dinsdag 6 november 2018

(in)continent


Als kind had hij al een fascinatie voor plattegronden. In atlassen zocht hij altijd naar een kaart waarop zijn dorp stond afgebeeld, die hij in zijn hoofd prentte. Later tekende hij dan uiterst precies het stratenpatroon. De rode draad was de route die hij fietste van zijn ouderlijk huis naar zijn opa en oma. Elke zijstraat daarvan liet hij open en later verdichtte hij van hieruit de ‘witte vlekken’ op het papier.  

De belangstelling voor alles wat met zijn hobby te maken had is hem altijd bijgebleven. Zozeer zelfs dat hij er zijn beroep van maakte. Hij werd landmeter.

Nu hij jaren later na een lange levensreis het stof van zijn vermoeide lichaam spoelt, stapt hij onder de louterende douche vandaan. Tussen zijn voeten verschijnt ongewild een donkergele vlek, die langzaam vorm krijgt. De bovenzijde is rond en breed en buigt over de linkerzijde terug richting het midden, om met een scherpe knik naar zijn voeten te stromen. Daar vormt zich een smalle begrenzing die naar rechts omhoog buigt. Tot daar waar de eerste druppels vielen.

Zuid-Amerika! Roept hij met krasse stem uit. Hierna doet hij twee stappen terug. Langzaam vloeit het continent in het afvoerputje.

donderdag 1 november 2018

De bovenkamer(s)


Het regent continu als ik met mijn met boeken gevulde linnen draagtas naar de auto loop. De stad waarin ik woon laat ik al snel achter mij. Op de provinciale weg zet ik Radio 1 aan. Men praat over het fileleed. Terwijl ik luister zak ik langzaam weg in het moeras van de fileproblematiek. Al de oplossingen die ter sprake komen, de een nog populistischer dan de ander, zijn naar mijn idee gebouwd op drijfzand. Meer asfalt leidt tot meer auto rijden. Bovendien stijgt het aanbod van nieuwe auto’s momenteel omdat de economie floreert. Daar waar ik naar toe rijd, staan geen files. Even gestaag als de regen valt tuf ik naar mijn bestemming.

Als ik daar arriveer, schiet ik snel mijn jas aan en zet een warme pet op mijn hoofd. Op een draf loop ik over het grind naar de bijkeuken en werp terloops een blik in de tuin van mijn vriend. Krachtig open ik de deur; hij klemt. Binnen word ik warm door Niels ontvangen. Ik hang mijn jas en pet op een haakje en ga de keuken binnen, waar de koffie juist pruttelt. Niels gaat voor naar de huiskamer en vraagt mij waar ik wil zitten. Dit keer kies ik voor de luie stoel, om er de hele ochtend vrijwel niet meer uit op te staan.

Niet veel later staan twee koppen koffie op tafel, evenals een schaaltje gevuld met kruidnootjes. Het tasje met de boeken zet ik naast mij neer, die zijn voor later. Eerst bijpraten over wat ons de laatste tijd bezighoudt. Ons ware karakter verloochent zich niet en al snel worden de onderwerpen filosofisch benaderd. Niels zijn gedachten zijn op het oosten georiënteerd; de Vedanta filosofie. De mijne zijn meer Westers. Voor wij er erg in hebben is de ochtend voorbij en na de lunch verhuizen wij naar de bovenkamer onder de nok van zijn huis en ga ik in een nog luiere stoel zitten. Niels pakt zijn mediatie stoel, waarin hij meer rechtop zit.

De boeken van Camus en een bloemlezing over het werk van Sartre haal ik uit de tas. Een voor een lees ik een aantal korte fragmenten voor die wij bespreken. Op zeker moment valt mijn oog op een stukje tekst aan de muur. Het schrijven is eigenhandig door Niels vormgegeven in kalligrafisch handschrift. Het fragment is afkomstig uit de Chandogya Upanishad*. Een zin springt er voor mij uit. Alles wat is en alles wat niet is, is daar.

Alles wat is en alles wat niet is. Ik pel de zin helemaal af en kom tot: Is en niet-is. Dat is: Zijn en niet-zijn, of Het zijn en het niet. Zo kom ik opmerkelijk genoeg uit op het hoofdwerk van Sartre. Ik zal een klein tipje oplichten over mijn gedachten. Zijn en niet-zijn zijn daar, want niet-zijn is ook zijn. De kikker is kikker, omdat hij geen niet-kikker is. Maar de niet-kikker is er wel –

Hier wil ik het bij laten, anders loop ik de kans dat u stopt met lezen van mijn schrijfsels. Wie meer wil weten, trekt mij maar eens aan mijn jasje. Of leest het boek van Sartre. Maar pas op, het is erg lastig om te lezen. Gekte ligt op de loer.

Tegen half vijf rijd ik terug naar huis. Op radio 1 praat men nog steeds over het fileleed. Ook ik kom in een kleine file terecht. Ik zet de radio uit en zet ondanks de koude een zijraampje op een kier. Heel even wil ik mijn bovenkamer luchten.



*Chandogya Upanishad – boek 8, hfd. 1

zondag 28 oktober 2018

Soms 'moet' je een verhaal herschrijven

De boombieb

Over het landschap ligt een bruidsluier van ijle nevel. De zon leunt nog maar half tegen de dag aan. Haast gedachteloos observeer ik de omgeving, zelfs van een sperwer ‘schrik’ ik niet op. Een kleine twee uur later als een ontbijt en koffie mij hebben opgekikkerd voor een…

Verder lezen? Klik dan op de link hieronder. U vind daar gedichten, verhalen en nog veel meer.

http://oogo.cultuurpleingo.nl/de-boombieb/

vrijdag 19 oktober 2018

De Boekenboom


Lezen, ik kan het niet laten. Er zijn weken dat ik drie of vier boeken tegelijkertijd lees. Een van die vier is dan een literaire roman. De andere boeken gaan over een filosoof en zijn denken. Van de bibliotheek ben ik geen lid meer. Veel boeken die ik wilde lenen waren niet voorhanden en moesten vaak besteld worden. Bovendien heb ik een hekel aan het verlengen van de leenperiode. Maar wat wellicht nog meer geldt is het feit dat ik een goed boek graag in bezit houd. Ik wil het nog eens kunnen lezen. Zomaar wegdoen is al helemaal geen optie, want het zou wel eens bij het oud papier terecht kunnen komen en dat getuigt van weinig respect voor de schrijver die er vaak met hart en ziel aan heeft gewerkt. Voor mij is een goed boek heilig.

De laatste jaren verschijnen er langs de kant des Heeen wegen her en der minibibliotheken. De voorbijganger kan dan uit de bij tijd en wijle prachtig vormgegeven ‘huisjes’ een boek lenen en er desgevallend een achter laten. Die kleine boekerijen zijn voor mij een heil, ik speur ernaar zoals ik dat naar vogeltjes doe.

Tijdens een struintocht door de Achterhoek kwam ik op een kruispunt van drie landelijk gelegen wegen een heel bijzondere tegen. Van een corpulente boom die het loodje had gelegd waren de takken afgezaagd. De stam was goed geconserveerd en op diverse plekken uitgehouwen. In de nissen waren planken bevestigd waarop vele boeken elkaar verdrongen om gelezen te worden. Er was dit keer niets voor mij bij. Ik had sowieso toch geen boek kunnen lenen, want van deze bieb moest je lid zijn. Het was dit keer een buurtinitiatief. Boeken die de lezer in wilde leveren, werden beoordeeld door een ballotagecommissie. Lenen was gratis. Het boek moest na lezen terug worden gezet, of vervangen door een ander exemplaar. Het papieren boek is gelukkig nog volop in beweging. Daar kan geen e-book tegenop.

zaterdag 13 oktober 2018

Net als in een film van weleer


Vanuit Hengelo rijden wij het gehucht Keijenborg binnen en parkeren de auto bij een afzichtelijke kerk die schril afsteekt tegen de naastgelegen pastorie; een statig herenhuis in de schaduw van een reusachtige kastanje. Al snel vinden wij het startpunt van de wandelroute die wij willen volgen.

Zo saai en alledaags als het dorp is, zo afwisselend is het landschap dat het plaatsje omsluit. Ons geplaveide pad dat al snel overgaat in een zandpad slingert langs akkers en velden. Lommerrijke lanen, waarvan de bomen met een palet aan warme kleuren het herfsttij versterken, geven onze wandeling een sprookjesachtig aanzien.

Wat opvalt zijn de weinige vogels onderweg. Zelfs de gangbare soorten laten het stug afweten. Opnieuw besef ik dat wij bewoners van de Zuidwestelijke delta boffen met de grote diversiteit en aantal van wat vogels betreft.

Verderop tijdens een korte lunch komen wij erachter dat wij verkeerd zijn gelopen. Een onduidelijke routekaart en plattegrond langs de weg brengt ons in ieder geval op een spoor dat ons mogelijk terugvoert naar het dorp. Een uur verder, wij zijn inmiddels dik drie uur aan het wandelen, is onze route plots van de kaart verdwenen.


Tijd om google te raadplegen. Ons rest de keuze: teruglopen (dat zou in totaal zes uur wandelen betekenen), doorlopen op de verharde weg (ook nog minstens twee uur), of als een landloper over akkers en velden rechttoe rechtaan naar een bosperceel waarachter een hoofdweg naar Keijenborg loopt. Een obstakel zou dan wel de kreek die door het bos loopt kunnen zijn. Op het gevaar af door Bromsnor gesnapt te worden, hij bestaat nog in de Achterhoek, kiezen wij voor de laatste optie. 

Het blijkt allemaal mee te vallen. Hier en daar moeten wij over een greppel of slootje springen, maar over de kreek ligt een stevig bruggetje. Een uur later laten wij het lover achter ons. En dan wordt onze inspanning beloond. Langs een pad dat naar een boomgaard leidt, staat een soort van marktkraampje met vergeten appel- en perenrassen. Samen proeven wij van beide vruchten. Omdat de appel zo lekker is gaat er ook nog eentje mee in de rugzak. Het geld dat wij verschuldigd zijn deponeren wij in een speciaal daarvoor bestemd appelstroopblikje.
    
In opperbeste stemming lopen wij als acteurs in het landschap van Swiebertje naar Keijenborg. Bij de plaatselijke horeca bestellen wij een cappuccino. Die moderne koffievariant bleek daar nog niet te bestaan. Dan maar een earl grey. Ook bij dit verzoek zet de man grote ogen op. Uiteindelijk drinken wij in een nostalgische setting zonder poespas thee uit een potje. Een kersenbonbon maakte het plaatje compleet.   



dinsdag 2 oktober 2018

gedicht



Omdat de toekomst een mogelijkheid

was in het verleden en het actuele station

als een sneltrein is gepasseerd,

is het verleden een voormalige toekomst.



De mens is zijn verleden,

uit de tijd gegleden in het korte nu

door zichzelf vooruitgeworpen

naar wat komen gaat.



Dit wordingsproces is continu

totdat de dood van ons allen

helden maakt.

dinsdag 25 september 2018

Als een moderne Don Quichot


Een spook waart over het land. Het spook van de klimaatcontrole. Alle machten hebben zich geschaard achter het heilige convenant van Parijs. Een blinde drijfjacht is begonnen.

Grauw is de zondagmorgen als ik op mijn fiets stap voor een rondje polder. Een bolletje spreeuwen zwenkt speels van links naar rechts, wijkt uiteen en waaiert over het natte grasland. Nergens is een roofvogel te bespeuren, zodat zij rustig kunnen foerageren. In de verte aan de einder verheft zich een kolossale toren van staal, die de horizon letterlijk vervuild. Straks zullen er nog vier als heersende dictators aan het Spui verrijzen. Zij zullen nog hoger worden als hun wieken machtige rondjes zullen draaien.

Het deed mij pijn toen ik ze boven de dijk zag groeien. Maar snel besefte ik dat ik ermee moest zien te leven. Stoïcijns bedacht ik mij: Ach is het geen prachtig staaltje van techniek, is het geen boeiend spel tussen landelijke-, provinciale-, en gemeentelijke politiek. Jezelf hersenspoelen, is moeilijk, maar soms noodzakelijk.


Deze morgen fiets ik er voor het oog argeloos aan voorbij. En in een naar de herfst geurend Spuibos, geniet ik van de stilte. Op een veldje staat een ree. Wij kijken elkaar een poos aan en dit keer ben ik het die het eerst aan zijn stutten trekt. Bij het Neutebol, een buitendijks grasgors, is hij daar ineens weer; die vermaledijde windmolen. En weer ‘vecht’ ik om hem te weerstaan.

De politiek moet wat om de klimaatdoelstelling te halen ten gunste van het milieu. In allerlei bochten heeft men zich gewrongen. Met deze windmolens als resultaat. Maar zijn zij wel zo milieuvriendelijk? Denk aan grondstof verbruik, fabricage, vervoer, montage en onderhoud.

Inmiddels is het gaan regenen. Een jonge boomvalk vliegt op vanuit een hoogspanningsmast, letterlijk een staaltje van techniek. In razende vaart jaagt hij over het veld en doet drie uitvallen naar een mogelijke prooi. Hij mist en vliegt op naar een volgende uitkijkpost. Straks vertrekt hij naar het warme Zuiden. In het voorjaar keert hij terug, mits hij niet vermalen is door bijvoorbeeld de wieken langs het Spui.*

*Elk jaar kosten de windmolens in Nederland 50 duizend trekvogels het leven.