donderdag 3 mei 2018

Common Linnet



Voor mij staat Texel niet alleen bekend om zijn wad, zijn lammetjes of het ’Skuumkopke’, maar ook om de kneu; de eilandtrots. Talrijk komen zij daar voor. De een nog mooier dan de ander.

De kneu
in het voorbij gaan
een banaal bruin beestje
voor wie beter kijkt
subtiel van schoonheid
want fijn gestreept zijn getinte flanken
in voorjaar en zomer
geeft de kneu nog meer sjeu
dan spat het roze van kop en borst
een ordinair klein bruin vogeltje
hoe komen zij erbij
  


foto: Peter Ganzeboom
  

dinsdag 24 april 2018

Het Braamsluipsebinnenpad


Het felle ochtendlicht strijkt over het vogelarme wad, dat met een schakering van lichte en donkere kleuren ambigu aandoet. Het is een mengeling van rust en stilte, maar ook een van leegte en troosteloosheid. Aan de landzijde van de zeedijk is het een kabaal van jewelste. Kokmeeuwen en grote sterns klitten op de kunstmatig aangelegde schelpenbanken bij elkaar, maken soortgenoten het hof, of zitten zelfs al op eieren.


Al enkele dagen struinen Peter en ik over Texel en ook dat geeft dubbele gevoelens. Enerzijds het plezier dat deze parel van de Waddenzee met zijn schitterende landschappen geeft en anderzijds de teleurstelling van het haast niet te bereiken wad in verband met werkzaamheden aan de zeedijk. Als vogelaar bezoek je een Waddeneiland om ook te kunnen genieten van wadvogels, die op de ‘vlucht’ voor het opkomend water droge gedeelten opzoeken. Nu kan dat bijna niet, ook omdat het tij niet meewerkt.

Niet van ons stuk te brengen duiken wij het duin in bij de Muy. Langs een met braamstruiken begroeid pad, waar Galloways lui langs een kreek liggen, knalt vanuit het groen een op een mitrailleurtje lijkende scherpe triller. De zang is afkomstig van een braamsluiper, die onrustig achter een vrouwtje aanjaagt.

Die avond houden wij een heuse barbecue bij ons huisje, met Texels lamsvlees en groenten van de grill. De kant-en-klare wegwerpgroentengrill  is van inferieure kwaliteit, een zware petroleumlucht walmt dan ook achter door de tuin. Terwijl wij smullen van de sappige koteletjes en een kiekendief voor ons neus een patrijs probeert te verschalken, krijgen wij bezoek van een alleraardigst hondje. Het vrolijke beestje blijkt op zoek naar een lekker hapje. De groenten zijn niet te pruimen. Zij smaken naar aardoliedestillaat en liggen koud te worden op een bord. De hond ziet er een delicatesse in. Gulzig schrokt hij het bord leeg. Een klein uur later waggelt hij dampend uit bek en aars naar zijn baas.

Als de zon later die avond knalrood achter het duin is gezakt en de eerste sterren aan het firmament verschijnen, zoeken wij ons mandje op. Ik glij weg in een diepe droom, die uitzicht geeft over de eindeloos weidse Waddenzee.





dinsdag 17 april 2018

De kracht van positief denken


Al een aantal dagen maakt mijn mobiel vreemde en voor mij zeer ongewenste geluiden. Wanhopig word ik ervan. Maar vandaag echter, lijk ik het euvel verholpen te hebben. Na lang speurwerk blijkt de chip van mijn nieuwe betaalpas de boosdoener. Hij is van invloed op de simkaart van mijn mobiel en veroorzaakt storingen. De betaalkaart krijgt dus een ander plekje in een van mijn zakken. Door mijn vasthoudend positivisme; het komt goed Tino, het komt goed, is het kwaad verslagen.

Nu kan ik bijvoorbeeld weer vrolijk foto’s maken zonder storende bijgeluiden. Fluitend vertrek ik dan ook naar de Spuimonding Oost en de Korendijkse Slikken, om van het landschap en de vogels te genieten. Als ik mijn auto op de parkeerplaats bij de Spuimonding heb geparkeerd en naar het infobord loop, blijkt het gebied tot en met juli gesloten. Teleurgesteld en kouwelijk, want ik ben te dun gekleed, loop ik in draf naar de Korendijk. Ondertussen neurie ik zachtjes; Kom mee naar buiten allemaal, voor mij uit. Dit om een opkomende ergernis te voorkomen.

Ook die blijkt niet toegankelijk. Alleen, het ’heen en weertje’ kan belopen worden. Krijg zelf het heen en weer maar, denk ik nu al wat meer sacherijnig dan voorheen. Ik besluit om dan maar naar de Tiendgorzen te gaan. Helaas is het daar nog onaangenamer als gevolg van een aanwakkerende waterkoude wind. Na een stief kwartiertje ben ik vernikkeld en op het moment dat ik om wil keren, bedenk ik mij. Positieve gedachten winnen het. Niet voor niets, want ik geniet alsnog van het landschap vol beversporen, zingende blauwborsten en als toetje een reebok die, geheel niet bang, langs wandelt alsof ik niet besta.



Als ik thuis ben, wil ik de foto van de ree met mijn vrouw delen. Ik pak mijn mobieltje, veeg over het scherm en als de foto tevoorschijn komt klinkt het als vallende digitale waterdruppels: ploink - ploink, ploink.

Positief blijven denken Tino, het komt goed.

donderdag 12 april 2018

De watermoer


‘Weet jij welke vogel dat is, die grote grijze daar?’
‘Dat is een wulp’ zeg ik hem.
De man tegen wie ik praat heeft een stoer uiterlijk en heeft een rauw Rotterdams accent. Tussen de revers van zijn shirt, waarvan de bovenste knoopjes open staan prijkt een tatoeage. Dan vertelt hij over een kleine spreeuwgrootte vogel die hij onlangs langs de oever van een water zag lopen, hij had een krom snaveltje. ‘Ik denk dat je een waterral hebt gezien’ zeg ik hem. Terwijl ik vertel over de ral en zijn gedrag, kijk ik naar de print op zijn borst. ‘Zeg dat is toch een lotus?’ vraag ik. ‘Ja, deze tatoeage heb ik over een andere laten zetten. Eerst zat daar een soort van duiveltje met een riek, maar die verwaterde. ‘Bedoel je Neptunes?’ vraag ik. ‘Ja zegt hij enthousiast. ‘Zo heet hij’.
Hij bleek als vijftienjarige op een coaster gevaren te hebben op de Sont en de Oostzee. Hij stond in die tijd achter het roer, terwijl er een orkaan over het water raasde. Huizenhoog waren de golven. Telkens zag hij de schroef loskomen uit het water als het schip daalde op de golven. Bij het omhoog komen op de golven zag hij niets dan de hemel. Het waren bange uren, waarin hij groen en geel zag van ellende.
De lotus had voor hem een speciale betekenis. ´Het is een bijzondere bloem, die groeit in de drek van een moeras en zo krachtig is, dat hij zich omhoog worstelt en uiteindelijk floreert in de zon´. Ik vond het een mooi verhaal en wij praatten nog even verder. Toen wij uiteengingen riep hij mij na.
‘Zeg die vogel, dat was toch een watermoer?
‘Waterral’ roep ik terug.
‘Zoek hem maar op, dan hoor ik wel of het hem was´.
 


vrijdag 6 april 2018

Factor 50


Tegen tien uur in de morgen belt hij aan. Ik schrik van zijn bleke gelaat. Laat op de avond ervoor namelijk had hij mij een sms gestuurd, dat ik pas deze morgen net na het wakker worden las. Excuses, ik weet dat je ernaar uitkijkt, maar ik moet afzeggen voor morgen. Ik ben zó moe. Bezorgd stapte ik de dag in. De nasleep van zijn hartritmestoornissen was dus zwaarder dan verwacht. Ik belde hem op, vroeg hoe het met hem ging en wij maakten een afspraak om toch een klein stukje te gaan fietsen.

Monter stapt hij op zijn fiets met trapondersteuning en rijdt de polder in, ik rijd achter hem aan. Op een strategische plek, met een goed uitzicht over een water, een struweel en een grasgors, gaan wij zitten op onze klapstoeltjes en wachten op wat komen gaat. Eenden dobberen in de dekking van een eilandje. Een havik snelt als een crucifix door de lucht. Op het moment dat alles lijkt gezegd, overvalt mij een ultiem gevoel van tevredenheid. ‘Wat delen wij samen toch een mooie hobby’. Hij glimlacht en dat zegt mij genoeg.

Als wij later weer op de zadels van onze stalen rossen zitten en de teugels laten vieren, ga ik naast hem rijden en kijk naar zijn gezicht waar nog steeds een onnatuurlijke witte teint overheen ligt. Ik zeg het hem en hij begint hartstochtelijk te lachen. ‘Dat is zonnebrandcrème factor 50’. Op dat moment valt de eerste motregen. Ik kijk op mijn horloge en zie dat wij alweer vijf uur op pad zijn. Tijd om op huis aan te gaan. Eenmaal binnen beginnen mijn konen al snel te gloeien.

‘Je hebt een kop als een biet’ zegt mijn vrouw.
zachtjes grinnik ik voor mij uit, dat een toef zonnebrandcrème mij niet zou hebben misstaan.