dat is (niet) de vraag
conditie, kracht, balans
fitness exercitie
door het mulle zand
'Waar wassie?'
'Op De Pot.'
'Moesie piesie dan?'
'Nee joh, op het DeePoo van 't Boijmans. Charlie was er ook.'
‘Wat heb ik
in mijn handen?’
‘Een aadbei.’
‘Nee, een aarrrdbei. Met een rrr.’
'Aardbei.’
‘Ja, goed zo. Rood en lekker zoet.’
De tuin der lusten - Bosch
Pronk stilleven met kaas en fruit – van Dyk
‘En dit?’
‘Appel.’
‘Jaaa, wil jij er een?’
‘Lekker.’
Twee vrouwen op het strand - Picasso.
‘Kijk mamma,
een hand.’
‘En waar zit die aan vast, wat is dit?’
‘Arrrm.’
‘Prima, super-de-lux, in de blauwe lucht. Zie jij de witte wolken? Kom ga mee
naar buiten. Misschien zijn er ook wel wolken bij ons in de lucht?’
‘En een aadbei in de tuin.’
‘Ja wie weet, kom mee. Wil je ook een appel?’
Baby gegroeid
met eigen wijsheid
tot peuter vol babbels verlangt
alles te begrijpen.
Volgt moeder
waar zij gaat en
ontdekt veel wat er in de weidse
wereld te vinden is.
Doet niets
liever dan zich neervlijen
in de schaduw naast mams en paps.
Twaalf
uur. Tijd voor de middagpauze. Boterhammen vinden hun weg van tas naar hand.
Die kan hij onderweg naar het museum mooi oppeuzelen. Daar blijven dan tien
minuten over om naar ‘t schilderij Het Puttertje kijken. Dan weer hop naar kantoor,
met misschien een laatste boterham.
Hij
is een denker.
Stel
dat ik een schrijver ben, dan uit ik mijn gedachten en gevoelens op schrift.
Dat brengt mij in een stemming van geluk. Zoals bij een ander, die schildert,
beeldhouwt, of musiceert. Dat wat geschreven is kan ik wissen, bewaren, of
delen. Wie weet zijn er geïnteresseerde lezers. Het is dan fijn om van hen een
reactie te krijgen. De ander is dan een middel tot een grotere voldoening.
Een
ander kan je ook negatief ‘raken’. Ofwel: Kun je alles ‘zeggen’ wat je denkt?
Gelukkig kunnen wij mensen daarover nadenken. Het is immers een moreel ethisch
aspect.
Oei,
het lijkt wel of de tijd is vergeten. Het kantoor wacht. Onderweg, nog steeds stromen
gedachten door het hoofd, glijdt hij bijna uit over hondendrek. Zou het van die
grote zijn die net blaffend tegen hem opsprong? Die lastige honden. ’t moest
verboden worden. Hupsakee daar komen de volgende gedachten.
Hoe
kan ik als subject een objectief oordeel geven? Dat kan alleen als ik ‘buiten’
mijzelf ga staan en ik de ander ben. De ander is object(ief). Objectiviteit
ligt dus buiten het subject.
Pff,
wat een gedachten weer. Hij neemt nog een boterham die om te smullen is. Gedachten
konden zij af en toe maar op een wolkje gezet worden en voorbij drijven, of …😊
Met
z’n tweeën zitten zij daar. De een danst met vingers over de toetsen zwart en
wit. De ander beweegt het penseel ritmisch op het samenspel van de melodie met zijn
gedachten.
‘Wat een
mooie compositie, zomaar uit het hoofd. Hoe doe jij dat nou?’
‘Je zegt het goed. Het ligt daar al. Kant en klaar. In mijn hoofd.’
‘Het is een herschepping van mijn gedachten.’
‘Grappig. Ik
bedenk mij nu, dat ik precies hetzelfde doe. Ik verbeeld mij dat ik de
oorspronkelijke muzikale expressie, dat wat in jouw hoofd bestond, herschep en
beleef, eigenlijk vallen de muzikant en de luisteraar dan samen.’
‘Ja, maar de
vraag blijft, wat was het beeldende muziekstuk nu werkelijk?’
Om
de spanning iets af te vlakken, speelt de pianist een blues, die zwaar begon,
maar lichter wordt en eindigt met een vrolijke noot. Zomaar uit het hoofd. Lag
het daar al klaar, of? Het ware kunstwerk drukt emoties uit. Neem dit gedicht.
Wichelroede
dichter
Het
gedicht is er al.
Het wacht op mij.
Het zoeken dat moet ik.
Met
mijn gave,
een soort van wichelroede.
Soms
vind ik er een.
Dit?
‘Een
kunstenaar, muzikant, of dichter neemt eigenlijk het initiatief om uit te
drukken wat hij voelt bij het herscheppen van wat in het hoofd al bestaat.’
‘Nou, best
wel pittige kost hoor. Speel nog eens wat vrolijks, dan schilder ik nog wat.
Als wij dan oordelen over wat wij hebben gemaakt, wil ik dat smaak noemen.’
Poëzie lag
onaangeroerd,
ongeschreven of gezegd
te wachten in het hoofd.
Wie durft er op
te schrijven
of voor te dragen, hier op
het hellend vlak vol kritisch
kenners publiek? Ik!
Op moment suprême
breekt
zweet mij uit, hees verspreek
ik mij, knik door de knieën
herpak mij, neem een hand
vol adem, draag voor wat ik weet.
Was het
gedicht nog maar
ongeschonden, zodat alles klopt
en mijn schrijven en spreken
ons niet laat verdwalen van wat
smetteloos bestond.