dinsdag 12 september 2017
dinsdag 8 augustus 2017
Komkommertijd
In augustus,
wanneer u dit stukje in de krant leest, is de vogelwereld in rust. De zang is
allang over zijn hoogtepunt heen en territoria worden niet of nauwelijks meer
verdedigd. Jonge vogels zwerven uit en sommige vogels verzamelen zich al voor
de naderende najaarstrek. Voor vogelaars is het een rustige tijd. Omdat
roofvogels zich het hele jaar door laten bewonderen, ligt daar mijn aandacht. Echter
ook zij laten het vandaag afweten. En al fietsend onder een mild zomerzonnetje
laat ik mijn gedachten gaan over vroegere avonturen.
Aan de oever van een kreek ga ik
zitten in het gras. Enkele al bijna volwassen kluten zeven met hun opgewipte
snavels voedsel uit het ondiepe water. Dichter en dichter naderen zij een
onzichtbare grens die mij van hen scheidt. Een oudervogel houdt de
scheidingslijn nauwkeurig in de gaten. Bij overschrijding alarmeren zij de
jongen met een scherp kluu-iet, kluu-iet. Haast onbeweeglijk geniet ik van het
tafereel. Later sta ik op en wandel naar mijn fiets. Een argeloze haas loopt
over het grindpad naar mij toe, stopt even en staart mij aan, om vervolgens
alsof ik niet besta mij tot op zes meter te naderen, dan draait hij zich kalm
om en verdwijnt in het hoge gras. Dit doet mij denken aan een bijzonder
tafereel bij de vogeltelpost in Breskens. Met anderen was ik daar om de
voorjaarstrek te ervaren. De eerste golf van doortrekkers leek achter de rug en
omdat er in een naastliggend veld een rode wouw bivakkeerde was onze aandacht
daarop gericht. Tot het bericht kwam van een zuidelijker gelegen telpost dat er
een boomvalk onderweg was en inderdaad nog geen kwartier later vloog de
roofvogel pal voor ons langs over het helmgras. Even had ik oogcontact met hem en
voelde ik verbondenheid. Een vlucht boerenzwaluwen maakte het helemaal bont,
zij trokken zich niets van ons vogelaars aan en vlogen tussen de poten van de
opgestelde statieven door. Haast is blijkbaar niet alleen een menselijke
eigenschap.
Bij een poel
parkeer ik mijn fiets tegen een bankje voor een lekkere lunch. Terwijl een
sperwer druk op jacht is naar een zangvogel als prooi, vangt een futenpaar
kleine visjes voor hun kroost. De nog spartelende visjes worden de jonge futen
in het water aangereikt. Vliegensvlug moeten zij het visje opnieuw zien te
vangen. Als dit niet lukt, vangt een ouder het visje nog een keer, en reikt het
dit keer direct aan. Verwonderd kijk ik naar deze bijzondere vertoning. En zo
vult zich de tijd, met afwachten wat zich aandient. Het is een samenvallen met
de natuur om mij heen, dat maar een klein deel is van een nog groter geheel.
vrijdag 4 augustus 2017
Horror Vacui
Voor haar rijden twee fietsers.
Een oudere man op een racefiets en een jongen op een mountainbike. Beiden
dragen zij kleurrijke kleding. Het jongetje dat haar hoort aankomen, stuurt
zijn fiets behendig in de berm. De man schuift op naar de kant van de weg. Voorzichtig
rijdt Megan hen voorbij en neemt de afslag naar links. Honderd meter verderop parkeert
zij haar auto, en maakt zich klaar voor een wandeling door bos en duin.
Om haar nek hangt een
verrekijker, al denkt zij die niet veel nodig te hebben; wat vogels betreft is
het komkommertijd. De zware boslucht doet haar goed. Bij een open plek staat
zij even stil om te kijken naar de boerenzwaluwen die laag over het veld
vliegen. Een oude eik markeert een splitsing. Zij kiest het zandpad in de hoop
dat de man met buggy, die al een tijdje achter haar aan sjokt, niet ook op dat
idee komt. Piepende wielen en een kierend kind is nu net wat zij zich niet
wenst. Zo nu en dan passeert zij een duinhuisje waarover zij fantaseert. Als
zij bij een klaphekje het duin inloopt en het bos achter zich laat, trekken
enkele kneuen haar aandacht. Met haar kijker bestudeert zij de vogels. In het
nattere deel van het terrein geurt het naar watermunt en kwetteren staartmezen
tussen het berkenblad. Zij besluit een met zand opgespoten zone, waar de
dwergstern broedt, te doorsteken richting het strand. Daar kan zij genieten van
de weidsheid en de jagende wolkenformaties boven de zee. Alles is zoals zij
zich had voorgesteld. Megan is op en top tevreden.
Nadat zij rond het middaguur op
een bankje kort pauze heeft gehouden, besluit zij op haar gemak terug te keren.
Op dat moment wordt zij vanuit het niets overrompeld door een gevoel van
lusteloosheid. Alsof er een deken van melancholie over haar heen valt. Er ontstaat
een strijd tussen haar denken en gevoel. Alles waarvan zij die morgen ten volle
genoot, als was het een zoete honigdrank, is er nog, maar lijkt niet meer binnen
te komen. De tevredenheid lijkt te zijn verdrongen door onrust en chagrijn. Om
te voorkomen dat zij nog dieper in de draaikolk wordt meegezogen, gaat zij tegen
het duin liggen en probeert zich te ontspannen. Het lukt en even valt zij zelfs
in slaap. Als Megan opstaat om verder te gaan ervaart zij een gevoel van
leegte. Vechten hiertegen, weet zij uit ervaring, heeft geen enkele zin. Zij
zal moeten wachten tot de droefgeestigheid als een plas regenwater zal
verdampen. En zo loopt zij, met haar gedachten en gevoelens die alle kanten opgaan,
terug naar de auto. In de dagen daarna, al is zij zichzelf daarvan niet geheel bewust,
vult de leemte zich als vanzelf met inzichten over het bestaan en haar rol
daarin. Misschien moet zij anders tegen bepaalde zaken aankijken en als gevolg
daarvan anders handelen. Zo vult het horror vacuüm zich langzaam in haar
voordeel. Het is als het ware een grote schoonmaak. Rommel wordt opgeruimd en
gedachten en voornemens gerangschikt. In de ruimte die is ontstaan, is ook tijd
voor de zang van de muze en creativiteit, die zij samen met haar gevoelens uit in
een gedicht.
Ik kan de zee voor jou
beschrijven
de golven, het zout, de branding
toch is het beter dat je zelf ziet.
de golven, het zout, de branding
toch is het beter dat je zelf ziet.
Het begrip zee zegt toch genoeg -
Kijk ook niet hoopvol achterom
met een gevormd beeld voor ogen,
Kijk ook niet hoopvol achterom
met een gevormd beeld voor ogen,
want dan zal de zee verdwijnen
zoals de geliefde van Orpheus.
zoals de geliefde van Orpheus.
vrijdag 28 juli 2017
zaterdag 22 juli 2017
Dwalen door Schiedam - (Voor Kees)
Met
mijn gedachten bij de zinnen die ik straks ga schrijven, staar ik door de ramen
van de Metro in het ‘niets’. De stem van de vrouw uit de luidspreker haalt mij
terug in het heden. Even moet ik mij heroriënteren, maar dan weet ik weer waar
de Metro zich bevindt: Station Tussenwater. Nog een paar minuten en dan rijd ik
langs Pernis, het dorp waar ik geboren ben. Het doel van mij reis is Schiedam. Op
station Parkweg stap ik uit. Bij de Noordvest houd ik halt en schiet enkele
plaatjes van de torenhoge molens langs de vest. Vroeger werden de molens
ingezet als brandersmolens en maalden gemout graan voor de branders, die moutwijn
stookten voor de jeneverindustrie. Als ik de Lange Haven ben overgestoken, sta
ik middenin het oude centrum. Door steegjes en smalle straten met de mooiste poëtische
namen wandel ik het Stedelijk Museum binnen, waar een expositie is over Pierre
Jansen. Hij was een van de eerste kenners die kunst in Jip-en-Janneke taal aan
de man bracht. Op het uur dat hij voor de AVRO een schilderij besprak, was het muisstil
op straat, iedereen zat gekluisterd voor de televisie. In het museum is een
huiskamer uit de jaren zestig nagebootst. Ik ga in een van de luie stoelen uit
die tijd zitten en kijk naar een programma in zwart-wit op een oude televisie. Ik
vergeet de tijd. Pierres verteltrant is pakkend en als hij klaar is met zijn
verhaal, kijk ik met andere ogen naar het schildrij wat hij zojuist besprak.
Met
een knapperig Frans stokbroodje rosbief loop ik richting de B.K. laan. Al
eerder wilde ik een wandeling maken door de wijk die zuidelijk langs de laan
ligt, vandaag is het daar een uitstekende dag voor. De wijk is rijk aan groen
en regelmatig sta ik stil om van de huizen en de tuinen te genieten. Dan ineens
sta ik voor een van de ingangen van het Juliana park. Vrolijk met deze
verrassing wandel ik het park in, over een bruggetje dat twee vijvers met
elkaar verbindt. Een asfaltpaadje slingert zich tussen groene gazons door, waarin
grote bomen voor de nodige schaduw zorgen. Her en der staan bankjes. Op een van
hen ga ik zitten, naast een man die zojuist een middagdutje doet. Als hij
wakker wordt groet ik hem en nog suf van de slaap groet hij mij terug. Hij pakt
de taak op waarmee hij eerder bezig was; met een klein potloodstompje schrijft
hij zinnen op een vodje papier. Zou het een dichter zijn, denk ik. Zal ik hem
aanspreken? Ik kijk nog even de kat uit de boom. Een merel op zoek naar een
worm leidt mij af. Nog een keer observeer ik de man. Zal ik? Dan staat hij op, doet zijn spullen in een
tasje, groet mij vriendelijk en wandelt verder. Ook ik verlaat het park en
wandel door het verderop gelegen Volkspark, een honderdeneen jaar oud park
waarin zelfs nog een boswachterswoning van weleer staat. Nog een kleine
kilometer en dan ben ik bij Vijfsluizen en kan ik met al het goede in gedachten,
wegdromen in mooie zinnen.
dinsdag 4 juli 2017
Over Wegen
Het eerste weekeinde van juli ’17 was gereserveerd om een weekeindje Wapse (Drenthe) te vieren
samen met de familie van mijn vrouw.
Mijn plan is om met de racefiets naar Houten te fietsen, daar pikt José mij op, om verder met de auto naar Drenthe te rijden.
Mijn plan is om met de racefiets naar Houten te fietsen, daar pikt José mij op, om verder met de auto naar Drenthe te rijden.
Vrijdagochtend rijd ik om ‘even
over elf’ Spijkenisse uit richting de Krimpenerwaard om langs de Lek naar
Nieuwegein te fietsen, daar steek ik de rivier over en zoek met behulp van een
fietsrouteplan mijn plaats van bestemming: De sportvelden van Houten. Op de een
of andere manier ben ik toch verkeerd gereden en om onnodig wachten van José te
voorkomen bel ik haar op. Een sms bericht van haar vertelt mij dat zij in de
file staat bij lunetten, waar een ongeluk heeft plaatsgevonden. Op een
plattegrond bepaal ik het laatste stukje van tocht, die eenvoudig lijkt te
zijn, ik hoef alleen de rondweg maar te volgen. In de praktijk is het echter zo
makkelijk niet, de rondweg is verboden voor fietsers. Zuchtend probeer ik mijn
weg door een doolhof van straten pal naast de rondweg te vinden. Voor de
zekerheid vraag ik verderop de weg en dan rijd ik de parkeerplaats van de
sportvelden op. José is er nog niet. Moe en hongerig rijd ik naar de kantine,
waar ik wat te eten wil bestellen. De man achter de bar maakt echter net aanstalten
om te gaan sluiten. Ik vertel hem mijn verhaal van de tocht en vriendelijk
stelt hij voor om een broodje voor mij te maken. Enkele minuten later krijg ik een warm en
knapperig broodje kaas voorgeschoteld. Als ik die heb verorberd, bel ik José.
Zij is inmiddels op de parkeerplaats gearriveerd. Ik zoek wat kleingeld om de
man te betalen, maar dat hoeft niet. Verrast bedank ik hem en verlaat tevreden
de kantine. Vriendelijke en behulpzame mensen, zij bestaan nog.
Zaterdagochtend word ik wakker
van een druppelende lekke dakgoot. Een druilige regen waait bij vlagen over het
Drentse land. Half in de ochtend lijkt het op te klaren en samen met René en
Femke rijden José en ik naar Lhee om vandaar naar het Dwingelderveld te
wandelen. Ik ben daar bekend van een eerder bezoek. Ter plekke lijkt het juiste
pad vinden moeilijker dan gedacht en al gauw dwalen wij ‘doelloos’ rond. Niet
dat wij sacherijnig zijn, maar vrolijk fluitende wandelaars zijn wij niet meer.
Het bos is nat en donker en ook Pluvius plaagt ons opnieuw. Tijd om naar de
auto te gaan, maar waar staat hij. Met behulp van een smartphone bepalen wij
globaal onze richting. De juiste afslag nemen op elk kruispunt dat wij
tegenkomen blijft min of meer een gok. Uiteindelijk komen wij bij een verhard
pad en niet veel later bij onze auto. In de middag breekt de zon door. Tijd
voor spelletjes en samenzijn met de familie in de tuin. Langzaam kabbelt de dag
de avond in.
Tegen twaalf uur stap ik mijn
‘mandje’ in. Morgenochtend wil ik een grote tocht door Noordwest Drenthe
fietsen. Van slapen komt het eerste uur niet veel, telkens word ik wakker van
een piepende deur, gelach of toiletbezoek. Pas na enen als ook José naar bed
gaat val ik in slaap. Het bioritme van thuis houd ik aan en al vroeg maak ik
als eerste mijn ontbijt klaar, wandel een klein stukje over de weg voor ons
vakantieadres heen en weer en maak mij niet veel later klaar voor mijn tocht.
Om negen uur rijd ik weg richting
Vledder om vandaar via het bos en de hei naar Appelscha te rijden. Fietsen door
Drenthe valt niet mee, althans over de verplichte bospaden. Deze zijn bochtig,
stijgen en dalen te pas en te onpas en bovendien groeien er her en der wortels
van bomen onder het asfalt. Niet echt comfortabel dus. Haast gaat het mis als
een groepje tegenliggers als kamikazepiloten een onoverzichtelijke binnenbocht
aansnijdt, ik kan nog net opzij. Bij Appelscha rijd ik via het Fochtelooerveen
naar Veenhuizen en vandaar via de buitenwijken van Assen naar Smilde. Ik heb
nog ongeveer een uur, dan wil ik terug zijn zoals ik heb afgesproken. Tijd om
exact te bepalen waar ik ben, ook al heb ik de route min of meer in mijn hoofd.
Ik besluit om via Appelscha naar Diever te rijden en vandaar terug naar Wapse.
Een half uur later dan gepland zit mijn tocht van 95 km erop. De middag breng
ik door met de familie. Na een lekker maal, die met zorg is bereid door mijn nichtje
Lisa, is het tijd om naar huis te gaan. In de auto geniet ik na van twee leuke
fietstochten en kan ik het weekeinde nog eens overwegen.
dinsdag 27 juni 2017
Kunst als intermediair tussen feit en fictie
Een van de eigenschappen van kunst is dat zij inspireert. Het zet degene die bijvoorbeeld een schilderij observeert aan tot creatief denken. Maar ook een onverwachte wending kan inspiratie zijn voor een creatieve geest. Een windvlaag bijvoorbeeld en de gevolgen daarvan. Feit en fictie vinden dan elkaar.
Wat wind vermag
Het strooien hoedje gegrepen door de
wervelende wind, tolt tot op de grond.
Aangewakkerd tot een stevige vlaag
stuwt zij het zoute water van de branding
tegen het canvas omhoog, dat nu tot leven komt.
Zie hoe wonderlijk werkelijkheid en fictie
samenvallen in het brein van de kunstenaar.
23-6
Tino van Kampen
zo de wind het wil
de hoed waait
kapriolen draaiend
van mijn hoofd
naar het stof
op de boerengrond
voor de oude schuur
het water waait
kapriolen draaiend
in de branding
omhoog tegen het doek
waar zij het
uit haar hart penseelt
waaien feit en fictie
kapriolen draaiend
door elkaar in zijn
en brein – breekbaar
of vrijelijk samenvallend
zo de wind het wil
24-6
Niels Snoek
Wat wind vermag
Het strooien hoedje gegrepen door de
wervelende wind, tolt tot op de grond.
Aangewakkerd tot een stevige vlaag
stuwt zij het zoute water van de branding
tegen het canvas omhoog, dat nu tot leven komt.
Zie hoe wonderlijk werkelijkheid en fictie
samenvallen in het brein van de kunstenaar.
23-6
Tino van Kampen
Woeste Noordzee
Sil van Mil
|
de hoed waait
kapriolen draaiend
van mijn hoofd
naar het stof
op de boerengrond
voor de oude schuur
het water waait
kapriolen draaiend
in de branding
omhoog tegen het doek
waar zij het
uit haar hart penseelt
waaien feit en fictie
kapriolen draaiend
door elkaar in zijn
en brein – breekbaar
of vrijelijk samenvallend
zo de wind het wil
24-6
Niels Snoek
Abonneren op:
Posts (Atom)