woensdag 7 oktober 2020

Femme fataal

Het spelen van een potje schaak weerspiegelt voor mij het leven en de karakters van de spelers. Zo heb je agressieve spelers, zij zijn vanaf de opening als het mogelijk is constant in de aanval. Daarentegen heb je ook behoudende spelers, zij bouwen rustig een stelling op, bepalen hun strategie om als het kan genadeloos toe te slaan. Ik heb de neiging om mijzelf tot die laatste categorie te scharen en heb het dan ook lastig tegen offensieve spelers.

Laatst speelde ik online tegen een tegenstander twee potjes. Een met wit en een met zwart. In rating waren wij vrijwel even sterk. De partijen gingen dan ook gelijk op. Op een zeker moment kwam er een kentering in beide partijen. Met wit stond ik gewonnen. Met zwart moest ik alle zeilen bijzetten. Mijn witte dame stond aangevallen en intuïtief zag ik direct de juiste en winnende zet voor mijn dame. Een schaker gaat echter niet over een dag ijs en ik analyseerde de stelling; zit er geen addertje onder het gras? Na een aantal minuten kwam mijn denken overeen met mijn intuïtie. Alleen … ik zette verkeerd … en verloor de partij door een blunder.

Op het ogenblik lees ik Move First Think Later. Een bekroond Engelstalig boek van de Nederlander Willy Hendriks. Volgens Hendriks maken schaakspelers niet eerst een plan om daarna de beste zet te vinden. Het is eerder trial en error en dat is volgens hem de beste manier voor de beste zet.

Het brein werkt dus anders. Ik moet direct denken aan een boek van de neurofilosoof Daniel Dennet. Daarin wordt beschreven dat de mens onbewust al beslissingen neemt, dus nog voor het bewuste nadenken. (Over bijvoorbeeld een schaakzet.) Het bewust rationaliseren van een stelling, kan de schaker zelfs op een dwaalspoor zetten.

Ik moet nu denken aan de schoolmeester, de leraar en zelfs mijn vader. Hoe vaak hoorde ik niet hun advies: Denk na voordat je iets onderneemt. Dat gaat niet altijd op dus. Ook wordt in het echte leven, als je voor een moeilijke beslissing staat vaak gezegd: Als je er niet uitkomt, ga dan af op je intuïtie. Dat is zeker een goede mogelijkheid. Ik weet inmiddels ook in dat opzicht beter, want onbewust heb ik rationeel de keuze toch al gemaakt.

Overigens won ik de andere partij. Ook hier was mijn damezet cruciaal.




 

donderdag 3 september 2020

Volbracht

 

Met onzekere tred loopt hij naar een klein tafeltje bij het raam. Louise wil hem eigenlijk negeren, maar klantvriendelijkheid verhindert dat. Verlekkerd kijkt de man naar Louise. ‘Hé meis-sie, kan ik wat bij jou bestellen?’ Quasinonchalant neemt Louise de bestelling op. De geile blik van de man glijdt over de contouren van Louises lijf. Met tegenzin serveert Louise zijn bestelling. Net als zij bij de man vandaan wil lopen, grijpt hij haar arm vast. Een schok van afkeer stroomt door Louises lijf. De man voelt de weerstand en zijn greep verslapt tot een streel over haar arm.

 

Publiceerde ik eerder onder andere: Ongewoon Gewoon, (biografisch getinte verhalen) en Zwerftochten langs het Haringvliet, (reisverhalen). Nu is het tijd voor een roman met de titel: Volbracht.



De hoofdpersoon in Volbracht is Louise, die net als de schrijver altijd al een roman had willen schrijven. Beeldend en boeiend vertelt zij haar verhaal. Een verhaal waarin zij groeit tot een sterke zelfstandige vrouw, die weet wat zij wil. Het boek is naast een ontwikkelingsroman ook een tijdsdocument waarin de oudere lezer veel zal herkennen.

Het boek is te bestellen via de link:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/volbracht/9789464060751

woensdag 12 augustus 2020

Splash

De stoel in de slaapkamer van zijn dochter is te laag.
‘Ik kan er niet bij. Haal jij het keukentrapje eens' roept Robin naar zijn vrouw.
Die loopt naar de schuur.
‘Ik zie hem niet. Waar staat hij dan?’
‘Op zolder misschien, naast de behangtafel.'

Vijf minuten later klimt Robin op de wankele keukentrap. Hij is maar net hoog genoeg om bij de lamp te kunnen. De lamp heeft de vorm van een enorme aardbei. Het lichtbolletje daarin is kapot en moet vervangen worden. Als een acrobaat houdt Robin zich met een hand in evenwicht. Met zijn vrije hand probeert hij de lamp van het plafond te schroeven. Het lukt niet. Eigenlijk heeft hij twee handen bij het klusje nodig. Na enig gehannes valt de schroevendraaier uit zijn handen op de grond. Geïrriteerd roept hij zijn vrouw.
‘Sofie, kom is helpen… Hou jij de keukentrap eens vast, dan heb ik twee handen vrij.' 
Uiteindelijk lukt het hem. De lamp brandt en Robin staat veilig op de grond.

‘Je bent een schat' zegt zijn vrouw.
En dat maakt alles goed, want ondertussen ziet hij dat op tijd op zijn werk komen haast niet meer mogelijk is. Hij snelt naar de garage. Zijn vrouw rent hem achterna.
‘Vergeet je lunch niet!.' 
Nogmaals kijkt hij op zijn horloge.
‘Ik ga op de fiets, met de auto kom ik vast te zitten in het verkeer.'

Op het wegdek van de brug die hij over moet liggen twee enorme brandweerslangen. De spoorrails op de brug worden bij extreem warm weer met water uit de rivier natgehouden, om uitzetting te voorkomen. Ooit kon de brug daardoor niet meer dicht. Van opspattend water is niets te merken. Totdat een vrachtauto Robin passeert.

Dit verhaal is geschreven n.a.v. een opdracht. Schrijf een verhaal van maximaal 300 woorden met daarin de volgende vijf woorden: aardbei, water, keukentrapje, treinrails, schroevendraaier.

woensdag 5 augustus 2020

Groot onderhoud

Een hardnekkige voetblessure weerhoudt mij ervan om vogeltochten langs het Haringvliet te maken. Ik zal het op de fiets dichter bij huis moeten zoeken. Dat daar ook van alles te beleven is, vertelt volgende verhaal.  

Het is vroeg in de ochtend als ik op een ‘vergeten’ weiland mijn kampement maak: een krukje, een telescoop, een rugzak met proviand. Mijn fiets staat verderop tegen een es geparkeerd. Het uitzicht is optimaal. Links van mij liggen akkers, waarop rijp bruin tarwe wacht om gedorst te worden. Voor mij groeit een elzenhaag waarin kleine zoogdieren zich verschuilen. Groepjes ringmussen fladderen dat het een lieve lust is. Rechts van de elzen staat een enorme hoogspanningsmast, waarin het doel van mijn expeditie is gelegen: De boomvalk.

Hoog boven op het uiterste puntje van een traverse beweegt in een oud kraaiennest het kopje van een vrouwtje boomvalk. In ieder geval is zij dus aan het broeden. Nu is het wachten totdat het mannetje met een prooi komt aanvliegen. Dat kan soms uren duren, zeker als er net een prooi is gebracht.

Vanaf de dijk schiet er een grijs silhouet de elzenhaag in. Houtduiven en klein gevogelte vliegen op uit het gebladerte. Ze worden achternagezeten door de boosdoener. Een sperwer. Of die een prooi slaat blijft ongewis, want hij verdwijnt uit het zicht achter de haag.


                    Ook het 'huis' van een boomvalk heeft onderhoud nodig 

Niet lang daarna hoor ik het vrouwtje van de boomvalk roepen. Zij heeft het nest verlaten en trekt baantjes door de lucht. Vanuit een onverwachte hoek komt het mannetje aangevlogen. In zijn poten ligt een prooi geklemd. Deze wordt overgedragen aan het vrouwtje, die er wat van opeet. Het grootse deel is, wat later blijkt, voor haar twee jongen.

Als de rust is weergekeerd en ik ‘verveeld’ om mij heen kijk, is er ineens tumult op de dijk. Drie bestelbusjes komen aangereden. De deuren schuiven open. Mannen stappen uit en proberen het hek dat naar de mast leidt te openen. Een enorme lakenvelder stier, die briest en met zijn hoef over de grond schraapt houdt hen tegen.

Alarm. Dit zijn vast de schilders die al dagenlang de masten aan het opknappen zijn. Broedende vogels zijn in Nederland beschermd volgens de vogelwet. En een schaarse broedvogel zoals de boomvalk, mag in mijn ogen al helemaal niet verstoord worden. Op mijn fiets hobbel en bobbel ik door het weiland naar het hek dat mij van de schilders scheidt. Vandaar zwaai en roep ik naar hen. Niet veel later sta ik een van hen te woord. Hij heeft begrip voor de situatie en na het plegen van een paar telefoontjes, verraadt opwaaiend stof de aftocht van de schilders. De boomvalk is gered.  


vrijdag 10 juli 2020

Een Hollands pareltje

Want daar achter de hoge bergen ligt het land Van Maas en Waal.

De lange stoet van het circus van Jeroen Bosch moet vanuit het diepe Zuiden richting dit oer Hollandse landschap getrokken zijn, want bergen zijn hier niet te bekennen; wel een fonkelend wetlandje, dat te midden van de uiterwaarden ligt.

Het is nog redelijk vroeg in de ochtend als ik mijn auto naast een in bloei staande vlasakker parkeer. De lucht licht bewolkt, zindert van de insecten. Het is dan ook niet vreemd dat de gierzwaluwen het druk hebben. Als ik uitstap stoot ik mijn arm tegen de claxon. Geschrokken kijkt een echtpaar, hij met verrekijker en zij met een fototoestel waaraan een enorme telelens is bevestigd, naar mij op. ‘Sorry’, roep ik. ‘Geeft niet, kan de beste overkomen. Een fijne dag nog’. Vriendelijke mensen, zij bestaan nog.


Over het riet kijk ik naar het drassige gebied erachter. Zeker vijftig lepelaars maaien met hun snavels door het water. Behoedzaam drijven volwassen kluten hun jongen naar ondiepe gedeeltes. Op een draad, die als afscheiding dient, zitten twee jonge grasmussen. Zo om en nabij de twee minuten komt een van de ouders met een lekker hapje, dat dankbaar wordt opgepeuzeld. Ik struin langs de kruidenrijke weelde die steeds rijker aan geur en kleur wordt. Een piepje dat lijkt op een niet gesmeerd wieltje maakt dat ik stil ga staan. Een klein bruin vogeltje met een roestbruin staartje blijkt de voortbrenger van het geluidje. Een blauwborst schiet het door mijn hoofd. En ja hoor als hij zich omdraait en voluit gaat zingen, straalt het witte vlekje weergaloos vanuit het diepblauwe borstje waaraan het vogeltje zijn naam dankt.

Verderop ga ik dieper het gebied in. Hier lijkt het op een vloedbos van voornamelijk wilgen en elzen. Een doornenhaag schermt het wetlandje af van het pad waarop ik loop. Eind juni is een bijzondere tijd, want er zijn talloze uitgevlogen jongen die bijgevoerd moeten worden. Leuk is dat de nieuwe wereldburgers eerder nieuwsgierig dan angstig zijn. Vanuit het riet klinkt het krrk krrk. De kleine karekiet. Ik kan hem op nog geen drie meter afstand goed observeren. Voorzichtig zet hij zijn lied in, ondertussen snaait hij achteloos een vlieg. Op dat moment hipt als een ware acrobaat zijn jong door het riet. De bek geopend alsof hij vermoeid gaapt. De oudervogel weet wel beter, tijd voor een hapje. En zo geniet ik volop van dit Hollands pareltje in het land van Maas en Waal. Een kerkklok in de verte vertelt dat ik op ‘huis’ aan moet gaan. Een primitieve trekkershut op het erf bij een boer.

zondag 14 juni 2020

De man en zijn Yamaha


Even lijkt hij vleugellam. Hij heeft het bijna lege nest verlaten en vliegt hoog boven de rivier zijn nieuwe onderkomen binnen. Het is er kaal en steriel. Zijn blik glijdt over de wanden. Als ik nu eens die daar en deze hier, dan … Kunst, het meeste door hem zelf gemaakt hangt niet veel later aan de muur. Een zithoek creëert hij bij het raam. Aan een blinde muur plaatst hij zijn piano. Bij inspiratie geeft hij met klare noten zijn gevoelens weer.

Het schemert. Hij ligt lui op de bank en kijkt over de rivier. Zijn mobiel pakt hij op van het tafeltje naast zich. De foto die hij neemt stuurt hij naar mij. Ik zie twee voeten gestoken in vaalgrijze geitenwollensokken daarachter een beperkt uitzicht over de rivier. Gesetteld, staat er onder de foto. Dat licht. Ik vraag mij af … als ik niet beter wist … wordt het dag, of nacht.

Vanaf het balkon kijk ik over het water met uitzicht op Zuid. Ik zie de Hef en even verderop de Zwaan. Weer dat fascinerende licht. Kun je zien of het winterlicht is of … ‘Wil je Koffie?’, vraagt hij. Even later zit ik, alsof ik kind aan huis ben met opgetrokken knieën op de bank. Wij praten over het leven, over kunst en filosoferen wat. Dit is wat ons bindt.



Enkele weken later stuurt hij een app met een foto waarop een glanzend zwarte Yamaha prijkt. Een vleugel! ‘Het was kiezen’, zegt hij later tegen mij. ‘Ik had de keus tussen een tweedehandsauto, of een vleugel’. ‘Een goede keus’, zeg ik hem. Hij speelt wat voor mij. ‘Speel je veel?’, vraag ik hem. ‘Ja, maar telkens kleine stukjes. Als ik koffiezet, of tijdens het koken bijvoorbeeld. Maar ik ga er ook wel echt voor zitten hoor’.

Gisteren stuurde hij spontaan twee kleine composities, omdat hij weet dat ik daarvan hou. Als dank, componeer ik dit verhaal. Gemeenschapskunst. Iets delen en samen maken is fijn.      




vrijdag 12 juni 2020

Het zingend blad


Het gevoel dat ik deze morgen ervaar, is lastig te omschrijven. Het lijkt of er een dofheid overheen ligt. Niets komt echt binnen en mijn gemoed toont zich niet. Een soort stilte voor de storm of, in schril contrast, vrolijke sprong in de lentezon. Het beste is om de dag over mij heen te laten vallen en waar kan dat beter dan in het groen?

Het pad waarover ik ga, is links en rechts omzoomd met struikgewas waaruit het vogelgezang uitbundig klinkt. Visueel lijkt het behang, met daarachter niets dan grijs. Ik weet beter, want even verderop als het behang is afgekrabd, ligt de rivier aan mijn voeten.

Het uitzicht is weids. Een ‘natuurlijk’ landschap dat overgaat in een ruraal immens grote vlakte. In de verte ligt een dorp waar een molen zijn wieken draait en de kerkklok negen slaat. Ik houd halt. Veranker mijn krukje in het gras en ervaar wat zich aandient, meer hoeft niet. In het riet scharrelt een jonge rietzanger nieuwsgierig rond, op het water golft het gesnater van enkele eenden. De zon op mijn rug licht een tipje van de sluier op.

Verderop, na een sprongetje in de tijd en op een strategisch plekje, is het tijd voor koffie. Nog voor ik een slok uit Stanley heb kunnen nemen, komt er een enorme Duitse herder op mij afgerend. Ik moet iets van kalmte uitgestraald hebben, want pal voor mij stopt hij abrupt. Vriendelijk spreek ik hem aan. Hij buigt zijn kop, snuffelt wat en loopt om mij heen. Dan schalt een fluitje en gaat hij ervandoor.

Stanley, een grote roetsvrijstalen thermosmok, heb ik ooit gekregen van een vriend. Ik was zeer blij met de gift en ben hem direct gaan gebruiken. Uiteindelijk is het een gewoonte geworden om hem op al mijn tochten mee te nemen. Vandaag krijgt hij extra waarde.

Over mijn gemoed kan ik nu meer vertellen. Dat is vredig en stil. Ik geniet van de kleine winterkoning in dat grote bos. Op zeker moment vliegt hij naar een open plek. Ik moet even speuren waar hij is gebleven en verwar hem met een bruin blad hangend aan een kale tak. Pas als het blad beweegt en zingt, weet ik dat ik hem weer gevonden heb. 

Op dat moment word ik overvallen door een moment dat spiritueel is te noemen. Het besef van alles, van vrolijkheid, van geluk, van groot en klein… ik draai Stanley rond in mijn handen en kijk ernaar. Ineens krijgt hij een meerwaarde, want mijn vriend die niet naast mij zit, is er toch ook weer wel. Gekscherend praat ik wat met de mok en noem hem S.G. Een samenvoeging van initialen. Stanley Ganz.

De dofheid is inmiddels geheel verdwenen en meer dan goed gemutst verkas ik naar ‘de plas’ waar ik mijn boterhammen oppeuzel. De kerkklok slaat inmiddels een uur.