vrijdag 20 maart 2015

Verplaatsingen




Vriend Niels vertelde het mij eerder: “Wij mensen zijn ons hele leven bezig met het verplaatsen van dingen en gedachten”.

Nadat ik de boodschappenwagen met het winkelwagenontgrendelmuntje van het slot heb afgehaald, waarvan ik eerder op dit blog kond heb gedaan, loop ik langs de schappen en vul de kar, om hem later bij de kassa te legen. De boodschappen plaats ik één voor één op de lopende band. Terwijl de caissière ze scant, vul ik opnieuw de kar. Dit moet vlug gebeuren omdat de ruimte na de kassa zeer beperkt is. Dan reken ik af en rij naar een speciaal daarvoor in het leven geroepen inpaktafel. De boodschappentassen zet ik op de tafel en vul ze met de boodschappen uit mijn kar. Omdat het pad langs de tafel smal is, moet ik om de haverklap opzij om andere klanten te laten passeren. Zij willen blijkbaar onder geen beding gebruik maken van de tafel. Thuis gaan de boodschappen opnieuw door mijn handen van tas naar kast. Huisman zijn heeft zo zijn charmes.

donderdag 5 maart 2015

Ontgrendelmuntje





Als ik in het muntenvakje van mijn portemonnee kijk, blijkt hij verdwenen. Nu kan ik de boodschappenkar niet van het slot afhalen. Femke biedt uitkomst, ik mag er een van haar lenen. Later loop ik dan ook vrolijk door de supermarkt. Nadat ik de boodschappen heb betaald en de kar naar buiten rijd, vraagt een vrouw of zij mijn kar mag overnemen. “Dat is goed”, zeg ik. Blij door de goede daad rijd ik op de fiets naar huis. Pas dan is er het besef, dat ik een ontgrendelmuntje armer ben en vijftig eurocent rijker.

donderdag 26 februari 2015

Die ene noot



Langzaam sla ik de pagina’s van het dagblad om en lees de vet gedrukte koppen met de inleidende alinea daaronder. Op de pagina kunst en cultuur blijven mijn ogen langer rusten. Een recensie verhaalt over een optreden van een beroemde jazztrompettist in Amsterdam.



Onverstoord speelt het begeleidingstrio voort. De trompettist is in geen velden of wegen te zien, laat staan te horen. Als ook het derde nummer trompetloos wordt ingezet stijgt de spanning in de zaal tot een hoogtepunt. Jazzfans wippen ongedurig op hun stoel en hier en daar klinkt gemompel. Dan opeens is hij daar. Het trio dempt de muziek. Hij brengt de trompet naar zijn lippen. Vingers beroeren razendsnel de drie ventielen. Even bollen de wangen. Dan beweegt de trompet weer omlaag, terwijl hij in trance naar de vloer van het podium kijkt. Pas na een pianosolo als de bassist met een blik van verstandhouding naar hem knikt, brengt hij opnieuw de trompet naar zijn mond. Hij blaast één noot. Een noot zo zuiver geblazen, zo precies getimed, dat meerdere noten blijkbaar niet nodig zijn. De trompettist trekt zich dan ook terug achter de coulissen om zich die avond niet meer te laten horen. Toch klinkt vanuit de zaal geen enkele wanklank. Men wist, dit was de ultieme noot. Daarmee is de jazz volmaakt.



wonderlijk moment
na deze finalenoot
is jazz voorbij



Merkwaardig toch, dat één enkele noot zoveel ontroering teweeg kan brengen, dat men zwijgt. Natuurlijk muziek kan mij ook raken, maar één enkele noot? Vanaf het moment dat ik het artikel las, ben ik op zoek naar de ene noot die mij kan raken. Ik vind hem niet, kan hem niet isoleren. Tot vanochtend. Ik luister naar Erik Saties Gnossienes en raak geroerd. Het moet in theorie de laatste noot van dat moment zijn. Telkens weer skip ik heen en weer over de cd. Ik kan hem niet meer vinden die ene noot en geef het op.

’s Avonds luister ik opnieuw naar Satie. Al vanaf de eerste noten wordt ik meegevoerd door sombere klanken en houd het niet droog. Was het de laatste noot die een traan in een hoek van mijn oog deed opwellen?



Satie’s Gnossienes
tedere pianoklanken
raken mijn ziel




vrijdag 13 februari 2015

Het ijs is gebroken



Eerder



Na een intermezzo van een half jaar trokken wij er samen weer een dag op uit. Het was als tasten in het duister. Wat kon gezegd worden en wat niet. Op zijn vraag:”Wat vond je ervan?” antwoordde ik “Als vanouds”. Maar toch ontbrak er iets, ondanks dat de dooi was ingetreden.



Later



De dag is grijs als Peter en ik over de duinreep lopen. De Kwade Hoek ligt aan onze voeten. Het is stil, maar weinig vogels laten zich horen of zien. Wij keuvelen over van alles en nog wat, als een havik over een duinpan scheert. Op een heggenmus na, die zijn zang vanuit een meidoorn laat horen, ligt ook Het Zuiderdiep er verlaten bij. Tijd voor een boterham. Omdat het koud is, besluiten we om bij De Mekkerstee een kop koffie te halen. Langs de molen van Goedereede rijden we naar de Oostdijk. Plotseling stop ik de auto. Een pracht van een Brabants trekpaard trekt mijn aandacht. Vanachter zijn lange donkere manen staart hij ons nietszeggend aan. “Hallo, Roy Donders”, roept Peter hem toe nadat hij het zijraampje neer heeft gelaten. Lachend maken we grappen en grollen. Als ‘Roy’ met zijn hoeven over de grond begint te schrapen als teken: Nu is het genoeg, rijden we lachend verder. Op een laan omzoomd met beuken schiet ik bij de gedachten aan ‘Roy’ onbedwingbaar in de lach. Ook Peter schiet in de lach en houdt zijn ogen niet droog. Om ongelukken te voorkomen parkeer ik de auto aan de kant van de weg. Het ijs is gebroken.



Nog nalachend staan we later in het restaurant van De Mekkerstee, een geitenboerderij annex restaurant. De boerderij wordt mede geleid door mensen met een verstandelijke beperking. Ik schuif het dienblad, waarop kopjes koffie en een dikke plak cake, over de stalen rand langs de balie. Bij de kassa wordt ik geholpen door een vriendelijk meisje. Even traag als de bediening werkt ook de pinautomaat. “Ik schiet bijna wortel”, zeg ik tegen het meisje. Glimlachend wijst ze op een smalle sticker. Ons apparaat heeft een trage verbinding met de bank - excuses. Genietend van de koffie en de gemoedelijke sfeer maken we plannen voor het laatste deel van de dag. We besluiten naar het Volgerland te gaan.



Terwijl ik worstel met de poten van mijn statief, mompelt Peter iets over een visarend. Schijnbaar achteloos sluit ik de auto en kuier naar hem toe. De visarend blijkt een zeearend en landt op nog geen driehonderd meter bij ons vandaan achter een kreek op het land. Nog geen minuut later arriveert een tweede exemplaar. Als ze beide later opstijgen en aanstalten maken om een prooi te slaan, ziet de lucht zwart van de eenden, ganzen en steltlopers. Peter schiet enthousiast tientallen foto’s van de arenden die intussen met elkaar aan het bakkeleien zijn. Ik volg ze met mijn telescoop. In een van de klauwen bungelt levenloos een flinke vis. Wat een dag. Voldaan rijden we later huiswaarts. Het is als uitbuiken na een copieuze maaltijd.

Hetzelfde verhaal maar dan met andere ogen gezien is te lezen op: http://peterdestadsvogelaar.blogspot.nl/