donderdag 5 september 2024

Drie vrienden

Bladeren komen uit knoppen
narcissen staan in bloei
tevreden strijkt hij neer langs
de Boezem ’t kalme water
dat zijn rijk splitst van ’t centrum
hem inspireert tot zien en dichten
tussen schrijver en poëet leest
hij boeken bij de vleet.

Bootje naar links bootje naar rechts
hoog boven het water overziet hij
bijna geheel de Kop van Zuid
de Nieuwe Maas schuimend, stil
bezielt hem tot denken en kunst
soms deelt hij gedachten en gevoelens
buiten mag hij kiezen ga ik links- of
rechtsom samen of alleen.

Auto’s rijden van en naar ’t pontje
hoog in de mast zijn zij neergestreken
nauwelijks te zien of te horen, maar
hij weet, is tevreden hen te zien
het is volgen van de draden vol
spanning tot waar land de huizen scheidt
daar is zijn stekkie ver weg van alles en
iedereen - inspiratie een nieuw verhaal.



maandag 2 september 2024

water

De tuin ligt in de schaduw. Rond de tafel, die beetje bij beetje gevuld wordt met lekker eten en drinken, meandert vrolijk gebabbel. Gezelligheid kent geen tijd. De kleine ukkepuk doet enthousiast mee. Uit vermoeidheid blijft het bestek onaangeraakt. Vet, zoet en andere smaken vinden de weg tussen vingers en duim naar de mond. Handen worden afgeveegd aan het kleine lijf. Niemand mag hem schoonpoetsen behalve ik. Een doek gedrenkt in koud water doet wonderen. Douchen is voor de kleine een crime, de doek en mijn lach doen wonderen.

water leeft

in een oneindige kringloop

een druppel valt

mengt zich in een stroom

verdampt, stijgt op

verzwaard met geheugen

valt opnieuw

vermengt met herinneringen

weet! vast en oneindig

donderdag 29 augustus 2024

Absurd tweeëneenhalf

 

‘De weg loopt vast af. Het trappen gaat zo soepel, terwijl we wind tegen hebben.’

Met z’n tweeën fietsen wij over het asfalt langs de kust. Een bord wijst ons de weg naar het stadje verderop. Nu wordt het lastiger. Ik ben gewaarschuwd. In mijn hoofd is ingeprent hoe wij rijden moeten. Links-rechts-rechts-links-links, enzovoort. Met de bocht mee, de bocht negeren. Helaas, het gaat verkeerd. Met vertraging en toch in een goede bui komen wij bij de eierenboer aan.

‘Kijk nou. We hebben mazzel. Twee eieren voor de prijs van een.’

Vriendelijk doe ik mijn bestelling.

‘Geef mij er maar twintig, da’s dan toch een tien euro?’
‘De korting geld alleen per twee eieren.’

Na veel gesteggel komen wij erachter dat wij voor twintig eieren tien keer bij de boer aan moeten kloppen. No way.

‘Geef er dan maar twee’.

Met pijn en moeite betaal ik twee euro. Een teveel. Ik heb niet kleiner. De boer heeft geen wisselgeld.

Voor ik ontplof de stad uit zien te komen. Hoe liep de route ook al weer? 

zaterdag 24 augustus 2024

Absurd

Ooit had ik een huisvlieg als vriend. Kon ook een vriendin zijn geweest hoor. Ik praatte vaak met hem. Nooit sprak hij terug. Hij zoemde alleen maar. Op een dag sprak hij opeens wel. Toevallig had ik net mijn recorder aanstaan. Ik luisterde terug. Het bleek onverstaanbaar wat hij zei, maar het waren overduidelijk woorden. Ik legde mijn probleem voor aan een bevriende wetenschapper. Hij kwam er niet uit. Als goede vriend leerde ik de vlieg verstaanbaar spreken. Later nam ik hem mee voor een klein wandelingetje. In een winkel vroeg hij aan een medewerkster waar hij de thee kon vinden. Met vriendelijke blik legde zij het mij uit. Ik zoemde als dank. 

donderdag 22 augustus 2024

Beeldentuin - in 55 woorden

In een entree worden wij ontvangen. Een aggregaat draait overuren. Toiletverstopping. Het mensenbeeld hangt aan onzichtbare draden in de forse eik. De kin steekt als een centenbakje vooruit. Na onze lunch en een klein boertje van tevredenheid maken we nog een rondje. Bij twee ‘hoornen des overvloeds’, stoppen we. Kijken over de omgeving. Genoeg. Huiswaarts.




zondag 4 augustus 2024

Gedicht van de week OOGO

 Vragen


Nacht. Dwalen door de stad. Bestemming ongewis. Wat ik zie en droom vouwt zich ineen. De sterren een vraag, bestaan zij nog …  Een mengelmoes van waar en niet-waar. Inzicht en vertwijfeling. Hoe waar is waar … In mijn herinnering een lied. Zoek jezelf broeder. Wees alleen jezelf. Wie ben ik … Vele karaktervariaties, vele meningen. Waar vandaan …  De luchtballon waarin je leeft is misschien wel gevuld met optimisme. Kan lekken. Dag. Bestemming thuis. Droomloos kijk ik om mij heen. Sterren zijn gedoofd. Bestaan zij nog … Wat blijft is waar en niet-waar. Hoop en wanhoop. Hoe echt is waar, hoe echt ben ik …


Deze poëzie staat gepubliceerd op: gedicht van de week (email-provider.eu)


maandag 29 juli 2024

Wat is in een naam

Rare jongens die Romeinen, hoor ik Obelix in mijn gedachten zeggen. Ik denk min of meer hetzelfde als ik de namen van enkele insectensoorten voorbij zie komen. Wat te denken van bochelcicaden of, snuitkevers. Rare jongens die naamgevers.

Ooit, er was een naamsverandering actief, maakte ik een geintje. Op een speciale website schreef ik oranje- i.p.v. roodborst. Van alle kanten commentaar natuurlijk. Ik stelde dat het vogeltje immers een oranje borstje had. Bovendien kwam het uit wetenschappelijke richting en… was het 1 April.

Kan het nog gekker? Wat dacht je van de klitboorkever. Met een borreltje op in balorig gezelschap kan je je daar van alles schunnigs bij voorstellen. Of verzin er zelf een. In een broeierige zomer bijvoorbeeld kun je de klikolarf vast tegenkomen.