echter te druk met een tochtige koe. Als ik tegen een hek aanleun en het spel van het paard gade sla, worden ook de andere paarden in de wei aangestoken. Ik geniet van de rodeoachtige beelden. Intussen hangt de bui pal boven mij en in de verte jagen vlagen regen over het land. De kerktoren van Zuidland is niet meer te zien. Ik loop verder en negeer de twee donderslagen en de fijne regen die intussen is overgegaan in dikke druppels. Ik tel de houtsingels en boerderijen op mijn pad waar ik eventueel kan schuilen voor onweer en regen. Het blijkt niet nodig. De bui waait in de lucht uiteen.

zomerregen
tegen de donkere lucht
schittert licht een meeuw

dinsdag 21 juli 2015

Een ‘hobby’ als passie*



De avondlucht is bewolkt en een zachte bries waait over het tarweveld dat van verre te ruiken is. Mijn fiets verstop ik in het riet langs een smalle sloot. Dan loop ik met stevige passen over een breed karrenspoor dat door een aardappelveld loopt. Onder mijn arm houd ik een opvouwbaar jagerskrukje, om mijn nek bungelt een verrekijker. Op ongeveer vijfenzeventig meter van een hoogspanningsmast installeer ik mij tussen het groen van duizenden aardappelstoelen. Hoog in top van de mast heeft een boomvalk zijn nest. Omdat er geen teken van enig leven is tuur ik over de velden de lucht af, waarin de bruine kiekendief aan het jagen is. Ik wacht niet alleen op activiteit van de boomvalken, maar ook op Peter. Hij brengt vele uren meer door bij ‘zijn’ boomvalken dan ik. Als hij later naast mij zit, horen wij de karakteristieke roep van een mannetje boomvalk. Pal boven onze hoofden vliegt hij voorbij. Een zwaluw is tussen zijn poten geklemd. Enthousiast vertelt Peter over wat komen gaat. “Straks zal hij zijn buit overpakken in zijn bek en het vrouwtje lokken. Die zal haar nest verlaten, waarna het mannetje zijn prooi zal overdragen”. Als het vrouwtje echter haast bewegingloos op haar nest blijft zitten, vliegt het mannetje op en eet uiteindelijk vliegend zijn vangst zelf op. Minutenlang volgen wij de boomvalk die als een ware acrobaat door het luchtruim scheert en dwarrelt op zoek naar een volgend slachtoffer. Peter vertelt vol passie over zijn gedrag. Nog een keer komt de boomvalk dichterbij om daarna definitief uit het zicht te verdwijnen. Voor mij een teken om naar huis  te gaan. Peter blijft wachten op de terugkeer van de valk al wordt het elf uur.


de avond valt in
ver aan de horizon
schakeert de lucht




 * Hobby heeft hier een dubbele lading, immers de Engelse benaming voor boomvalk is hobby.          


vrijdag 17 juli 2015

zondag 14 juni 2015

dagboekfragmenten - haibun



Het Is nog vroeg en de zon geeft nog nauwelijks warmte. Haar licht brengt rijke kleurschakeringen in het lover langs het bospad teweeg. Zonder doel en gedachten slenter ik voort. Dan wordt ik zacht tot stoppen gemaand.



verwondering
de jonge elzenloten
in het ochtendlicht



Na dit stilleven, eigenlijk onbeschrijfelijk mooi, gaat het slenteren over in een meditatief wandelen. Al mijn zintuigen zijn geopend. Nog geen vijf passen later sta ik stil bij een volgend tafereeltje.



Felgeel de brem
Stuifmeel dwarrelt uit de kelk
Na bijenbezoek



donderdag 28 mei 2015

De geitenmelker





Hef het glas, leef het leven



De lucht is zwaar bewolkt als ik met Peter voor een driedaags kampeerweekeinde vertrek naar een haast vergeten oord in de provincie. Als we een uur onderweg zijn begint het gestaag te regenen. Bij een benzinepomp haal ik koffie met wat lekkers. Tussen de regendruppels door probeer ik droog de auto te bereiken. Het lukt mij niet. We hebben twee campings om te overnachten in gedachten, een bij de boer en een diep verstopt in een bos. Na een kort bezoek aan de eerste wordt het uiteindelijk de tweede. Een mooi plekje is snel gevonden. Binnen no time is de tent opgezet. Pal voor de ingang van onze tent meandert een kleine beek waar met regelmaat een ijsvogel overheen scheert. In een van de overhangende takken die het watertje rijk is rust hij regelmatig uit. Dat belooft wat deze dagen.



Na een kop thee en een boterham vertrekken wij voor onze eerste wandeling. Een topografische kaart en onze neus voor avontuur zijn onze leidraad. Na een stief kwartiertje staan we oog in oog met een appelvink. Als de vogel met zijn stierennek en zwarte befje opvliegt en zich niet meer laat zien lopen wij het bospad af om uiteindelijk bij een heideveld uit te komen. Vanaf een uitkijkpunt kunnen wij het hele veld overzien. Aan de overkant jaagt een boomvalk langs de bosrand. Opeens hoor ik een loeihard en langdurig geratel vanuit een perceel met naaldbomen. Het geluid kan ik niet thuisbrengen. Peter kan dat wel, ondanks dat hij de vogel nog niet real live gezien of gehoord heeft. Het betreft hier de nachtzwaluw. Direct smeden wij plannen om in de avondschemering de geitenmelker zoals de vogel in de volksmond genoemd wordt te observeren. Zo gezegd, zo gedaan. Echter de vogel laat zich op de genoemde locatie niet meer horen, laat staan zien. Teleurgesteld druipen we af. Maar dan, als het haast donker is, breekt het geratel van alle kanten los. Zeker zes silhouetten kunnen we al jagend achter meikevers waarnemen. Een maakt het wel heel bont door recht op mij af te vliegen. Pas op het laatste moment zwenkt hij af. Met dat tafereel en een mystery bird die met roeiende vleugelslag achteruit leek te vliegen, in gedachten, zoeken we lachend onze tent op.



In de morgen worden wij gewekt door de kou en een kakofonie aan vogelgeluiden. Zelfs voor ervaren vogelaars als wij toch zijn, is het moeilijk om ze uit elkaar te houden. Na een korte wandeling door het bos zetten we koekenpan en waterketel klaar voor ons ontbijt. Dit keer pannenkoeken met sterke koffie. Om de beurt bakken we voor elkaar een flensje. Er mislukt er maar een. Doordat er iets teveel olie en deeg in de pan is gedaan, is de kern van de pannenkoek te zacht gebleven. Precies in het midden ontstaat een zachte bult, die bij aanraking als een rijpe etterpuist openbarst. Een ondefinieerbare geelwitte brei zoekt zich dan ook een weg over wat een lekkernij moet zijn. Arme Peter. Gelukkig wordt zijn wens om tijdens het ontbijt een zwarte specht te zien overvliegen ingevuld. Met volle magen en een opperbest humeur ruimen wij alles op en breken wij de tent af. Het weekeinde zit er bijna op. Maar eerst nog naar de kerk waar de zoon van Peter wordt gedoopt.



Met open mind neem ik plaats in de evangelische kerk. Op het podium voor mij wordt het geluid van de muzikanten en hun instrumenten gecheckt. Aan een van de zijkanten staat een groot lekkend opblaasbaar zwembad. Met moeite houdt een kerkganger de vloer droog. De dienst begint met een gebed, dat op mij overdreven overkomt. De samenzang van opwekkingsliederen kan mij ook niet verleiden tot meezingen, al wordt de tekst op een groot scherm geprojecteerd. Als de voorganger wederom een gebed aankondigt wordt het mij teveel. De Heilige Geest kan mij gestolen worden. Rap verlaat ik in overleg met Peter de zaal. De vraag onderweg van een van de organisatoren beantwoord ik met: “Mijn vriend is onwel ik ga even een aspirientje voor hem halen”. Het pilletje glijdt inderdaad in mijn zak, maar komt niet op de plaats van bestemming. Het achterland van de kerk trekt mij meer, zeker als daar boven het water een visdief aan het jagen is en een bosrietzanger het tafereel muzikaal begeleidt. En mijn vriend? Die heeft zijn medicijn niet gemist en heeft een mooie doop van zijn zoon meegemaakt. ’s Avonds proosten wij onder het genot van een gebraden eend en een glas lentebok op weer een fijn avontuur.