maandag 16 september 2013

dagboekfragmenten

Hieronder dagboekfragmenten in een rengay-vorm. Oorspronkelijk worden de strofes van een dergelijk gedicht om en om door twee of meerdere personen geschreven. Ik ben solo aan de slag gegaan. Het beste kan de rengay twee keer gelezen worden. Met de eigen verbeelding kan de lezer er dan een vloeiend verhaal van maken. Let ook eens op het aantal lettergrepen per regel.

zaterdag

de bui drijft over
een schijfje zoete meloen
bij het herfstontbijt

overvloedige regen
de lucht klaart, wolken wijken

boven het sportveld
zweven jonge boomvalken
atleten staren

kroketten, dampend
garnituur – mosterd en kaas
geliefden smullen

vierentwintig uur cultuur
hedendaagse kunst verbaast

korte films op  doek
lantaren verlicht venster
jazz – mensen dansen


zondag


de dag na de nacht
wacht op dat wat komen gaat
een zwaan smet zijn kleed

een dichter zoekt zijn woorden
grijs, blauw, wit, het hoofd is moe

aantrekkende wind
fietser buigt zich over het stuur
druppels zweet verdampen

krachten vervloeien
banaan contra hongerklop
tussen gras de schil

thuis de stille eenzaamheid
warm water, de huid tintelt

bolleke, gevuld
een lekker Belgisch biertje
pluk de dag en lach



zaterdag 7 september 2013

botoxen



Het bankje steekt schril af tegen de strak geschilderde kozijnen. De zitting en leuning zijn verweerd en scheuren op die plekken waar het hout op het metalen frame is gemonteerd. Ik rol het verlengsnoer uit en steek de stekker in het stopcontact. Aan het andere einde steek ik de stekker van mijn schuurmachine. Gehoorbescherming dempt de geluiden om mij heen. Terwijl ik schuur, blaast een harde wind het bankje stofvrij.



Als ik geconcentreerd de laatste latten van het bankje schuur gaat de deur van de buurvrouw open. Zij vult haar tijd met verveling. Blijkbaar heeft ze na jaren het inzicht gekregen dat verveling leidt tot malaise. Om haar leven enigszins te kruiden, valt ze mij daarom regelmatig lastig. Laatst klaagde ze over de vallende blaadjes van mijn krulwilg.



Daar heb je haar denk ik. Pontificaal staat ze in de deuropening. Uit haar open mond, zie ik met een schuine blik, hangt een draadje slijm. Ik negeer haar en voltooi met ijver mijn werk. Na vijf lange minuten vertrekt de buurvrouw stilzwijgend. Als de bank geschuurd is, het verlengsnoer opgerold en het gereedschap is opgeborgen, pak ik een handborstel om de laatste restjes stof weg te vegen. Gelijk veeg ik ook vermeend stof van het bankje bij de buurvrouw weg.



Ik open de pot met kastanjebruine buitenbeits, roer de inhoud tot een soepele massa en strijk die over het hout. Na een half uur is de bank klaar. Het werk dat ik bijna meditatief heb afgerond doet mij goed. Wie weet, ontlokt het ook bij de buurvrouw een glimlach.


vrijdag 30 augustus 2013





Een aantal jaren terug deed ik wekelijks aan Zen meditatie. De cursusleider gaf regelmatig een aantal bloemknopjes mee. Dat waren kleine drie- of vierregelige gedichtjes, die op subtiele wijze de aandacht van de lezer trokken. Soms leken ze op een haiku. Vanochtend zag ik een tafereel dat ik wil beschrijven – een bloemknopje.

gegraven kuiltjes
net een kattentoilet
heimelijk hipt de merel
zou hij – glimlach ik

dinsdag 27 augustus 2013




   donkere luchten -
   in een flits ontsluit weerlicht
   verborgen steden

zondag 18 augustus 2013

koffie als troost



[..]en de kreet Sparta naar voren over het Kasteel uitstijgt,
weten wij de tijd gekomen, ons te gorden tot de strijd.

                                                                           ©Jules Deelder





Kwart voor zes zaterdagavond. Na de laatste happen van ons avondmaal lopen José en ik in gestrekte draf naar het metrostation. Over een uur zal de strijd op 'Het Kasteel’ tussen Sparta en VVV losbarsten. Om half zeven lopen wij door het uitgestorven Spangen. Niets wijst op een voetbalsfeer. Op het plein voor het stadion dromt een twintigtal trouwe voetbalsupporters samen. Sommige met rood-witte sjaal. Schalks tuur ik bij een zijingang het stadion in. De lege stoeltjes bezorgen mij een gevoel van schaamte. “Zullen we maar doorlopen”, mompel ik voor mij uit. “Ben jij nu een Spartaan”, zegt mijn vrouw. Met gemengde gevoelens sluit ik mij aan in een rij om een kaartje te kopen. Als later de Spartamars door het stadion galmt en iedere Spartaan gaat staan om ten minste een couplet mee te zingen, groei ik van trots en voel warme gevoelens. Dan kan de wedstrijd beginnen. De eerste helft is uitzonderlijk saai en eindigt in een bloedeloze 0-0. Alleen koffie en de gedachte aan meer glorierijke dagen bieden troost.



In de jaren tachtig van de vorige eeuw beleefde Sparta een van de mooiste jaren in haar voetbalbestaan. Op tien september 1985 kwam het grote HSV (Duitsland) op bezoek in Rotterdam. De belangstelling voor die wedstrijd was zo groot, dat Sparta uit moest wijken naar De Kuip. Ik was erbij. In die jaren zong ik bij elke thuiswedstrijd, op de toen nog onoverdekte kasteeltribune,  mijn keel schor. Wie kent ze nog de helden van toen: Bas - ‘Alles is voor Bassie’ - van Noortwijk, Louis van Gaal de regisseur op het middenveld en ‘Sulky’ Ronald Lengkeek op rechts. Die avond werd in een kolkende Kuip de tegenstander met 2-0 verslagen. Doelpuntenmakers Ronald Lengkeek en Robin Schmidt.



De tweede helft biedt meer soelaas. In een geheel andere gedaante pakt Sparta de tegenstander aan. In de 51e minuut beroert de bal het net. Johan Voskamp de doelpuntmaker balt de vuisten van geluk, supporters juichen. Gescoord wordt er niet meer, maar de sfeer en de wedstrijd zelf is nu opperbest.

Tevreden lopen we later door de Bilderdijkstraat. In mijn hoofd maak ik plannen voor de volgende thuiswedstrijd. Rood Wit gaat nooit verloren. SP-AR-TA.


        









vrijdag 9 augustus 2013




   gras breekt het asfalt
   de wind drijft wolken uiteen
   zie - zonder woorden