maandag 17 maart 2025

t dichtertje

en de schilder snijdt
zijn doek in stukken

het zicht op -
de rivier, de berg, de toren
appelbomen in bloei
de rode daken van de stad

in vier grote gelijke delen
rechthoekig met een mes

geërgerd denkt hij:
het is niks, totaal niks
weet je wat, ik ga dichten

hij pakt pen, papier
en schrijft deze poëzie

weet, met glimlach en plezier 

vrijdag 14 maart 2025

ontelbare vragen

 

tussen deze en overkant
langs gors en dorpszicht
schijnt de zon op water

de rivier stroomt en stroomt
de zon spiegelt zich telkens
wel honderdduizend maal

hoe lang al, hoe lang nog
hoeveel regendagen en vorst
wie heeft het zien stromen

duizenden jaren draait
de aarde al duizenden jaren
cirkelt hij vast nog rond

zonder dat ik alles zal zien
wat is er na die eindeloze tijd
wat was ervoor - to be or not

                

                 #

 

Wie zijn wij
in de eeuwigheid
die momenten in de zon

misschien een druppel
in de stroom van water

ons leven een ademtocht
in het oneindige bestaan

dinsdag 11 maart 2025

Nescio – Ik weet het niet

 

(vrij naar)

ik luister
naar ’t kletteren
van de regen op het dak

baal dat de zon niet schijnt
de wind waait, het koud is

op tafel ligt mijn brood
twee flinke pillen dik besmeerd

daarnaast centjes, daalders, guldens
en wat papiertjes, verfrommeld

in een hoek op de grond
mijn eenvlamspitje  waarop
een keteltje water dat raast

mijn benen onder tafel
uitgestrekt, blote voeten
zie alles wat ik net beschreef

ik luister
naar de regen
ben dik tevreden

 

donderdag 6 maart 2025

Maak opnieuw groot

Meester Fabri in humanistische mantel.

Geleerd. Zie boeken, inktflesje en penseel.

Op het witte blad: Omnium Rerum Vicissitudo.

'Niets is bestendig', ook grootheidswaanzin niet.

De blik van Fabri, waar zien wij die meer -, standvastig,

zal ooit breken. Niets is bestendig. Alleen …




                                              vastberaden blik

kijkt zijn lege ruimte in

weinig is houdbaar

  

zaterdag 1 maart 2025

Passie

Ontspannen zit hij op de fiets. De wind strijkt vertrouwd over zijn wangen. Een verrekijker hangt om zijn nek. ’Vergeet niet als iets je boeit, of dierbaar is stil te staan bij de waarde daarvan.’ Vervelend, denkt hij, ik wil dat nog wel eens vergeten. Dus, …

Op het eerste het beste plekje staat hij stil. Bespioneert een buizerd die cirkelend  boven het slik iets eetbaars probeert te vinden. Een graspieper landt op een paaltje.

Ja, zo is het! Ergens ben ik gehecht aan iets moois wat toch zo simpel is. ‘Een vogeltje is voor mij van waarde, meer hoeft niet. Want, als die zich niet laat zien, dan raak ik niet snel van streek.’

Die stoïcijnen zijn zo gek nog niet. Moe en hongerig trapt hij de laatste kilometers. Ooit reed hij er meer. Maar de waarde van het tochtje is nog net zo groot, want de wind, de weidsheid en het alleen zijn is voor hem zo groot.

  

donderdag 27 februari 2025

Gedachten Woorden Daden

Martin dacht ooit, terwijl hij genoot van het uitzicht over een deel van de Duitse Eifel: De mens is in de wereld geworpen. Daar treft hij zich aan, geeft zichzelf betekenis en doet.

Dit is een existentiële gedachte. We bestaan niet zomaar. We zijn actief betrokken bij wie wij zijn en bij ons lot in de wereld. De reis van zelfontdekking en zingeving. Wie reist er mee?

Elk van de drie elementen uit de titel van dit schrijven speelt een cruciale rol in de vorming van ons leven en onze realiteit. Gedachten vormen de basis van ons bewustzijn, woorden geven vorm aan onze intenties en daden brengen onze visies tot leven. Samen creëren ze een dynamisch geheel dat voortdurend evolueert en de wereld om ons heen beïnvloedt.

Terwijl Martin daar zo zit, scharrelt er iets kleins tussen de nog winterkale takken van een hazelaar. Het vogeltje, want dat is het, fladdert nieuwsgierig naar een kale tak. Een merel vliegt voorbij. Dit geldt niet voor de gedachten van de man. Hij denkt terug aan een tekst die hij las. Al kan hij die niet meer exact onder woorden brengen.

Wat is bestaan of niet-bestaan? Is dat een eenheid of dualiteit?’

De zon verschuilt zich achter een wolk. Een vlaag wind trekt aan. Voel ik niet een druppel regen. Een duo wandelaars loopt voorbij. ‘Schiet maar niet op, het voorjaar, he?’ ‘Koud en nat’. Martin trek zijn kraag op maar blijft zitten. Een groene specht lijkt hem uit te lachen. De roep van de vogel is voor hem een teken : ‘Laat ik stoppen met denken om overal waarde aan te geven. Het weer bijvoorbeeld is er gewoon, net zoals ik zelf. Toch ontsnapt er nog een vraag: Wat was er voor het bestaan, voor de existentie?

De meeste mensen zouden zich waarschijnlijk niet druk maken over zulke filosofische vragen, maar voor Martin waren ze het hart van zijn existentie. Terwijl hij daar zit, in de natuur, voelt hij een diepe verbondenheid met alles om hem heen. De wereld is niet slechts een plaats om te bestaan, maar een canvas waarop hij zijn eigen betekenis kan schilderen.

Hij staat op, strijkt zijn jas glad en begint langzaam terug te wandelen naar huis. De vragen blijven, maar nu met een gevoel van vrede en aanvaarding. Misschien, denkt hij, zijn het niet zozeer de antwoorden die ertoe doen, maar de reis zelf. En in die reis vindt hij zijn ware ik.

 

 

 

 

maandag 10 februari 2025

Gaza

Het is het tegendeel van een kamer. Met zijn hoofd in de handen zit de mens op bed. De horizon is nauwelijks zichtbaar. Muren, kozijnen en deuren liggen versplinterd op de grond. Alleen dwarrelend stof lijkt nog te leven. Het lijkt net elfenpoeder, denkt hij als troost. Achter hem ligt zijn jeugd en verleden. Zijn kracht. Die zal hij nodig hebben om vandaag en morgen de voor hem juiste vorm te geven. Hij kijkt ‘haar’ aan. Diep in haar ogen ziet hij zijn eigen huivering. Dat wat bewoog, het leven, was kapotgegaan. Onbeweeglijk van horizon tot horizon.

Uit het leven van. Dat wat ik zag, las en hoorde en opschreef.